Inleiding
Dat de werknemersparticipatiegraad in Nederland zo laag is, heeft verschillende oorzaken. Het blijkt dat de complexiteit van de waardering van de aandelen en de lange doorlooptijd van het overleg met de Belastingdienst een belangrijk obstakel is of een showstopper. Maar onbekendheid met het fenomeen werknemersparticipatie is ook een oorzaak van de lage participatiegraad. Daarom is het slim als de mkb-adviseur dit onderwerp actief op de agenda zet bij de directie.
De e-studies in dit themanummer gaan uitgebreid in op de diverse facetten van werknemersparticipatie. Vanuit juridisch perspectief worden de verschillende vormen besproken, evenals de fiscale regelingen voor start-ups en scale-ups, de lucratiefbelangregeling en de financiering van werknemersparticipaties.
De (revival van de) medewerkersparticipatieregeling bij familiebedrijven| Mr. J.W.A. Schenk (HVK Stevens) | 1 PE
Deze e-studie behandelt het volgende. Medewerkersparticipaties zijn grofweg op te delen in ofwel eigenaarschap, waar veelal de zeggenschap en het vergaderrecht vanaf zijn gehaald, dan wel winstdeling in de vorm van instrumenten die veel gelijkenis hebben met aandelen, maar ’slechts’ zien op een deel van de winst, een bonus, die is gekoppeld aan het resultaat van de onderneming of het resultaat van de businessunit of medewerker. Voor welke vorm wordt gekozen, hangt af van status van het bedrijf. Is de waarde hoog, dan zal vaak worden gekozen voor een bonus. Is het bedrijf relatief nieuw en heeft het nog geen hoge waarde, dan wordt vaak gekozen voor een instrument dat vergelijkbaar is met een aandeel. Voor het management is dat veelal anders. Er zal bij managers “skin in the game” nodig zijn. Zowel wanneer het goed gaat als wanneer het slecht gaat, moet de manager dat voelen. Bij medewerkers is vaak alleen de ’plus’ aan de orde.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie weet u dat:
- welke verschillende vormen van medewerkersparticipatieregelingen er zijn;
- wat korte- en langetermijnmedewerkersparticipatieplannen zijn;
- wat de meest voorkomende medewerkersparticipatieregeling is;
- wat het certificatenplan inhoudt.
Werknemersparticipatie regelingen bij start-ups en scale-ups| Mr. H.J. Noordenbos (Deloitte) | 1 PE
Deze e-studie behandelt werknemersparticipatieregelingen bij ondernemingen, met name bij start-ups en scale-ups. Eerst wordt uiteengezet waarom ondernemingen een werknemersparticipatieregeling invoeren. Daarna volgt een beschrijving van de aandelenoptieregeling, met aandacht voor de fiscale behandeling in de loonbelasting en de vennootschapsbelasting. Ook wordt kort ingegaan op de behandeling onder belastingverdragen. Bij de loonbelastingbehandeling komen zowel de huidige regelgeving als de voorgestelde regeling aan bod die Nederland aantrekkelijker moet maken voor start-ups. Daarna volgt een aanvullend voorstel om het vestigingsklimaat voor start-ups verder te verbeteren. Tot slot worden de verschillende aspecten van andere varianten van werknemersparticipatieregelingen kort en schematisch besproken.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie weet u:
- waarom ondernemingen een werknemersparticipatieregeling invoeren;
- wat een aandelenoptieregeling is;
- welke fiscale stimuleringsmaatregelen voor start-ups en scale-ups er in Nederland zijn.
De toekomst van het lucratief belang: van multiplier tot werkelijk rendement | Mr. R.E. Zwier en mr. C.M. Groot (beiden Belastingdienst) | 1 PE
Deze e-studie behandelt het volgende. De lucratiefbelangregeling in de Wet IB 2001 blijft aandacht trekken. De afwikkeling van lucratieve belangen van private-equitymanagers tegen het aanmerkelijkbelangtarief van 31% werd steeds meer een politieke doorn in het oog. Het Belastingplan 2026 bevat daarom een maatregel om de belastingdruk te verhogen naar 36% via een zogenoemde multiplier. Ook wordt er een constructie bestreden waarmee de box 2-heffing kon worden ontlopen. Tegelijkertijd nadert de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (WWR box 3) in 2028. Dat luidt een fundamentele wijziging in van het belastingstelsel en dat heeft ook invloed op de lucratiefbelangregeling. De aanpassing van het tarief via de multiplier is overigens op de valreep uitgesteld tot 1 januari 2028. Of deze verhoging ook daadwerkelijk wordt doorgevoerd, is nog niet zeker.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie:
- weet u wat de actuele ontwikkelingen in de lucratiefbelangregeling zijn;
- bent u op de hoogte van de voorgestelde wijzigingen in de lucratiefbelangregeling die in het Belastingplan 2026 zijn opgenomen;
- kent u op hoofdlijnen de gevolgen van de invoering van de WWR box 3 per 2028 in verhouding tot de lucratiefbelangregeling.
Financiering van werknemersparticipaties | Drs. C. Denneboom RV RAB (ValuePro business valuators) | 1 PE
Deze e-studie behandelt het volgende. Winstdeling wordt steeds vaker ingezet om medewerkers te binden en te motiveren. De Staatssecretaris van Financiën heeft onderzoek laten doen naar fiscale knelpunten die een obstakel vormen voor winstdeling. Winstdeling kan worden onderverdeeld in betalingsconstructies en eigenaarschap. De waardering van aandelen werd als probleem geschetst. De door de staatssecretaris voorgestelde uniforme waarderingsmethode lost dit probleem niet op. De oplossing ligt in samenwerking zoeken met waarderingsdeskundigen uit de praktijk. Bij eigenaarschap wordt de financiering vaak onvoldoende als probleem geïdentificeerd, terwijl dit in de praktijk wel veel discussie geeft met de Belastingdienst.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie kunt u:
- de fiscale knelpunten bij werknemersparticipaties op het gebied van waardering en financiering herkennen;
- de belangrijkste waarderingsmethoden toepassen die duiding geven aan de waarde in het economisch verkeer;
- beoordelen welke factoren een rol spelen bij de zakelijkheid van een financieringsstructuur.
Medewerkersparticipatie; bezint eer ge begint | Drs. R. Loos (BDO Adviesgroep Familiebedrijven) | 1 PE
Deze e-studie behandelt het volgende. Waar het gaat om het binden van sleutelfunctionarissen, is medewerkersparticipatie een stevig instrument. Toepassing daarvan binnen het familiebedrijf is een verhaal apart. De belangen en drijfveren van familie-eigenaren verschillen immers fundamenteel van die van eigenaren van niet-familiebedrijven. Of medewerkersparticipatie dan altijd een gepaste methode is om management te binden, valt nog zeer te bezien. Er zijn volop andere methoden die daarvoor kunnen worden ingezet, ook binnen familiebedrijven. Waarbij binding van management altijd iets zeer persoonlijk is. Mensen verschillen immers in ambities en drijfveren en het is altijd het beste om daarover in gesprek te gaan.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie weet u:
- wat er kenmerkend is aan het binden en boeien van niet-familiemanagement binnen het familiebedrijf;
- welke methoden er zijn om niet-familiemanagement te binden in het familiebedrijf;
- wat de voor- en nadelen zijn van medewerkersparticipatie in het familiebedrijf.
- Mr. J.W.A. Schenk
- Mr. H.J. Noordenbos
- Mr. R.E. Zwier
- Mr. C.M. Groot
- Drs. C. Denneboom RV RAB
- Drs. R. Loos
5 PE
NOB, NOvA, NirV, NOAB, NEVOA, BOBB, SRFA, KNB, EPN, RAB RFP, RB, VRC
