De Belastingdienst stuurde de man eerst een uitnodiging om aangifte Inkomstenbelasting te doen, vervolgens een herinnering en uiteindelijk een aanmaning. Omdat een aangifte uitbleef, stelde de fiscus de aanslag ambtshalve vast en legde een verzuimboete van 369 euro op.
Onbetrouwbare post
De belastingplichtige bestreed de boete. Hij stelde dat zowel de uitnodiging als de herinnering en aanmaning hem nooit hadden bereikt. Volgens hem was de postbezorging op zijn Duitse woonadres structureel onbetrouwbaar. Hij had daarvan zelfs aangifte gedaan bij de Duitse politie. Als voorbeeld wees hij erop dat ook een aangetekende uitnodiging voor de zitting in deze belastingzaak niet bij hemzelf, maar bij zijn buurvrouw was bezorgd.
Rechtbank schrapte boete
Bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant kreeg de man aanvankelijk gelijk. Die vernietigde de boete en veroordeelde de Belastingdienst bovendien tot vergoeding van 875 euro aan proceskosten en 50 euro griffierecht. De Belastingdienst ging tegen dat deel van de uitspraak in hoger beroep. Voor het opleggen van een verzuimboete is van belang dat de aanmaning de belastingplichtige heeft bereikt of op zijn adres is aangeboden. De bewijslast ligt daarbij bij de Belastingdienst. Omdat het om een boete gaat, geldt bovendien een strenge bewijsmaatstaf: de relevante feiten moeten buiten redelijke twijfel vaststaan. Ook vindt het hof de verklaring van de man dat hij de brief desondanks niet heeft ontvangen geloofwaardig.
Neem dan een postbus
Tot zover het opbeurende nieuws voor de man met de matige postbode. Juist omdat hij al langere tijd wist dat poststukken hem regelmatig niet bereikten, had hij volgens het hof maatregelen moeten nemen. Hij had bijvoorbeeld een postbus in Duitsland kunnen nemen. Omdat hij ondanks de aanhoudende problemen niets deed om ervoor te zorgen dat belangrijke post hem wel bereikte, komt het niet ontvangen van de aanmaning voor zijn eigen rekening en risico. De verzuimboete is daarom volgens het hof terecht opgelegd. Van afwezigheid van alle schuld is evenmin sprake: daarvoor had de belastingplichtige alle zorg moeten betrachten die redelijkerwijs van hem kon worden verwacht om het verzuim te voorkomen.
Ook matige accountant
De man probeerde de boete ook om een andere reden van tafel te krijgen. Hij wees erop dat hij al lange tijd in procedures was verwikkeld, mede door naar zijn zeggen onjuiste en onvolledige vertegenwoordiging door zijn voormalige accountant. Hij had daardoor aanzienlijke kosten gemaakt en werkte later wel mee aan het vaststellen van de juiste belastingschuld. Ook was volgens hem geen sprake van opzet of grove schuld.
Opnieuw niet overtuigend
Ook dat overtuigt het hof niet. Voor deze verzuimboete zijn opzet of grove schuld niet vereist. Bovendien komen gedragingen van een adviseur in dit geval voor rekening en risico van de belastingplichtige. Dat hij later wel meewerkte, is evenmin reden voor matiging: die medewerking mag volgens het hof van iedere belastingplichtige worden verwacht. De boete van 369 euro was bovendien al het laagste bedrag dat volgens het geldende boetebeleid kon worden opgelegd.
Lees hier de uitspraak.