De Europese Commissie wil de zogenoemde earningsstrippingmaatregel versoepelen. Die beperkt de rente die bedrijven mogen aftrekken van hun belastbare winst. In Nederland is het saldo aan renten momenteel aftrekbaar tot maximaal 24,5 procent van de fiscale EBITDA of € 1 miljoen per belastingplichtige, afhankelijk van welk bedrag hoger is.
Verruiming
De Commissie stelt voor de grens te verhogen naar 30 procent van de EBITDA en de drempel uiteindelijk op € 3 miljoen te stellen. Die hogere drempel zou drie jaar na invoering van de nieuwe regels gaan gelden. Daarnaast wil de Commissie onder meer de rente op bepaalde leningen van externe financiers, zoals banken, volledig aftrekbaar maken.
Bezwaren
Volgens het kabinet kan de earningsstrippingmaatregel door deze versoepelingen grotendeels zijn functie verliezen als instrument tegen grondslaguitholling en winstverschuiving. Ook dreigen de Europese plannen de mogelijkheden te beperken om aanvullende nationale maatregelen tegen belastingontwijking te nemen.
Belastingontwijking via vastgoed
Dat blijkt uit antwoorden van de staatssecretaris van Financiën op Kamervragen naar aanleiding van een vervolgonderzoek naar belastingontwijking via financieringsconstructies met verhuurd vastgoed. Daarbij kunnen vastgoedbeleggers hun vastgoed onderbrengen in verschillende vennootschappen, zodat zij meerdere keren gebruikmaken van de renteaftrekdrempel. Ook kan eigen vermogen worden omgezet in leningen binnen een concern, waardoor aftrekbare rentelasten ontstaan en de belastbare winst wordt verlaagd.
Geen totaaloverzicht
De Belastingdienst heeft momenteel enkele tientallen excessief gefinancierde vastgoedvennootschappen in behandeling. Hoeveel van dergelijke constructies daadwerkelijk voorkomen, is niet bekend. Door beperkte toezichtcapaciteit en het ontbreken van een centrale administratie beschikt de fiscus niet over een totaaloverzicht.
Bovendien is niet altijd vast te stellen of een ondernemingsstructuur om bedrijfseconomische of fiscale redenen is opgezet. Een schatting van de maatschappelijke kosten van deze constructies ontbreekt eveneens.
Drie onderzochte maatregelen
Het kabinet heeft drie maatregelen onderzocht om de belastingontwijking tegen te gaan.
- Afschaffen van de renteaftrekdrempel voor concerns.
Belastingplichtigen die gedurende het jaar hoofdzakelijk deel uitmaken van een concern, zouden geen gebruik meer mogen maken van de drempel van € 1 miljoen. Deze maatregel zou ongeveer 15.000 belastingplichtigen raken, ook wanneer zij niet betrokken zijn bij belastingontwijking. Het kabinet vindt de maatregel daarom onvoldoende doelgericht. De geraamde opbrengst bedraagt ongeveer € 200 miljoen per jaar. - Verlagen van de drempel voor vastgoedvennootschappen.
Voor vastgoedlichamen die in bepaalde mate zijn gefinancierd met leningen van verbonden partijen, zou de renteaftrekdrempel worden verlaagd van € 1 miljoen naar € 200.000. Naar verwachting zouden ongeveer duizend belastingplichtigen hierdoor minder rente kunnen aftrekken. De geraamde opbrengst bedraagt € 50 miljoen per jaar. - Beperken van renteaftrek op leningen binnen een concern.
Rente op leningen van verbonden partijen die worden gebruikt voor de aankoop of het aanhouden van aan derden verhuurd Nederlands vastgoed, zou in beginsel niet aftrekbaar zijn. Belastingplichtigen kunnen wel tegenbewijs leveren, bijvoorbeeld door aan te tonen dat de lening en de vastgoedtransactie overwegend zakelijk zijn of dat de rente bij de verbonden partij naar Nederlandse maatstaven redelijk wordt belast. Deze maatregel zou jaarlijks € 30 miljoen tot € 40 miljoen opleveren.
Vijfhonderd belastingplichtigen
Volgens de staatssecretaris is de derde optie het meest doeltreffend, ondanks de relatief beperkte opbrengst. Deze maatregel bestrijdt zowel het verspreiden van vastgoed over meerdere vennootschappen als het omzetten van eigen vermogen in groepsleningen.
Naar verwachting zouden uiteindelijk ongeveer vijfhonderd belastingplichtigen daadwerkelijk minder rente kunnen aftrekken. Daar staat tegenover dat circa 15.000 belastingplichtigen met extra administratieve lasten te maken kunnen krijgen. Veel ondernemingen zouden een beroep moeten doen op de tegenbewijsregeling om te voorkomen dat hun renteaftrek wordt beperkt.
Extra druk op Belastingdienst
Ook voor de Belastingdienst dreigt een aanzienlijke extra werklast. De staatssecretaris verwacht dat veel ondernemingen vooraf zekerheid zullen vragen over de toepassing van de regeling en de aftrekbaarheid van hun rentelasten. Het is volgens hem zeer de vraag of de fiscus deze stroom aan verzoeken kan verwerken en voldoende personeel kan aantrekken. Hoeveel extra capaciteit nodig zou zijn, is nog niet bekend. Een formele uitvoeringstoets is niet uitgevoerd, omdat er nog geen wetsvoorstel ligt.
Mogelijke problemen
De Europese voorstellen kunnen de invoering van de onderzochte maatregelen doorkruisen. Als de verplichte renteaftrekdrempel van € 3 miljoen wordt ingevoerd, zijn de eerste twee opties in hun huidige vorm niet meer mogelijk. Ook de derde maatregel kan onder druk komen te staan, omdat de Commissie aanvullende nationale maatregelen die raken aan de earningsstrippingmaatregel wil beperken.
Kabinet wacht op Brussel
Het kabinet wil daarom eerst de Europese onderhandelingen afwachten. Het erkent dat die lang kunnen duren, mede doordat unanimiteit tussen de lidstaten nodig is. Volgens de staatssecretaris voorkomt afwachten echter dat nationale maatregelen na nieuwe Europese afspraken alweer moeten worden aangepast. Dat moet bijdragen aan rechtszekerheid en een voorspelbaar fiscaal beleid.
Het kabinet wil zich in Brussel wel inzetten voor behoud van de mogelijkheid om nationale maatregelen tegen belastingontwijking te treffen. Een definitieve keuze voor een van de drie onderzochte opties is nog niet gemaakt.
Lees hier de beantwoording van de Kamervragen.
