RVU-regeling in het kort
Wat in de media wel de vroegpensioenregeling wordt genoemd, is in feite een drempelvrijstelling bij een RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding). Tot drie jaar voor AOW-datum kunnen werkgevers aan deze werknemers een maximaal brutobedrag van € 2.182 (bedrag: 2024) per maand meegeven, zonder dat daarvoor strafheffing van 52% moet worden betaald. Keert de werkgever meer uit, dan is hij over het meerdere RVU-heffing verschuldigd. De hoogte van de vrijstelling is afhankelijk van het moment waarop de werknemer zijn (eerste) betaling uit hoofde van de RVU ontvangt. Dat uitkeren mag ook als bedrag ineens. De hoogste vrijstelling wordt bereikt als een RVU drie jaar voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd begint. De strafheffing (art. 32ba, lid 1, Wet LB 1964) is in 2006 juist ingevoerd om allerlei vormen van afvloeiingsregelingen in het zicht van pensionering te ontmoedigen. Het kabinetsbeleid is namelijk juist gericht op zo lang mogelijk blijven doorwerken; het bevorderen van arbeidsparticipatie is een belangrijk streven in een vergrijzende samenleving.
De huidige RVU-vrijstelling was een tijdelijke faciliteit, tot 31 december 2025. Er is een uitloop van maximaal drie jaar voor werknemers die vóór 1 januari 2029 de AOW-leeftijd bereiken. De overeenkomst moet dan wél uiterlijk op 31 december 2025 zijn afgesproken. Veel RVU’s worden vastgelegd in een cao, maar een werkgever kan ook individueel een RVU met een werknemer afspreken.
Besluitvorming bij verlengde RVU
Het kabinet hield altijd vast aan het standpunt dat er na 2025 geen nieuwe RVU-vrijstelling meer zou komen. Onder druk van de vakbonden is er dus nu een onderhandelaarsakkoord voor een verlenging van de regeling vanaf 2026, mogelijk zelfs structureel. Daar komt nog wetgeving voor en de verschillende achterbannen moeten akkoord gaan alvorens die nieuwe regeling ingevoerd kan worden. Voor de overheid hangt het er vooral vanaf of het niet teveel gaat kosten en daarom wordt de regeling periodiek gemonitord. Het mogen er namelijk niet (veel) meer worden dan 15.000 individuele uittredingen per jaar, het huidige aantal dat jaarlijks van de RVU gebruik maakt. Er komen in 2025 nog maatregelen op het gebied van duurzame inzetbaarheid om juist te voorkomen dat een werknemer eindigt in een zwaar beroep. De minister van SZW wil verder elke drie jaar kunnen bijsturen als de regeling te populair is geworden. Het eerste zogenaamde ijkmoment is dan in 2028. Als de RVU door sociale partners niet gericht en verantwoord wordt ingezet, kan dat ertoe leiden dat de drempelvrijstelling wordt verlaagd of afgebouwd.
Nieuwe regeling nader beschouwd
De nieuwe regeling is bedoeld voor mensen in snel slijtende beroepen zonder dat er overigens een definitie van wordt gegeven. Werkgevers- en werknemersorganisaties gaan op sectoraal niveau afspraken maken over wat een zwaar beroep is waarvoor de RVU-vrijstelling open staat. Werkgevers die niet onder een cao vallen, kunnen hun eigen toelatingscriteria hanteren voor wie de regeling bestemd is. Bestaande RVU-mogelijkheden in lopende cao’s zullen eind 2025 allemaal aflopen tenzij vóór die tijd een verlenging van de RVU in de nieuwe stijl is afgesproken tussen sociale partners.
Naast de gerichtheid op snel slijtende beroepen, ziet de regeling er als volgt uit. De driejaars-periode voor AOW-leeftijd blijft. De kosten van de regeling zijn ook wederom voor rekening van werkgever. De werknemer betaalt gewoon loon- en inkomstenbelasting en premies volksverzekering over de uitkeringen. Voor mensen in knellende situaties wordt de fiscale ruimte van bruto € 2.182 vergroot met € 300 per maand. Er is geen inkomensgrens gesteld, hetgeen op zichzelf niet onlogisch zou zijn. Het lijkt mij eerlijk en sociaal om met het opnemen van een inkomensplafond een objectieve afbakening in de doelgroep in te bouwen. Uit alle statistieken blijkt namelijk dat mensen met lage inkomens gemiddeld een kortere levensverwachting hebben dan mensen met een hoger inkomen. Mensen met een zwaar beroep en een lage levensverwachting betalen bij pensioenfondsregelingen mee aan het pensioen van collega’s met een hoge levensverwachting. Immers: hoe meer uitkeringsjaren – statistisch gezien – hoe duurder het ouderdomspensioen is. En mensen met een laag inkomen hebben niet de middelen om zelf voor vroegpensioen te sparen. Hogere inkomens kunnen die uitkering bijplussen door (een deel van) hun aanvullend pensioen naar voren te halen, maar lage inkomens hebben die optie niet echt, omdat er dan na AOW te weinig pensioen overblijft.
Slotopmerkingen
Er wordt in de media vaak aan voorbijgegaan dat er eigenlijk al allerlei mogelijkheden zijn om de overgang van werken naar pensioen gemakkelijker te maken. Dat kan ten eerste door het eerder mogen laten ingaan van pensioen, ter overbrugging van de laatste jaren tot aan de AOW. Eventueel zelfs met een extra AOW-overbruggingspensioen boven op het reguliere pensioen. Verder zijn er verlofspaarregelingen die sinds 2021 verruimd zijn en die een werknemer in feite in staat stellen om twee jaar eerder te stoppen met werken. Ten derde kan een werkgever generatieregelingen invoeren ter bevordering om minder te gaan werken (80%) met doorbetaling van loon (90%) en volledige voortzetting van pensioenopbouw (100%). Er zijn varianten denkbaar van deze 80-90-100-regeling.
Maar goed: Vooralsnog heeft de vakbond FNV er een verlenging van de RVU-regeling met een drempelvrijstelling uitgesleept. Of die regeling ook structureel zal zijn, zal in de praktijk afhangen van de mate waarin hiervan gebruik wordt gemaakt. Het mag niet (veel) meer gaan kosten dan dat de huidige regeling kost. Dat zal nog een hele uitdaging worden omdat 2/3e van de werkende mensen zelf vindt dat ze een zwaar beroep hebben. En voor al die gevallen is geen plaats in een RVU.
Theo Willemssen is pensioenfiscalist bij Fiscount.
Deze bijdrage is eerder gepubliceerd op Pensioen Vanmorgen. Met Pensioen Vanmorgen onderbouw je jouw pensioenkennis. Je volgt relevante ontwikkelingen en krijgt nieuwe inzichten door zowel korte als beschouwelijke artikelen. Abonneer je op Pensioen Vanmorgen en ontvang alle ins en outs over pensioenen voor een goed onderbouwd pensioenadvies.