Voor 2026 geldt dat het heffingsvrije vermogen is geïndexeerd. Per persoon bedraagt het heffingsvrije vermogen 59.357 euro. Fiscaal partners hebben gezamenlijk recht op het dubbele bedrag. Dat betekent dat een groter deel van het vermogen buiten de heffing blijft dan eerder werd gevreesd op basis van de oorspronkelijke kabinetsplannen. Die plannen zijn door amendementen in de Tweede Kamer aangepast en maken geen deel uit van het geldende recht.
Ook aan de rendementskant is het uiteindelijke recht minder zwaar dan aanvankelijk politiek voorgesteld. De aangekondigde forse verhoging van het forfaitaire rendement op beleggingen en overige bezittingen is geschrapt. Voor 2026 blijft het forfaitaire rendement voor deze categorie rond het niveau van 2025, zij het licht aangepast op basis van marktcijfers. Banktegoeden worden, net als in voorgaande jaren, belast tegen een lager forfait dan beleggingen. De kern blijft dat het stelsel uitgaat van fictieve rendementen, die los kunnen staan van de werkelijke opbrengst van het vermogen, maar de extreme verzwaring die eerder werd voorzien is uitgebleven. Het feit dat forfaitair rendement en de heffingsvrije som niet zijn aangepast betekent dat die inkomsten elders vandaan moet komen. Dat gebeurt door het versneld afbouwen van de Wet Hillen: de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld wordt sneller afgebouwd. Vanaf 1 januari 2026 daalt dit percentage jaarlijks met 4,8 procentpunt.
Opgaaf Werkelijk Rendement
Ondanks deze bijstellingen kan de forfaitaire heffing ook in 2026 hoger uitvallen dan het daadwerkelijk behaalde rendement. Daarom blijft de tegenbewijsregeling een belangrijk instrument. Wie meent dat het werkelijke rendement over 2026 lager is dan het forfaitaire rendement, kan verzoeken om belastingheffing op basis van het daadwerkelijke resultaat. Dat kan uitsluitend via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement. De Belastingdienst nodigt belastingplichtigen hiervoor gefaseerd uit. Als er een aangite over het betreffende jaar is ingediend kun je ook een Opgaaf Werkelijk Rendement indienen. In de opgaaf moet het volledige box 3-vermogen worden betrokken. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee en kosten zijn in beginsel niet aftrekbaar, met uitzondering van rente op schulden. Dat maakt de berekening strikt en technisch. De regeling is vooral bedoeld als correctiemechanisme voor excessieve uitkomsten, niet als alternatief aangiftesysteem. In de praktijk is toepassing vooral zinvol wanneer het rendement aantoonbaar laag is en goed kan worden onderbouwd.
Aangifte
Na 1 januari 2026 kan de omvang van het box 3-vermogen voor dit jaar niet meer worden gewijzigd. Wel kan bij het doen van aangifte nog worden beoordeeld of de forfaitaire heffing passend is of dat het werkelijke rendement gunstiger uitpakt. Ook de juiste waardering van bezittingen blijft relevant. Denk aan verhuurde woningen, waarbij de leegwaarderatio nog steeds kan leiden tot een lagere box 3-waarde, zij het dat vanaf 2026 strengere voorwaarden gelden bij verhuur tussen gelieerde partijen. Voor groene beleggingen geldt in 2026 nog een vrijstelling, waardoor dit vermogen buiten de heffing blijft. Deze vrijstelling staat echter onder politieke druk en zal de komende jaren verder worden afgebouwd.
Politieke onzekerheid richting 2027 en 2028
Hoewel het box 3-recht voor 2026 vaststaat, is het duidelijk dat dit stelsel tijdelijk van aard is. Politiek bestaat brede consensus dat belastingheffing op basis van fictieve rendementen uiteindelijk moet worden vervangen door een systeem dat uitgaat van werkelijk rendement. Over de vorm en de gevolgen daarvan lopen de meningen echter uiteen. Sommige partijen willen een zo zuiver mogelijke aansluiting bij het werkelijke rendement, andere partijen sturen aan op zwaardere belasting van grotere vermogens of aanvullende herverdelende maatregelen.
De huidige planning is dat een nieuw box 3-stelsel op zijn vroegst per 1 januari 2028 in werking treedt. Dat betekent dat 2026 en waarschijnlijk ook 2027 nog onder het huidige systeem vallen, met mogelijke aanpassingen in percentages, maar zonder fundamentele systeemwijziging. Voor belastingplichtigen betekent dit dat box 3 voorlopig vraagt om actieve aandacht. Niet alleen rond de peildatum, maar ook doorlopend, zodat tijdig kan worden ingespeeld op zowel fiscale keuzes als politieke ontwikkelingen.
Barry de Vent is fiscaal contentspecialist bij Nextens, platform voor fiscale software voor accountants, belastingadviseurs en andere financials.
