Een BV heeft werknemers in dienst die in het buitenland wonen en in Nederland werkzaamheden verrichten. Als de werknemers in Nederland verblijven regelt de BV huishouding en vervoer. Voor het vervoer maken de werknemers gebruik van de auto’s van de BV en de werknemers hebben de autosleutels in hun bezit. De werknemers moeten huur betalen als zij een auto privé gebruiken. Over het tijdvak 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 legt de inspecteur een naheffingsaanslag loonheffingen op aan de BV.
Feitelijke beschikkingsmacht
Hij is van mening dat de beschikkingsmacht over de auto’s bij de werknemers ligt omdat de autosleutels bij de werknemers blijven en er geen strikt toezicht is op de gereden kilometers. In geschil voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de BV dat de feitelijke beschikkingsmacht niet bij de werknemers ligt. Zo bevinden de autosleutels zich in de accommodatie zodat de werkgever op elk gewenst moment kan bepalen welke werknemer een bepaalde auto dient te gebruiken. Een projectmanager of coördinator van de BV, die beiden toegang hebben tot het GPS-volgsysteem, nemen rechtstreeks contact op met werknemers om ritten te controleren.
De rechtbank overweegt dat als een auto door een werkgever ook voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer als uitgangspunt een voordeel als loon in aanmerking wordt genomen (de bijtelling privégebruik). Een auto wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt (het wettelijk vermoeden van privégebruik). Maar daarvoor dient overtuigend te worden aangetoond dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de auto’s door de BV ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers. De autosleutels zijn in het bezit van de werknemers waardoor zij feitelijk altijd gebruik kunnen maken van de auto’s. Verder is het zo dat de BV in de praktijk pas een controle uitvoert naar welke ritten er zijn gemaakt als duidelijk wordt dat er een overschrijding is van meer dan 10% ten opzichte van de zakelijk te rijden kilometers.
Onduidelijke regelingen
De BV heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de auto’s ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers. De stellingen komen er op neer dat de regelingen van de BV volgens haar goed in elkaar zitten en dat iedere zelfstandige beschikkingsmogelijkheid over de auto’s daarmee is uitgesloten. Naar het oordeel van de rechtbank blijft de uitvoering van de regelingen in de praktijk echter onduidelijk. De specifieke instructies van de BV aan de werknemers ontbreken.
Hoewel uit de stukken volgt dat de werknemers huur moeten betalen als zij een auto privé gebruiken, is er geen bewijs dat dit feitelijk ook gebeurde. Bepaalde aangewezen werknemers hadden zelf de sleutel van de auto en de ruimte om bovenop het aantal zakelijke kilometers nog kilometers met de auto te rijden voordat er een controle door de BV plaatsvond naar het gebruik. Hierdoor acht de rechtbank aannemelijk dat auto’s ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers.
Het argument van de BV dat, omdat sprake is van uitgezonden werknemers iedere vervoersbeweging die zij in Nederland maken als zakelijk is te beschouwen, leidt niet tot de conclusie dat de auto’s niet ter beschikking staan. De rechtbank acht niet op voorhand aannemelijk dat iedere vervoersbeweging een zakelijk doeleind heeft, temeer niet nu er geen inzicht is in de gemaakte ritten.
Correctie voor privégebruik is terecht
Nu is vastgesteld dat de auto ’s ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers rest nog de beantwoording van de vraag of de auto ’s niet meer dan 500 kilometers voor privédoeleinden zijn gebruikt. De rechtbank oordeelt dat het aan de BV is om dat aannemelijk te maken. De BV heeft daarvoor bij voorbeeld geen rittenregistratie of ander bewijs daarvoor aangeleverd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de BV daardoor niet aannemelijk gemaakt dat de auto’s niet meer dan 500 kilometer privé zijn gebruikt en heeft de inspecteur terecht een correctie voor privégebruik auto’s vastgesteld.
De opgelegde naheffingsaanslag is geen schending van het recht op ongestoord genot van eigendom. De BV is namelijk van mening dat zij wordt namelijk aangeslagen voor een voordeel wat de werknemers feitelijk niet genieten, terwijl dit in vergelijkbare situaties niet zo is. Van een schending is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De BV veronderstelt dat de werknemers van haar geen voordeel van privégebruik van de auto’s hebben. De BV heeft echter niet bewezen dat dit zo is. De stelling stuit dan ook af op de feitelijke onvergelijkbaarheid met de situatie waar de BV mee vergelijkt.
De naheffingsaanslag loonheffingen blijft in stand.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2026:4929
