Een belastingplichtige houdt ter belegging diverse binnenlandse en buitenlandse gouden munten. Een deel van de gouden munten heeft in de betreffende landen de status van wettig betaalmiddel, maar wordt in de regel niet als zodanig gebruikt. Dit omdat de marktwaarde van de gouden munten (veel) hoger ligt dan de nominale waarde.
Dat riep de vraag op of ter belegging gehouden gouden munten onder de box-3 wetgeving met ingang van 1 januari 2023 kwalificeren als contant geld als bedoeld in artikel 5.2, derde lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).
Het korte antwoord van de kennisgroep is nee. De ter belegging gehouden gouden munten kwalificeren niet als contant geld. Deze gouden munten behoren tot de vermogenscategorie ‘overige bezittingen’ voor box 3.
Het lange antwoord van de kennisgroep, inclusief beschouwing over de overwegingen bij dit standpunt, is hier te vinden.