• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Geen vakantieopbouw na twee jaar ziekte bij slapend dienstverband

Geen vakantieopbouw na twee jaar ziekte bij slapend dienstverband

Nieuws

Een werknemer kan na afloop van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte geen aanspraak maken op uitbetaling van vakantiedagen als het dienstverband slapend wordt voortgezet. De kantonrechter oordeelt dat bij een slapend dienstverband geen sprake is van vakantie met behoud van loon in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn.

9 januari 2026 door Fiscaal Vanmorgen

De werknemer heeft aanspraak gemaakt op betaling van de vakantiedagen vanaf 104 weken arbeidsongeschiktheid, namelijk 8 november 2023 tot einde dienstverband op 30 april 2025. Dit komt volgens hem neer op totaal 238,35 uren niet genoten vakantie-uren.

De werknemer stelt zich in dit kader op het standpunt dat dit vakantie-uren zijn die hij heeft opgebouwd na het verstrijken van de loondoorbetalingsverplichting tot en met het uiteindelijke eindigen van de arbeidsovereenkomst.

Arbeidstijdenrichtlijn

Volgens de werknemer is artikel 7 lid 1 van Richtlijn 2003/88/EG (Arbeidstijdenrichtlijn), die inhoudt dat de werknemer recht heeft op een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken, niet goed omgezet in de Nederlandse wetgeving. De werknemer verwijst hierbij naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:7054.

De werkgever betwist de aanspraak van de werknemer.

Slapend dienstverband

Wanneer de werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer het dienstverband met de werknemer niet opzegt, terwijl dat wel mag en waarbij de werkgever de werknemer geen loon meer betaalt, is sprake van een slapend dienstverband. De arbeidsovereenkomst is dan niet geëindigd maar partijen geven hier geen invulling aan.

Geen behoud van loon

De kantonrechter oordeelt dat bij een slapend dienstverband geen recht bestaat op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. Er is een verschil tussen de arbeidsongeschikte werknemer die zich in de wachttijd van artikel 7:629 lid 1 BW bevindt en de arbeidsongeschikte werknemer met een slapend dienstverband. Artikel 7 lid 1 Arbeidstijdenrichtlijn spreekt over behoud van loon. Bij een slapend dienstverband bestaat geen recht op loon dus kan er van behoud van loon ook geen sprake zijn.

Verschil tussen wachttijd en slapend dienstverband

De insteek in de wachttijd is dat de werknemer weer aan het werk gaat; dat kan zijn in de bedongen arbeid, andere passende arbeid of het tweede spoor. Bij die situatie past de gelijkstelling van de arbeidsongeschikte werknemer met de werknemer die daadwerkelijk heeft gewerkt.

Bij een slapend dienstverband is duidelijk dat deze re-integratie niet is uitgevoerd en ligt een aanvraag voor een WIA-uitkering voor de hand. Bij een slapend dienstverband is de werkgever immers bevoegd om het dienstverband op te zeggen (artikel 7:669 lid 1 en 3, aanhef en onder b BW). De door het HvJEU geformuleerde doelen (bijkomen door rust, ontspanning en vrije tijd) kunnen niet meer worden behaald.

Bovendien gaan de werkgever en werknemer er ook niet meer van uit dat de werknemer in de organisatie weer aan het werk zal gaan zodat de door de Arbeidstijdenrichtlijn beoogde bescherming van de veiligheid en gezondheid van de werknemer niet op die wijze hoeft te worden geborgd.

Verder valt de werknemer na de wachttijd vaak terug op een sociale zekerheidsuitkering. Deze uitkering loopt tijdens vakantie door zodat op die wijze ook voorzien wordt in vakantie met behoud van uitkering.

De kantonrechter wijst daarom het verzoek om de werkgever te veroordelen tot betaling van de 283,5 uren niet genoten vakantie-uren af.

Rechtbank Noord-Nederland, 19 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5517

Categorie: Nieuws Tags: arbeidsrecht

Tags: arbeidsrecht

Gerelateerde artikelen

21 januari 2026

Ontslag op staande voet na misverstand over terugkeer van vakantie houdt geen stand

16 januari 2026

‘Op de bank’ bij detacheerder geen blijvend recht: kantonrechter ontbindt contract

26 november 2025

Werkgever laat werknemer bungelen, moet flinke vergoeding betalen

25 november 2025

Ziekte-uren niet met opzet onjuist ingevuld: ontslag op staande voet onterecht

Docenten

Erik van Toledo
Bob de Koning
Heleen Elbert
Hans Tabak
Bram Lemmens
Saskia Jacobsen
Guney Bagislayici
Martin de Graaf
Bob van Leeuwen
Ewoud de Ruiter
Rakesh Ghirah
Joep Swinkels
Alex Schrijver
Martijn Bedaux
Matthijs van Keulen
Kees Beishuizen
Edwin de Witte
jan wietsma
Jan Wietsma
Koert van Loon
Chanien Engelbertink
Bart Koreman
Bernard Schols
Jan Mooren
Kirsten Roskam
Arnaud Booij
Léon de Jager
Derwish Rosalia
Casper Mons
Chris Dijkstra
Herman van Kesteren
Pieter Kok
Willem Veldhuizen
Kirsten Kievit
Roger van de Berg
Albert Heeling
Martine Cranendonk
Daan van Antwerpen
Rob van Oosterhout
Teunis van den Berg
Geert Witlox
Marja van den Oetelaar
Ron Mulder
Jeroen Knol
Patrick Wille
Michiel Pouwels
Ludo Mennes
Hans Geuns
Rohalt Janssens
Audrey Brunings
Imke Bos
Barry Willemsen
John Bult
Almer de Beer
Almer de Beer
Jan van Wijngaarden
Joost Severs
Martijn Paping
Martijn Paping
Hanneke Kroonenberg
Winfred Merkus
Debby Kettler
Debby Kettler
Wilbert Nieuwenhuizen

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 12 weergaven

  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 6 weergaven

  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 5 weergaven

  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 5 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen