Dat blijkt uit een bijlage bij een Kamerbrief die Eerenberg deze week naar de Tweede Kamer stuurde, en door het FD werd opgemerkt. Voor het herstel van box 3 is door eerdere kabinetten in totaal 16,6 miljard euro gereserveerd,.
Ruim half miljoen verzoeken inhoudelijk verwerkt
De Belastingdienst heeft tot en met 19 augustus 863.600 formulieren Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) ontvangen, blijkt uit de Kamerstukken. Daarvan zijn er 689.600 verwerkt. In 151.800 gevallen is het formulier niet inhoudelijk in behandeling genomen, bijvoorbeeld omdat het buiten de termijn is ingediend of omdat de belastingplichtige niet tot de doelgroep behoort. Daarmee zijn 537.800 OWR-formulieren inhoudelijk verwerkt. Ongeveer 474.000 daarvan hebben geleid tot een teruggave. In totaal is daarmee 969 miljoen euro aan belasting teruggegeven.
Bij de ramingen voor het herstel werd uitgegaan van ongeveer 1,56 miljoen OWR-formulieren over de belastingjaren 2017 tot en met 2024. Er kunnen nog wel geruime tijd formulieren binnenkomen. Voor belastingjaar 2021 loopt de termijn tot en met 31 december 2026. Voor latere belastingjaren liggen de deadlines verder in de toekomst. De staatssecretaris wil daarom nog geen definitieve conclusie verbinden aan de huidige uitgaven. Er moeten nog formulieren worden verwerkt en belastingplichtigen kunnen bezwaar maken tegen de uitkomst. Ook kunnen nog nieuwe OWR-formulieren worden ingediend.
Wel constateert Eerenberg voor het eerst expliciet dat de hersteloperatie mogelijk goedkoper wordt dan geraamd. “De realisatiecijfers tot nu toe lijken erop te wijzen dat het totale budgettaire beslag van het herstel mogelijk lager kan uitvallen dan destijds geraamd”, schrijft hij.
Tegenbewijs na Hoge Raad
De hersteloperatie is het gevolg van de box 3-rechtspraak van de Hoge Raad. In het Kerstarrest uit 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het toenmalige forfaitaire stelsel in strijd kon komen met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het EVRM. In juni 2024 volgde het oordeel dat ook de Herstelwet box 3 in bepaalde gevallen onvoldoende rechtsherstel biedt wanneer het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijk behaalde rendement.
Belastingplichtigen die daarvoor in aanmerking komen, kunnen daarom met het OWR-formulier hun werkelijke rendement doorgeven. Als dat lager is dan het forfaitaire rendement waarop de aanslag is gebaseerd, kan dat leiden tot een vermindering van de aanslag en een terugbetaling.
Het FD wijst er op dat in de fiscale adviespraktijk al eerder vraagtekens zijn gezet bij de geraamde kosten. Adviseurs constateerden dat veel beleggers in de afgelopen jaren juist een hoger werkelijk rendement behaalden dan het forfaitaire rendement. In die gevallen levert de tegenbewijsregeling geen belastingteruggave op. Bij spaargeld sluit het forfaitaire rendement sinds 2021 bovendien veel nauwer aan bij de daadwerkelijk behaalde rente.
Kamer rekent op meevaller
Ook in de Tweede en Eerste Kamer is eerder gevraagd of de hersteloperatie uiteindelijk goedkoper zou kunnen uitvallen. VVD-Kamerlid Wendy van Eijk zegt tegen het FD dat zij daar inmiddels eveneens rekening mee houdt. Als die meevaller zich daadwerkelijk voordoet, wil Van Eijk van de staatssecretaris weten hoe het verschil met de eerdere ramingen is ontstaan en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken.
JA21 wil een eventuele meevaller gebruiken om het wetsvoorstel voor het toekomstige box 3-stelsel aan te passen. De partij wil, net als onder meer de VVD, af van het belasten van ongerealiseerde waardestijgingen en kiest voor een vermogenswinstbelasting, waarbij belasting pas wordt geheven wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Begrotingsregels
Dat alternatief brengt volgens Financiën echter forse budgettaire gevolgen met zich mee. Doordat belastingheffing wordt uitgesteld totdat bijvoorbeeld aandelen of vastgoed worden verkocht, ontstaan in de eerste jaren minder belastinginkomsten. Volgens Haagse bronnen waarop het FD zich beroept, loopt het budgettaire gat bij uitstel of aanpassing van het nieuwe box 3-stelsel volgens de jongste ramingen op tot 3,2 miljard euro per jaar.
Een eventuele meevaller bij het rechtsherstel kan volgens het kabinet niet zonder meer voor zo’n aanpassing worden gebruikt. De begrotingsregels schrijven voor dat meevallers die niet voortkomen uit nieuw beleid ten goede komen aan de staatsschuld. Bovendien nam de Tweede Kamer voor de zomer een motie aan waarin wordt uitgesproken dat meevallers in box 3 niet moeten worden ingezet voor nieuwe belastingkortingen voor vermogenden.
Van de voor het box 3-herstel gereserveerde 16,6 miljard euro is volgens het FD ongeveer 10 miljard euro in 2024 aan de staatsschuld toegevoegd. Het resterende deel wordt gedekt door hogere belastingen voor onder meer vermogenden en huizenbezitters. Wanneer over de hersteloperatie daadwerkelijk kan worden afgerekend, is voorlopig nog niet duidelijk. Door de resterende OWR-formulieren, toekomstige verzoeken en bezwaarprocedures kan het volgens het FD tot na 2030 duren voordat de definitieve kosten bekend zijn.
