• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Geen onderbouwing voor lager rendement box 3

Geen onderbouwing voor lager rendement box 3

Nieuws

Een belastingplichtige heeft niet aannemelijk gemaakt dat het werkelijke rendement op zijn box 3-vermogen lager was dan het forfaitaire rendement, oordeelt het hof Arnhem-Leeuwarden. Hij heeft weliswaar de begin- en eindwaarde van zijn beleggingen in dat jaar vermeld, maar niet aangegeven of, en zo ja in hoeverre, die waardeverandering het gevolg was van stortingen of onttrekkingen.

18 maart 2026 door Fiscaal Vanmorgen

Een man woont in 2018 samen met zijn partner en zij zijn fiscaal partner van elkaar. Tot hun gezamenlijke bezittingen behoren banktegoeden tot bedragen van € 503.323,- (in Nederland) en € 5.855,- (in het buitenland), beleggingen tot een bedrag van € 1.324.016,- en onroerend goed in het buitenland tot een bedrag van € 145.367,-. De inspecteur legt de man een aanslag op berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.297,- en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 39.596,-. Na een ingediend bezwaarschrift wordt via een beschikking rechtsherstel de aanslag verminderd tot een inkomen in box 3 van € 38.318,-.

Waardedaling beleggingen

De man geeft voor de rechtbank Gelderland aan dat de beleggingen in 2018 een waardedaling van 9% hebben ondergaan. Hij stelt verder dat hij van zijn verhuurde appartement in Canada geen huur heeft ontvangen. Het is de man onbekend of het appartement een waardevermeerdering heeft ondergaan, maar mocht dit het geval zijn dan staat dit in geen verhouding tot het rendement waar de inspecteur mee rekent. Gelet op het geleden verlies op beleggingen is de man van mening dat uit dient worden gegaan van de daadwerkelijk ontvangen rente- en dividendinkomsten.

De inspecteur vraagt zich op de zitting af of met de verminderingsbeschikking gebaseerd op het Besluit rechtsherstel niet reeds uitvoering is gegeven aan het door de Hoge Raad geboden rechtsherstel. Als sprake is van het werkelijk rendement dan is hij van mening dat er geen inzage is gegeven in het geleden verlies op beleggingen en in een eventuele waardestijging of daling van de onroerende zaken in Canada en Frankrijk.

Ongerealiseerde verliezen

De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van het kerstarrest en het daaropvolgende mei-arrest dient te beoordelen of de inspecteur het Besluit rechtsherstel in dit geval adequaat rechtsherstel aan de man heeft geboden. Voor de op rechtsherstel gerichte compensatie dient te worden aangesloten bij het werkelijk behaalde rendement. Hierbij is geen plaats voor het in aanmerking nemen van (ongerealiseerde) verliezen ter zake van aandelen waarvan het in het geheel niet zeker is dat een verlies zich daadwerkelijk voor zal doen.

Hierdoor is, naar het oordeel van de rechtbank, het gelijk aan de man en dient uit te worden gegaan van de daadwerkelijk ontvangen rente- en dividendinkomsten. Daarom bestaat er voor de rechtbank aanleiding de belastingaanslag verder te verlagen dan reeds bij de verminderingsbeschikking is gedaan. Het inkomen uit sparen en beleggen dient te worden vastgesteld op € 16.087,-. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Arrest Hoge Raad 6 juni 2024

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verwijst voor de behandeling naar een arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024. Hierin oordeelt de Hoge Raad dat moet worden aangenomen dat ook bij degene die door het forfaitaire stelsel van de Wet rechtsherstel box 3 wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijke rendement, een schending optreedt van zijn door artikel 1 EP in samenhang met artikel 14 EVRM gewaarborgde rechten.

Hierbij gaat het om een vergelijking tussen het werkelijke en het forfaitair bepaalde rendement, waarbij het rendement op het gehele vermogen (zonder aftrek van het bedrag van het heffingvrije vermogen) van de belastingplichtige in box 3 in de beschouwingen dient te worden betrokken. Dus met inbegrip van de banktegoeden en niet alleen het rendement op bepaalde vermogensbestanddelen of categorieën vermogensbestanddelen. Voor de vaststelling van het werkelijke rendement op het gehele vermogen in box 3 moet gekeken worden naar het saldo van positieve en negatieve resultaten van de verschillende vermogensbestanddelen in het desbetreffende jaar.

Kosten tellen niet mee bij vaststellen rendement

Het hof overweegt dat bij de vaststelling van het rendement op bezittingen geen rekening kan worden gehouden met kosten. En de bewijslast voor de stelling dat het werkelijke rendement lager is dan het (laagste) forfaitair berekende rendement, rust op de belastingplichtige die deze stelling inneemt.

De man licht toe dat er in zijn beleggersportefeuille geen sprake is van gerealiseerde waardeveranderingen en dat er geen wijzigingen zijn aangebracht in de portefeuille, behalve dan herinvestering van dividend. Mutaties in de vermogensbeheer portefeuille betreffen opnames en stortingen die niet eenvoudig individueel van het etiket gerealiseerd rendement of ongerealiseerd rendement voorzien kunnen worden. Volgens de man is de portefeuille als geheel in beginsel “vast” en de waardeverandering moet daarom voorlopig als ongerealiseerd rendement beschouwd worden.

Niet toegelicht hoe waardeverandering is ontstaan

Het hof is van oordeel dat de man met betrekking tot de aandelen die worden beheerd weliswaar heeft aangegeven wat de waarde van deze beleggingen begin en eind 2018 was, maar niet of, en zo ja in hoeverre deze waardeverandering is ontstaan door stortingen in of onttrekkingen aan deze beleggingsportefeuille. Anders dan de man stelt, kan, zo volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024, met kosten van beheer bij het bepalen van het werkelijk rendement geen rekening worden gehouden. De man heeft de gepresenteerde cijfers niet onderbouwd met schriftelijke bescheiden.

Hierop gelet heeft de man niet aannemelijk gemaakt dat het werkelijke rendement lager is dan het op basis van de Herstelwet berekende forfaitaire rendement. Het hoger beroep van de inspecteur is daarmee gegrond.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2026:1330

Categorie: Nieuws Tags: beleggingen, box 3, rendement, werkelijk rendement

Tags: beleggingen, box 3, rendement, werkelijk rendement

Gerelateerde artikelen

30 maart 2026

Forfaitaire rendementspercentages box 3 2025 bekend

27 maart 2026

ING: geopolitieke onrust en fiscale twijfel drukken vertrouwen beleggers

27 maart 2026

Hoge Raad: wijziging box 3-verdeling na massaal bezwaar toch mogelijk

20 maart 2026

Werkelijk rendement in box 3: in 2025 lang niet altijd de voordeligste keuze

Docenten

Rohalt Janssens
René van der Paardt
Aimée van der Paardt
Jurriën van der Heijden
Jeroen Knol
Derwish Rosalia
Joost Severs
Audrey Brunings
Herman van Kesteren
Kirsten Roskam
Ludo Mennes
Rob van Oosterhout
Jan van Wijngaarden
Hans Geuns
Kirsten Kievit
Bob de Koning
Debby Kettler
Debby Kettler
Willem Veldhuizen
Martin de Graaf
Ron Mulder
Teunis van den Berg
Daan van Antwerpen
Patrick Wille
Ognjen Soldat
Peter Kerkhof
Hanneke Kroonenberg
Roger van de Berg
Marja van den Oetelaar
Olga Jansen
Guney Bagislayici
Matthijs van Keulen
Tom Berkhout
Bernard Schols
Michiel Pouwels
Bart Koreman
Bram Lemmens
Chris Dijkstra
Mike Wong
Léon de Jager
Albert Heeling
Wilbert Nieuwenhuizen
jan wietsma
Jan Wietsma
Jan Mooren
Chanien Engelbertink
Hans Tabak
Pieter Kok
Barry Willemsen
Koert van Loon
Rakesh Ghirah
Martine Cranendonk
Winfred Merkus
Martijn Paping
Martijn Paping
Geert Witlox
Joep Swinkels
Arnaud Booij
Imke Bos
Ewoud de Ruiter
Almer de Beer
Almer de Beer
Martijn Bedaux
Alex Schrijver
Kees Beishuizen
Heleen Elbert
Edwin de Witte
Bob van Leeuwen
Casper Mons
John Bult
Erik van Toledo

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 15 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 7 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 6 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 5 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen