De studie, uitgevoerd onder ruim 2.500 Nederlanders, laat zien dat vooral lagere inkomens hun marginale druk fors overschatten. “Wie minder dan €2.000 bruto per maand verdient, denkt gemiddeld dat van elke extra euro 42 cent naar de fiscus gaat, terwijl dat in werkelijkheid circa 14 cent is.” Midden- en hogere inkomens onderschatten hun marginale druk juist licht, met respectievelijk 3 en 4 procentpunt.
Fiscale complexiteit
De onderzoekers wijzen de vinger naar de grote complexiteit van het Nederlandse belasting- en toeslagenstelsel. De combinatie van inkomstenbelasting, heffingskortingen, zorg- en huurtoeslag en gemeentelijke regelingen maakt het voor burgers lastig om te berekenen hoeveel meer werken werkelijk oplevert. Volgens het rapport spelen ook psychologische factoren een rol: mensen concentreren zich op het toptarief in hun belastingschijf, vergeten heffingskortingen en baseren hun beeld vaak op mediaberichten over uitzonderlijke gevallen met een extreem hoge druk.
Informatie helpt
In het experiment kregen verschillende groepen deelnemers extra informatie. Eén groep ontving algemene uitleg over de gemiddelde marginale druk, een tweede groep kreeg een uitnodiging om de Nibud werkurenberekenaar te gebruiken, en een derde groep ontving beide interventies.
De effecten bleken het grootst bij mensen die hun belastingdruk aanvankelijk overschatten. Bij hen nam de foutmarge gemiddeld af met 4 tot 7 procentpunt. Tegelijkertijd steeg het arbeidsaanbod in deze groep met circa 1,5 uur per week. Dat lijkt bescheiden, maar op macroniveau kan dit volgens de onderzoekers een betekenisvol effect hebben. “Als alle parttimers die hun belastingdruk overschatten gemiddeld één uur per week meer zouden werken, zou dat de arbeidskrapte in sectoren als zorg en onderwijs aanzienlijk verlichten,” aldus de auteurs.
Weinig gebruikt
Opvallend is dat slechts 5 procent van de mensen die werden uitgenodigd de Nibud-tool daadwerkelijk gebruikte. Toch bleek al de uitnodiging zélf invloed te hebben: mensen gingen hun inschatting bijstellen zonder de tool te openen. De drempel om zo’n rekentool te gebruiken blijft echter hoog, zeker bij lagere inkomens. Gebrek aan tijd, wantrouwen in overheidswebsites en de noodzaak om gegevens op te zoeken, zoals toeslagen of loonstroken, spelen daarbij een rol.
Beleidsopties
De onderzoekers concluderen dat kleine, gerichte informatie-interventies kunnen helpen om mispercepties te corrigeren en daarmee het arbeidsaanbod te verhogen. Zij pleiten voor experimenten waarbij werkgevers – met name in deeltijdsectoren – werknemers actief informeren over hun werkelijke marginale druk, bijvoorbeeld tijdens functioneringsgesprekken. Ook wordt de staatssecretaris van Financiën Heijnen, die het rapport deze week aan de Kamer stuurde, ter overweging meegegeven om een brede overheidscampagne te starten, waarbij de boodschap wordt overgebracht dat “meer werken vaak meer loont dan gedacht”.
Lees hier het rapport.
