De belangrijkste wijziging betreft de zogenoemde lucratiefbelangregeling in de inkomstenbelasting. Deze regeling is bedoeld om te voorkomen dat belastingplichtigen via bepaalde constructies belastingvoordelen behalen wanneer zij hun belangen in vennootschappen uitbreiden of onderbrengen in lichamen waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. De aanpassing sluit bestaande mazen in de wet, zodat ook bij overdracht of herstructurering belasting wordt geheven over behaalde rendementen. Zo wordt voorkomen dat verliezen op een aanmerkelijk belang kunnen worden verrekend met eerdere voordelen in box 2.
Pseudo-eindheffing fossiele auto’s
Daarnaast wordt de pseudo-eindheffing op fossiele auto’s aangepast. De wijziging verduidelijkt over welk tijdvak de heffing verschuldigd is (het aangiftetijdvak) en introduceert een delegatiebepaling waarmee de minister bij lagere regelgeving kan vastleggen wat als woon-werkverkeer geldt. Dit biedt meer duidelijkheid voor werkgevers en sluit beter aan bij de praktijk.
Verder wordt de motorrijtuigenbelasting (mrb) tijdelijk op nul gesteld voor bepaalde vrachtwagens (categorie N2) die anders dubbel zouden worden belast – via zowel de mrb als de vrachtwagenheffing. Vanaf 2027 worden de voertuigdefinities geharmoniseerd met Europese begrippen, waarmee lastenverzwaring en administratieve onduidelijkheid voor eigenaren worden voorkomen.
Ook bevat de nota diverse technische aanpassingen in verschillende wetten. Zo worden begrippen rond de maximaal toegestane massa beter afgestemd tussen de vrachtwagenheffing en de mrb, en zijn er correcties doorgevoerd in de regelgeving over de belasting op leidingwater en bij rijdende winkels.
In het wetsvoorstel Tweede Nota van Wijziging Overige Fiscale Maatregelen 2026 is geregeld dat de teruggaafregeling in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt beëindigd op het moment dat de vrachtwagenheffing in werking treedt (artikel 2 van de Wet vrachtwagenheffing). De nieuwe nota van wijziging brengt hierin een technische correctie aan: de beëindiging van de teruggaafregeling wordt niet langer gekoppeld aan artikel 2, maar aan artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing.
Artikel 30 regelt de inwerkingtreding van de verlaagde mrb-tarieven voor vrachtauto’s. Door deze koppeling vervalt de teruggaafregeling precies op het moment dat de verlaagde tarieven ingaan. Dat is logisch, omdat vanaf dat moment geen teruggaaf meer mogelijk is op basis van de samenstelling van het wagenpark: het mrb-tarief voor vrachtauto’s is dan verlaagd tot het minimum dat de Eurovignetrichtlijn toestaat.
Lees hier de beslisnota’s.