Wel wordt een verzuimboete vanwege de lange duur van de procedure verlaagd.
Een BV is een dochtermaatschappij van diverse andere BV ’s die vakantieparken exploiteert. Andere activiteiten van de groep zijn het verhuren van ruimte voor stacaravans, chalets en jaarplaatsen alsmede de in- en verkoop van stacaravans en chalets. In 2016 waren ongeveer 120 personen in vaste dienst bij het bedrijf en daarnaast 600 tijdelijke krachten.
Omdat hij strafbare feiten bij het bedrijf vermoedt stelt de inspecteur een boekenonderzoek in naar de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen over het jaar 2014. In 2019 doet de FIOD een inval bij het bedrijf waarbij de administratie in beslag wordt genomen. Een jaar later kondigt de inspecteur aan bij de BV dat het boekenonderzoek wordt uitgebreid naar de jaren 2015 tot en met 2017 en later zelfs naar 2018. Over dat laatste jaar legt de inspecteur bovendien een verzuimboete op wegens het niet tijdig betalen van loonheffingen over het jaar 2018.
Urenbriefjes BEM-mers vernietigd
De naheffingsaanslagen loonheffingen over de tijdvakken gelegen in de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017 hebben deels betrekking op de correcties met betrekking tot het element “zwarte lonen”. De naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 ziet volledig op de correcties met betrekking tot de “zwarte lonen”.
De correcties voor zwarte lonen bedragen € 24.000,- netto per jaar, gebaseerd op getuigenverklaringen. Het gaat daarbij om gemiddeld vijf zwart betaalde personen die 120 uur per week werkten gedurende tien maanden per jaar tegen € 5,- per uur. De strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant constateerde dat bij verschillende parken buitenlandse Europese medewerkers (BEM-mers) werkzaam waren. De strafkamer acht bewezen dat van uit het hoofkantoor aan de parkbeheerders werd gemaild dat de urenbriefjes van de BEM-mers niet gemaild mochten worden, maar vernietigd moesten worden.
Een medewerker op de afdeling personeelszaken verklaarde dat door de enig aandeelhouder van de BV was gekozen om voor deze medewerkers geen contracten op te maken. Door de urenstaten en/of -briefjes te vernietigen, was in de administratie niet te zien hoe veel uren deze medewerkers voor welk bedrag werkzaamheden uitvoerden. Ook dit is bewust buiten de boeken gehouden.
Verschoningsgerechtigde stukken
In geschil voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant is of de BV inderdaad een gebrekkige administratie heeft gevoerd, maar meer nog of de naheffingsaanslagen loonheffingen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. De BV stelde voor de rechtbank dat de inspecteur artikel 8:42 van de Awb heeft geschonden door niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van de inspecteur dat hij nooit de beschikking heeft gehad over stukken van het RIEC- en het tripartite-overleg. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 8:42 van de Awb niet is geschonden.
De BV is van mening dat de inspecteur de naheffingsaanslagen niet kon opleggen omdat de inspecteur ten onrechte inzage heeft gehad in correspondentie met verschoningsgerechtigden. Dit levert volgens de BV een ernstige schending van haar rechten op. De rechtbank overweegt dat zij niet over concrete aanwijzingen beschikt om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de inspecteur. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de inspecteur geen kennis heeft genomen van verschoningsgerechtigd materiaal. Naar het oordeel van de rechtbank is er op dit punt geen sprake van een schending van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur door de inspecteur.
Verklaringen voormalige werknemer
Wat betreft de naheffingsaanslagen neemt de BV het standpunt in dat de correcties enkel gebaseerd zijn op de verklaringen van één voormalige werknemer die bovendien werkzaam is geweest in de periode voorafgaand aan de tijdvakken waarop de naheffingsaanslagen betrekking hebben. Bovendien had de betreffende voormalige werknemer negatieve gevoelens jegens het bedrijf en haar aandeelhouder zodat de verklaringen van deze persoon onbetrouwbaar zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank echter heeft de inspecteur voor alle nageheven tijdvakken de correctie aannemelijk gemaakt. De stelling van de BV dat de voormalige werknemer gedurende de nageheven tijdvakken niet werkzaam was bij het bedrijf is tevergeefs. Gelet op de overwegingen uit de strafrechtelijke uitspraak ten aanzien van de BV en de verklaring van getuigen acht de rechtbank aannemelijk dat in de betreffende tijdvakken sprake is van uitbetaling van zwarte lonen.
Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op alle feiten en omstandigheden, voldoende grond om aan te nemen dat de desbetreffende tijdvakken een constant beeld vertonen wat betreft de van belang zijnde feitelijke situatie ten opzichte van 2015. Niet aannemelijk is geworden dat de voormalige werknemer zodanige negatieve gevoelens tegenover de BV of haar aandeelhouder had dat deze persoon een valse verklaring zou hebben gegeven. Dit brengt mee dat de naheffingsaanslagen terecht en tot juiste bedragen zijn opgelegd.
Verzuimboete verminderd
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de BV in alle tijdvakken gelegen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 te weinig belasting op aangifte afgedragen. Dat betekent dat de BV in verzuim is en dat de verzuimboete als uitgangspunt terecht aan de BV is opgelegd. Van afwezigheid van alle schuld (avas) of een pleitbaar standpunt is echter niet gebleken. De rechtbank ziet wel aanleiding om de boete te verminderen omdat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaken in eerste feitelijke instantie.
De conclusie en het eindoordeel van de rechtbank is dat de naheffingsaanslagen loonheffingen in stand blijven. De verzuimboete over het jaar 2018 wordt ambtshalve verminderd in verband met ‘undue delay’. De BV heeft ook recht op een immateriële schadevergoeding van € 500,-.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2026:1234
Afbeelding ter illustratie.
