Van de 1.068 door Knab ondervraagde zzp’ers zou 53 procent tegen het wetsvoorstel stemmen. Negentien procent is voor en 28 procent weet het nog niet. Slechts een kwart denkt dat opdrachtgevers door de nieuwe regels makkelijker zzp’ers zullen inhuren; 48 procent verwacht dat niet.
Het wetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet ging begin deze maand in internetconsultatie. Het kabinet introduceert een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets in het voorstel. Wie aan alle criteria voldoet en daar in de praktijk ook naar handelt, krijgt vooraf zekerheid dat buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt.
Zekerheid vooraf
Wie niet aan de voorwaarden voor die veilige haven voldoet, kan nog steeds onder de bestaande regels als zelfstandige worden aangemerkt. Juist daar zien deelnemers aan de Knab-peiling een risico. Zij vrezen dat opdrachtgevers alleen nog zelfstandigen willen inhuren die vooraf zekerheid krijgen via de nieuwe route.
“Dan val ik niet in de ‘veilige haven’ en dat schrikt mij niet af, maar opdrachtgevers…. dat baart mij zorgen”, aldus een zzp’er in de ICT. Onderzoeker Casper Zwart van Knab ziet hetzelfde risico. “De zorg in de reacties is heel concreet: je mag straks misschien nog steeds zelfstandig werken, maar krijgt geen opdracht meer. Alleen op papier blijven twee routes open. Voor de nieuwe route moeten alle zeven hoofdcriteria worden gehaald. Als opdrachtgevers uitsluitend die route accepteren, kan één ontbrekend criterium genoeg zijn om een zzp’er te weigeren. Ook als diegene onder de huidige regels gewoon zelfstandig mag werken. Dan wordt de route naar zekerheid een harde toegangseis tot opdrachten. Dat risico moet serieus worden meegewogen bij de verdere uitwerking van de wet.”
Vooral drie opdrachtgevers struikelblok
De meeste weerstand bestaat tegen het criterium rond het aantal opdrachtgevers. Voor toegang tot de veilige haven moet een zelfstandige in het lopende en voorafgaande kalenderjaar samen minimaal drie volwaardige opdrachtgevers hebben. Werkt iemand via één intermediair voor verschillende eindklanten, dan tellen die volgens Knab als één opdrachtgever.
Van de ondervraagden heeft 30 procent in 2025 en 2026 samen minder dan drie opdrachtgevers. Onder ICT’ers loopt dat op tot 69 procent. In totaal is 51 procent tegen deze voorwaarde.
Volgens deelnemers houdt het criterium onvoldoende rekening met specialistische opdrachten die maanden of zelfs jaren kunnen duren. “Dat ik gedurende zo’n periode vooral voor één opdrachtgever werk, maakt mij niet ineens minder ondernemer”, zegt een zzp’er in onderwijs en kinderopvang.
Onder ICT’ers is het verzet tegen het hele wetsvoorstel het grootst: 73 procent zou tegenstemmen. Van de zelfstandigen met minder dan drie opdrachtgevers is 74 procent tegen, tegenover 44 procent van de zzp’ers die wel minimaal drie opdrachtgevers hebben.
Niet alle criteria omstreden
Andere onderdelen van de nieuwe toets kunnen wel op brede steun rekenen. Van de deelnemers is 91 procent voor het criterium dat een zelfstandige vrijheid moet hebben bij de uitvoering van het werk. Een afzonderlijke rekening kan rekenen op steun van 89 procent, blijkt uit de peiling.
Meer verdeeldheid bestaat over het verplicht treffen van voorzieningen voor ondernemersrisico’s, zoals pensioenopbouw of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een minimumbedrag daarvoor krijgt steun van 46 procent van de ondervraagden, terwijl 43 procent tegen is.
De zorgen over de bereidheid van opdrachtgevers om zzp’ers in te huren spelen volgens de peiling nu al. Vier op de tien ondervraagde zelfstandigen zeggen dat een opdrachtgever dit jaar een opdracht heeft gestopt of niet heeft laten doorgaan vanwege onzekerheid over zzp-inhuur.
Knab wijst daarnaast op eerder onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daaruit zou blijken dat 41 procent van de opdrachtgevers verwacht zelfstandigen niet meer in te zetten wanneer zij niet aan de nieuwe criteria voldoen.
De internetconsultatie over de Zelfstandigenwet loopt tot en met 29 oktober. Het kabinet mikt op invoering per 1 januari 2028.
