Dividendstripping is een complexe fiscale constructie waarbij het juridische en economische recht op dividend wordt gesplitst, met als doel om minder of geen dividendbelasting te betalen. Per 1 januari 2024 zijn al wettelijke maatregelen ingevoerd, maar uit aanvullend onderzoek blijkt dat verdere aanscherping wenselijk wordt geacht.
Vier maatregelen
De nu voorgelegde consultatie bouwt voort op een eerder traject uit 2022, waarin meer algemeen geformuleerde oplossingsrichtingen zijn besproken. Ditmaal gaat het om vier concreet uitgewerkte maatregelen, inclusief conceptwetteksten en toelichtingen.
Twee van de voorgestelde maatregelen hebben een generiek karakter. De eerste is de zogeheten nettorendementbenadering, waarbij wordt gekeken naar het daadwerkelijke economische rendement van een aandeelhouder. De tweede maatregel is geïnspireerd op wetgeving in Duitsland en Oostenrijk en hangt samen met het invoeren van een vorm van houdsterperiode.
Daarnaast bevat het pakket twee meer gerichte maatregelen. Eén daarvan ziet specifiek op pensioenfondsen, terwijl de andere zich richt op situaties binnen concernverband, waarbij elementen van dividendstripping over meerdere entiteiten worden gespreid.
Volgens het ministerie is dividendstripping lastig te bestrijden vanwege de uiteenlopende verschijningsvormen en het verhullende karakter van de onderliggende transacties. Om die reden is gekozen voor een combinatie van generieke en specifieke maatregelen.
Consultatie
De consultatie loopt zes weken en bevat zowel algemene vragen als maatregel-specifieke aandachtspunten. Op basis van de reacties zal het ministerie de voorstellen heroverwegen en bepalen welke maatregelen – al dan niet aangepast – worden uitgewerkt in een wetsvoorstel.
De internetconsultatie loopt tot 28 mei en is hier te vinden.
