Niet omdat één van die onderdelen op zichzelf bijzonder ingewikkeld hoeft te zijn, maar omdat ze elkaar kunnen beïnvloeden. En juist dan helpt het om niet alleen naar de uiteindelijke erfbelasting te kijken, maar eerst scherp te krijgen welke civielrechtelijke rechten en aanspraken er eigenlijk zijn.


Die €50.000 was toch al gegeven?
Stel dat één van de drie kinderen tijdens leven €50.000 heeft ontvangen. De eerste vraag is dan niet meteen hoeveel erfbelasting daardoor wordt bespaard of extra verschuldigd is. Eerst moet duidelijk zijn wat met die schenking civielrechtelijk moet gebeuren. Moet zij bij de verdeling worden ingebracht of verrekend? Zo ja, dan kan een schenking die jaren geleden feitelijk al uit het vermogen is verdwenen toch opnieuw invloed krijgen op de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen.

Wie alleen naar het banksaldo op de overlijdensdatum kijkt, mist dan een deel van het verhaal. Overigens hoeft een eerdere schenking niet automatisch te worden ingebracht. Of dat moet gebeuren, is een afzonderlijke civielrechtelijke vraag. En zoals verderop zal blijken, kan een schenking óók op een andere manier opnieuw relevant worden.


En dan zijn er nog vier kleinkinderen
Vervolgens blijkt uit het testament dat vier kleinkinderen ieder €25.000 krijgen. Samen gaat daarmee €100.000 naar een volgende generatie. Ook hier is het verleidelijk alleen naar de belastingkolom te kijken. De kleinkinderen blijven in dit voorbeeld ieder binnen hun vrijstelling en betalen daardoor geen erfbelasting. Maar belangrijker is wat er ondertussen met de rest van de nalatenschap gebeurt. Dezelfde €720.000 moet immers anders worden verdeeld. En daarmee komen we bij een onderscheid dat bij de afwikkeling gemakkelijk uit beeld raakt.

Wie krijgt wat is niet dezelfde vraag als wie betaalt wat
Bij een nalatenschap lopen twee berekeningen naast elkaar. Civielrechtelijk wil je weten: waar heeft iedereen recht op? Fiscaal wil je vervolgens weten: wat is ieders belaste verkrijging en hoeveel erfbelasting hoort daarbij? Dat klinkt bijna als hetzelfde, maar dat is het niet. Een legaat, een eerdere schenking, een legitieme portie of een waarderingsverschil kan civielrechtelijk een andere functie hebben dan in de fiscale berekening. De belastingtabel onderaan de aangifte is daarom geen verdelingsstaat. Dat onderscheid wordt nog duidelijker als één van de kinderen is onterfd.
Onterfd betekent niet altijd: uit beeld
In ons voorbeeld wordt kind C onterfd. Zonder verdere actie erft C niets. Maar een kind kan een beroep doen op zijn legitieme portie. Die geeft geen recht op bijvoorbeeld een deel van de woning of de bankrekening, maar leidt tot een aanspraak in geld. Bij drie kinderen bedraagt de legitieme portie in deze eenvoudige situatie de helft van het wettelijke erfdeel: 1/6. De verdeling verandert daarmee opnieuw. En tot zover is het nog redelijk overzichtelijk. Maar wat als eerder ook nog een schenking is gedaan?
Een schenking die ineens weer terugkomt
Voor de omvang van de legitieme portie wordt gerekend met de zogenoemde legitimaire massa. Daarbij kunnen eerdere giften weer relevant worden. In ons voorbeeld wordt een eerdere schenking van €50.000 meegenomen. De feitelijke nalatenschap is nog steeds €720.000. Er verschijnt dus niet plotseling €50.000 op een bankrekening terug. Maar voor deze berekening verandert de grondslag wél.

Dat is precies zo’n moment waarop verschillende begrippen gemakkelijk door elkaar gaan lopen. De nalatenschap verandert niet. De legitimaire massa wel. En daarmee verandert ook de aanspraak van de legitimaris.
De wet kent verschillende categorieën giften die bij de berekening van de legitieme portie kunnen meetellen. Ook een eerdere gift aan een kind kan daardoor opnieuw in de berekening verschijnen. Dat staat los van de vraag of die schenking tussen de erfgenamen ook moet worden ingebracht.
En nu alles tegelijk
Tot nu toe hebben we telkens één element toegevoegd. Een echt dossier heeft alleen de hinderlijke gewoonte zich daar niet aan te houden. In de laatste berekening komen daarom de drie kinderen, de legitieme portie, de kleinkindlegaten en de eerdere schenking samen.

We laten bovendien zien dat een kleinkindlegaat in een testament specifiek ten laste van het erfdeel van een ouder kan zijn gebracht en dat een eerdere schenking tussen erfgenamen nog moet worden ingebracht. Daarmee verandert opnieuw niet alleen wie belasting betaalt, maar vooral wie uiteindelijk welk deel van de nalatenschap draagt.

Dan ontstaat een fiscaal overzicht waarin iedere verkrijger zijn eigen plaats krijgt. Wie de cijfers naast de eerdere afbeeldingen legt, ziet vanzelf dat een betrekkelijk kleine wijziging in de uitgangspunten op verschillende plekken doorwerkt. Niet ieder verschil hoeft daarom apart te worden uitgelegd; juist door de scenario’s naast elkaar te zetten wordt zichtbaar waar iets verandert. En dat is misschien ook de belangrijkste reden om dit soort dossiers integraal te benaderen.
Eerst de rechten, dan de belasting
Een aangifte erfbelasting begint uiteindelijk niet bij het belastingtarief. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wie erfgenaam of legataris is, welke testamentaire bepalingen gelden, welke eerdere vermogensverschuivingen relevant zijn en of iemand een bijzonder recht inroept. Pas daarna heeft het zin de fiscale gevolgen te berekenen. Daarmee wordt ook duidelijk waarom een nalatenschap van €720.000 niet automatisch betekent dat er simpelweg drie keer €240.000 hoeft te worden ingevuld. Soms is dat inderdaad de uitkomst. Maar één eerdere schenking, vier regels in een testament of één kind dat zegt ‘ik beroep mij op mijn legitieme portie’ kan voldoende zijn om opnieuw te moeten kijken. En juist daar wordt rekenen interessant.
De INT in het kort
De INT vervangt de specialist niet, maar ondersteunt de professional bij het uitwerken en doorrekenen van nalatenschappen. Door scenario’s overzichtelijk naast elkaar te zetten en berekeningen controleerbaar te maken, wordt een complex dossier een stuk beter beheersbaar. Elektronische indiening wordt afzonderlijk per aangifte berekend. Zo wordt een lastige vraag een logische uitbreiding van de dienstverlening.
