Net als eerder de Rechtbank Oost-Brabant, oordeelt het hof dat de adviseur de berichten moet verwijderen en een rectificatie moet plaatsen. Ook blijft de opgelegde dwangsom in hoger beroep in stand.
Voorgeschiedenis
De zaak vindt zijn oorsprong in een zakelijke relatie tussen een ondernemer en het juridisch (belasting)adviesbureau van de belastingadviseur. In 2018 betaalde de ondernemer een voorschot van 400.000 euro voor juridische bijstand ten behoeve van een derde. Een jaar later verstrekte hij daarnaast een lening van 100.000 euro aan het kantoor.
In de loop van 2024 groeide bij de ondernemer het vermoeden dat er nauwelijks voortgang werd geboekt in beide dossiers. Tegelijkertijd verschenen er negatieve mediaberichten over het adviesbureau en de betrokken bestuurders. Pogingen van de ondernemer om opheldering te krijgen bleven zonder resultaat.
Socialmediaberichten na voicemail
Op 13 september 2024 liet de ondernemer een voicemailbericht achter bij de belastingadviseur. De adviseur kwalificeerde dit bericht als een bedreiging en plaatste vervolgens meerdere berichten op sociale media, waarin hij een audiofragment van de voicemail deelde. Daarbij was een deel van de boodschap weggelaten, waardoor de inhoud als dreigend kon worden geïnterpreteerd. Uit de berichten was bovendien eenvoudig af te leiden om wie het ging.
De ondernemer werd na publicatie geconfronteerd met beledigende en bedreigende reacties van derden. Hij startte daarop een civiele procedure en vorderde onder meer verwijdering van de berichten en plaatsing van een rectificatie. De rechtbank stelde hem in het gelijk en koppelde daaraan een dwangsom die kon oplopen tot 250.000 euro.
Geen rechtvaardiging voor handelwijze
In hoger beroep voerde de belastingadviseur aan dat hij met zijn berichten een maatschappelijk probleem aan de orde wilde stellen, namelijk bedreigingen richting professionals. Het hof volgt die redenering niet. Volgens het hof rechtvaardigt dit doel niet dat het voicemailbericht onvolledig en daarmee misleidend is weergegeven.
Daarbij weegt mee dat de berichten werden geplaatst nadat de ondernemer al had toegelicht dat zijn voicemail niet als bedreiging was bedoeld. Ook het verweer dat sprake zou zijn geweest van “stalkende telefoontjes” overtuigt het hof niet. Dat de ondernemer herhaaldelijk contact zocht en daarbij irritatie liet blijken, acht het hof begrijpelijk gezien het uitblijven van inhoudelijke reactie vanuit het adviesbureau.
Belangenafweging valt uit in voordeel ondernemer
Net als de rechtbank oordeelt het hof dat de uitlatingen van de belastingadviseur onrechtmatig zijn. Bij de afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van eer en goede naam, slaat de balans door in het voordeel van de ondernemer.
De belastingadviseur blijft daarmee verplicht de berichten te verwijderen en te rectificeren, op straffe van een dwangsom.
