De DAC wil de samenwerking tussen belastingautoriteiten binnen de EU verbeteren door fiscale informatie-uitwisseling makkelijker te maken. De resultaten zijn positief. Volgens het rapport genereert de DAC jaarlijks circa €6,8 miljard aan extra belastinginkomsten in de EU. Het grootste deel komt uit de automatische uitwisseling van financiële rekeninggegevens (DAC2) en de rapportage van landenrapportages door multinationals (DAC4). Alleen al DAC4 wordt verantwoordelijk gehouden voor naar schatting €5,6 miljard aan jaarlijkse opbrengsten, doordat belastingautoriteiten winstverschuiving en agressieve fiscale structuren beter kunnen detecteren.
Kosten vooral bij bedrijfsleven
Tegenover de opbrengsten staan aanzienlijke lasten. De jaarlijkse uitvoeringskosten voor alle betrokkenen bedragen ongeveer €646 miljoen. Bedrijven draaien daarvan bijna het volledige bedrag op: €604 miljoen. Met €550 miljoen is DAC2 verreweg de duurste component, vanwege de strikte rapportageverplichtingen voor financiële instellingen.
Ook belastingdiensten zelf investeren fors: €42 miljoen per jaar. De grootste posten zitten in de verwerking van automatisch uitgewisselde gegevens en de ontwikkeling van nationale IT-systemen. Door de vele wijzigingen in de richtlijn — inmiddels acht grote uitbreidingen, van crypto-activa tot platforminkomsten — loopt de druk op ICT-afdelingen verder op.
Matching blijft struikelblok
De Commissie ziet duidelijke vooruitgang in datakwaliteit, vooral bij DAC1 en DAC2. Maar volledige matching van datasets — noodzakelijk voor automatische risicoselectie — blijft moeilijk. Tussen de 5 en 15 procent van de uitgewisselde gegevens kan niet zonder handmatig werk worden gematcht. Dat leidt tot hogere kosten en vertraagde controles, en beperkt het effect van het systeem. Het ontbreken van uniforme of volledige belastingidentificatienummers is een van de belangrijkste oorzaken. De Commissie onderzoekt daarom een EU-breed TIN-systeem, dat identificatie goedkoper en betrouwbaarder moet maken.
DAC6: zorgenkind
DAC6, de regeling voor rapportage van potentieel agressieve grensoverschrijdende fiscale structuren, wordt door zowel bedrijven als belastingdiensten beschouwd als het meest complexe onderdeel van de richtlijn. De brede en soms vaag geformuleerde ‘hallmarks’ leiden tot over- én onderrapportage. De Europese Rekenkamer waarschuwde al eerder dat de toepassing per lidstaat sterk verschilt en daarmee het level playing field wordt ondermijnd.
De Commissie overweegt gerichte aanpassingen: herformulering van hallmarks, meer harmonisatie en integratie van elementen uit het inmiddels begraven Unshell-voorstel. Tegelijk wordt gekeken naar de strafmaat. De huidige verschillen in boeteregimes tussen lidstaten zijn volgens Brussel problematisch en mogelijk onvoldoende afschrikwekkend.
Centrale IT-infrastructuur
Een van de meest ingrijpende aanbevelingen is de mogelijke ontwikkeling van één centraal IT-platform voor DAC-rapportage en -uitwisseling. Daarmee zou het voor bedrijven mogelijk worden gegevens maar één keer te rapporteren, waarna lidstaten deze centraal benutten. Dit zou de complexiteit van 27 afzonderlijke nationale systemen aanzienlijk verminderen en kosten drukken.
Vereenvoudiging
De Commissie ziet voor de komende jaren drie prioriteiten: consolidatie van de richtlijn tot één heldere tekst, verdere digitalisering (waaronder automatische dataverwerking en prefill-systemen) en een meer uniforme toepassing in de lidstaten. Voor financiële instellingen betekent dit mogelijk lagere structurele administratieve lasten, maar ook hogere verwachtingen rond datakwaliteit en rapportagesnelheid.
Brussel benadrukt dat de DAC een hoeksteen blijft van het Europese fiscale toezicht. Maar zonder modernisering dreigt het systeem vast te lopen in zijn eigen complexiteit — met alle risico’s voor naleving, kosten en fiscale transparantie van dien.
Download hier het rapport.
