• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Dossiers » Hoge Raad: 2% overdrachtsbelasting bij verkrijging transformatiepand

Hoge Raad: 2% overdrachtsbelasting bij verkrijging transformatiepand

Onroerende zaken, Overdrachtsbelasting
2%-tarief mogelijk in vroeg stadium van transformatieproces naar woning

Kan het lage 2%-tarief in de overdrachtsbelasting ook worden toegepast bij een verkrijging van een pand dat nog getransformeerd moet worden naar woningen? Volgens de Hoge Raad is dat in bepaalde gevallen inderdaad mogelijk, zo blijkt uit een arrest dat november 2019 verscheen.

12 december 2019
Start consult aanvraag

Bij de verkrijging van een woning is niet het reguliere tarief van 6% overdrachtsbelasting verschuldigd maar een lager tarief van 2%. In de praktijk is echter niet altijd duidelijk of er sprake is van een woning. Dit vraagstuk speelt een belangrijke rol bij transformatieprojecten.

Toetsingskader Hoge Raad in 2017

Op 24 februari 2017 oordeelde de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:290 e.v.) dat men bij de vraag of sprake is van een woning het volgende toetsingskader moet hanteren. Eerst moet worden gekeken of de onroerende zaak oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd voor bewoning (toets 1). Vervolgens moet men bezien of de onroerende zaak nadien is verbouwd om het geschikt te maken voor een andere vorm van gebruik. Als slechts beperkte aanpassingen nodig zijn om het object weer voor het oorspronkelijke doel geschikt te maken dan blijft het oorspronkelijke doel doorslaggevend (toets 2). Als toets 1 en toets 2 niet leiden tot een duidelijke conclusie, dan kunnen de eisen of beperkingen die voorvloeien uit publiekrechtelijke voorschriften (zoals een bestemmingswijziging of omgevingsvergunning) worden meegewogen (toets 3). Als een pand oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd als woning, maar door een latere verbouwing geschikt is gemaakt voor bijvoorbeeld een kantoor, moet dus worden gekeken of het gebouw met beperkte aanpassingen weer geschikt kan worden gemaakt voor bewoning. Is dat het geval, dan blijft sprake van een woning. Een pand dat rond 1900 als woning is gebouwd en enkele (tientallen) jaren als kantoor is gebruikt, kan dus nog steeds met 2% overdrachtsbelasting worden verkregen. Dat is zelfs het geval als de koper het ook als kantoor wil gaan gebruiken en niet als woning.

Op welk tijdstip is er een woning in het transformatieproces?

Op dit moment worden veel bestaande gebouwen die oorspronkelijk niet als woning zijn gebouwd getransformeerd naar woningen. Denk bijvoorbeeld aan leegstaande kantoorpanden of oude fabrieksgebouwen. Zolang geen sprake is van nieuw onroerend goed speelt bij de verkrijging van een dergelijk pand alleen de overdrachtsbelasting een rol. Omdat de overdrachtsbelasting een tijdstipbelasting is, moet op het exacte moment van de levering worden gekeken of het pand al van kleur is verschoten naar woning. In de praktijk was echter nog niet in alle gevallen duidelijk hoe dit moest worden getoetst. Kan pas van een woning worden gesproken als de transformatie grotendeels voltooid is, of is het voldoende als op voorhand vaststaat dat er een woning gerealiseerd gaat worden ook al is er in bouwkundige zin nog geen sprake van een woning? Over dit vraagstuk heeft de Hoge Raad zich op 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1779, uitgesproken.

Transformatieproject in zaak Hoge Raad 29 november 2019

In het arrest van de Hoge Raad van 29 november 2019,  ECLI:NL:HR:2019:1779, ging om de verkrijging van een appartementsrecht in een pand dat oorspronkelijk was gebouwd als kantoorpand (toets 1). Op het moment van de verkrijging was de kantoorfunctie al uit het pand gesloopt en was een aanvang gemaakt met de opbouwwerkzaamheden. Op het moment van de verkrijging moest nog wel worden voorzien in staalconstructies ten behoeve van balkons, gereed maken van een berging, casco gereed maken van binnenwanden en kozijnen in het privégedeelte, elektra en centrale verwarming in het privégedeelte en stuc- en spuitwerk in het privégedeelte. Er was dus géén sprake meer van een situatie waarin met niet meer dan beperkte aanpassingen het bouwwerk weer geschikt kon worden gemaakt voor een kantoorfunctie (toets 2). Ook was er al een omgevingsvergunning voor de transformatie naar het pand in woningen. Zowel de Rechtbank als het Hof oordeelden dat sprake was van een woning en dat het 2%-tarief van toepassing was, de Rechtbank op grond van toets 3 en het Hof op grond van toets 2.

Hoge Raad verruimt toepassing 2%-tarief

De Hoge Raad oordeelt nu eveneens dat het 2%-tarief kan worden toegepast als een onroerende zaak die oorspronkelijk niet als woning is gebouwd tijdens het transformatieproces naar woningen wordt verkregen, mits op het verkrijgingsmoment aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. er hebben reeds verbouwingswerkzaamheden plaatsgevonden, en;
  2. de verbouwingswerkzaamheden zijn nog niet afgerond, en;
  3. het is duidelijk dat de verbouwingswerkzaamheden gaan leiden tot de (op)levering van een woning, en;
  4. het gebouw kan alleen met meer dan beperkte aanpassingen weer voor het oorspronkelijke doel geschikt worden gemaakt.

Om te toetsen of aan deze voorwaarden is voldaan moet men kijken naar de aard en de inhoud van de verrichte werkzaamheden, maar ook naar:

  • de inhoud van de koop/-aannemingsovereenkomst(en);
  • de zelfstandige overdraagbaarheid van het verkregen object (hetgeen voor kopers en geldverstrekkers een relevante omstandigheid is), bijvoorbeeld omdat het al in appartementsrechten is gesplitst.

Ook bij transformatieprojecten geldt dat als de bouwkundige staat en kenmerken van de onroerende zaak geen uitsluitsel bieden, de eisen of beperkingen die voorvloeien uit publiekrechtelijke voorschriften (zoals een bestemmingswijziging of omgevingsvergunning) meegewogen kunnen worden. In deze specifieke casus was aan alle voorwaarden voldaan, zodat het 2%-tarief volgens de Hoge Raad van toepassing was op de verkrijging van de woning. Bovendien waren de geldende publiekrechtelijke voorschriften aangepast om bewoning mogelijk te maken.

2%-tarief van toepassing in vroeg stadium in transformatieproces

Het arrest van de Hoge Raad maakt dus duidelijk dat een relatief vroeg stadium tijdens het transformatieproces al sprake kan zijn van een woning waarop het 2%-tarief van toepassing is. Voor de praktijk is het dan ook van groot belang dat voorafgaand aan een transformatieproject wordt beoordeeld of aan de voorwaarden kan worden voldaan die door de Hoge Raad zijn gesteld. Als dat lukt, dan kan een aanzienlijke belastingbesparing worden gerealiseerd.

Heeft u twijfels over toepassing van het 2%-tarief in een specifieke case? Neem dan gerust vrijblijvend contact op.

Gerelateerde dossiers

29 augustus 2025

De in aanmerking te nemen waarde voor de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting

20 mei 2025

C&B More wint bij Gerechtshof: 2% overdrachtsbelasting bij doorverhuizing

8 januari 2024

Komt er een einde van de Villataks?

21 maart 2023

Parkeerruimte, wat is dat voor de BTW?

Specialisten

mr. Priscilla de Haas
Marja van den Oetelaar
mr. John Seerden
mr. André van der Velde
Jacques Raaijmakers
mr. drs. Wicher-Henk Krabbe
mr. Carola van Vilsteren
Sazas Verzuimexperts
mr. Reinder de Jong
Kirsten Kievit LL.M
mr. Nienke ten Donkelaar
Paul Lenos LL.M
mr. Laura Welkers
prof. mr. Jeroen Rheinfeld
mr. Heleen Elbert
Aimée van der Paardt
Ruben Scherpenisse
Léon de Jager
mr. Peter Bregman RB
drs. Volken Holtrop
Martijn Bedaux
Jeroen Bijl
Geert Witlox
mr. Roel de Jong
drs. Pieter Visser RB
Denny Vermeer
mr. Khadija Bozia
Jos van Bavel
Erik Jansen
Olaf van Dijk
Sazas Adviseur Inkomen
Arnaud Booij
Ron Mulder
Daan Durlacher
Mohamed Kaddour LL.M RB
jan wietsma
Jan Wietsma
Nicole Goud
mr. Michiel van der Pol
Martijn Paping MSc
mr. Xander Arends
mr. Ralf Ramakers
mr. Theo Hoogwout
Hans Eijkelenkamp
Jacqueline Nietveld
mr. Roelof Vos
Willem Veldhuizen RE RTAP
Sazas Regresspecialist
Sazas WIA-experts
mr. Sjoerd Bosma
Alex Schrijver
mr. Samad Laghmouchi LLM MBA
Amanda Vollemans
Frits Algie
mr. Toon Hasselman
mr. drs. John Bult
Michiel Opgenoort
Erik Marcus

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen