
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een navorderingsaanslag erfbelasting van € 10.586.398 vernietigd. De inspecteur beschikte niet over een nieuw feit, waardoor de erfgenaam geen erfbelasting is verschuldigd.
De inspecteur had de navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd omdat, in zijn visie, de fiscale woonplaats van erflater in de periode van 10 jaar voor zijn overlijden in Nederland lag. De zoon en enig erfgenaam is het daar niet mee eens en spant een zaak aan. Tussen partijen is, onder meer, in geschil of de inspecteur beschikt over een nieuw feit op grond waarvan hij erfbelasting mocht navorderen.
Oordeel rechtbank

Geen nieuw feit
De rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur ten tijde van het verstrijken van de primitieve aanslagtermijn over zodanige gegevens beschikte, dan wel had behoren te beschikken, dat hij op basis daarvan in redelijkheid tot de slotsom had moeten komen dat – in zijn visie – erfbelasting is verschuldigd. In verband daarmee had hij bij een behoorlijke taakuitoefening het opleggen van een primitieve aanslag erfbelasting niet mogen nalaten. De inspecteur beschikt daarom niet over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag.
