Dat schrijft Eerenberg in een Kamerbrief over de toekomstbestendigheid van de Belastingdienst en het ICT-portfolio. Aanleiding zijn onder meer Kamervragen van CDA-Kamerlid Van Dijk over de voortgang en voorspelbaarheid van de modernisering. In het eerste kwartaal van 2027 komt de staatssecretaris met een inhoudelijke roadmap waarin de prioritering voor de komende jaren verder wordt uitgewerkt.
Modernisering slokt capaciteit op
De technische achterstand bij de Belastingdienst ontstond volgens Eerenberg doordat modernisering en Life Cycle Management in het verleden onvoldoende prioriteit kregen. Vanaf 2023 werd daarom nadrukkelijk capaciteit vrijgemaakt om die achterstand weg te werken. Een groot deel daarvan is inmiddels ingelopen, terwijl tegelijkertijd nieuwe wetgeving in de systemen moest worden verwerkt. In 2026 wordt 40 procent van het ICT-portfolio gebruikt voor wetgeving en andere externe verplichtingen.
Volgens de huidige planning nadert de Belastingdienst eind 2028 een omslagpunt. Vanaf dat moment vraagt de modernisering minder capaciteit, al geldt dat niet voor alle onderdelen van de organisatie. Bovendien ligt er al een aanzienlijke voorraad aan nieuwe initiatieven, variërend van wetgevingswensen tot verbeteringen in dienstverlening en toezicht.
“Het omslagpunt betekent dat er geleidelijk meer ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven, waaronder strategische vernieuwing. Maar dat betekent niet dat alles tegelijk kan worden geïmplementeerd”, schrijft Eerenberg.
De ICT-planning blijft bovendien gevoelig voor tegenvallers en nieuwe politieke wensen. Vertraging in één moderniseringstraject kan door de verwevenheid van systemen gevolgen hebben voor andere trajecten. Ook hersteloperaties leggen beslag op de capaciteit, waaronder de werkzaamheden rond box 3 na de arresten van de Hoge Raad.
Van 5 naar minstens 20 procent vernieuwing
Momenteel gaat ongeveer 55 procent van de beschikbare IV-capaciteit naar essentiële modernisering, 40 procent naar wetgeving en externe verplichtingen en slechts 5 procent naar strategische vernieuwing. Eerenberg wil die verhouding de komende jaren veranderen: maximaal 20 procent moet uiteindelijk nog nodig zijn voor essentiële modernisering en ten minste 20 procent moet beschikbaar komen voor strategische vernieuwing.
“De ruimte die in de komende jaren vrijkomt, is niet alleen nodig voor nieuwe wetgeving en beleidswensen, maar ook voor strategische initiatieven en prioriteiten”, aldus de staatssecretaris. Daarmee moeten volgens hem toekomstige maatschappelijke en politieke opgaven sneller kunnen worden opgepakt en moet de dienstverlening aan burgers en bedrijven worden verbeterd.
Een van de initiatieven waarop Eerenberg wil inzetten is een herontwerp van het bezwaarproces. De Belastingdienst kampt met een groeiend aantal bezwaar- en beroepsprocedures. De staatssecretaris verwacht dat generatieve AI die ontwikkeling verder versterkt, omdat het voor burgers eenvoudiger wordt om bezwaren in te dienen. “Door het bezwaarproces te automatiseren en te uniformeren krijgen burgers en bedrijven sneller duidelijkheid en kan de Belastingdienst efficiënter werken.”
Ook wil Eerenberg verouderde systemen voortaan eerder en planmatiger moderniseren als regulier onderdeel van Life Cycle Management. Daarmee moet worden voorkomen dat systemen op het laatste moment met voorrang moeten worden aangepakt en daardoor een groot beslag leggen op de beschikbare capaciteit.
Daarnaast moeten meer generieke voorzieningen worden ontwikkeld die binnen de hele Belastingdienst kunnen worden gebruikt. Voorbeelden zijn Grip op Gegevens, waarmee beter inzicht moet ontstaan in welke gegevens waar worden gebruikt, en het Generiek Platform Document- en Archiefbeheer. Op dat platform moeten uiteindelijk documenten uit de primaire processen centraal worden beheerd. Ook plannen voor Inzage Fiscaal Dossier zijn volgens Eerenberg afhankelijk van dergelijke generieke voorzieningen.
Geen Microsoft 365
De Belastingdienst, Douane en Toeslagen hebben ondertussen ook hun plannen voor de eigen kantoorautomatisering aangepast. De eerder gemaakte keuze voor Microsoft 365 is opnieuw bekeken. In plaats daarvan wordt gekozen voor een on-premises oplossing in combinatie met open source. De software draait daarbij op servers van de Belastingdienst of op servers die door de dienst worden gecontroleerd.
In 2027 moet eerst een on-premises voorziening voor mail en agenda worden gerealiseerd. Later in 2027 en in 2028 volgen Europese open-sourceoplossingen voor persoonlijke opslag en samenwerking. “Daarmee kan gericht toe worden gewerkt naar een duurzame en meer autonome oplossing voor deze functionaliteiten”, schrijft Eerenberg.
De koerswijziging heeft wel gevolgen voor het tijdpad en voor het archiefbeheer. Een aantal voorzieningen voor de informatiehuishouding maakte deel uit van Microsoft 365 en is niet on-premises beschikbaar. De Belastingdienst onderzoekt nog hoe dat moet worden opgelost.
Ook bij de modernisering van de omzetbelasting speelt digitale autonomie een rol. De Belastingdienst neemt de hosting van de leverancier over. Het extra werk dat daarvoor nodig is, zorgt voor vertraging: de livegang van VAT-refund is verschoven naar april 2027 en de uitrol van de binnenlandse omzetbelasting van 1 juli naar het derde kwartaal van 2027.
In het eerste kwartaal van 2027 moet de aangekondigde roadmap duidelijker maken hoe de Belastingdienst de vrijkomende ICT-capaciteit over modernisering, wetgeving en strategische vernieuwing wil verdelen. Eerenberg wil die prioritering daarbij in samenhang met de meerjarige wetgevingskalender met de Tweede Kamer bespreken.
