Het bedrijf beticht Wolters Kluwer en Tagetik van onrechtmatig handelen, omzetfraude en chantage. Dat blijkt uit een vonnis van de rechtbank Amsterdam van eerder deze maand.
In aanloop naar eventuele andere gerechtelijke procedures spande VantagePoint daarom een kort geding aan tegen Wolters Kluwer. Bij de voorzieningenrechter werd onlangs om een groot aantal stukken gevraagd, waarmee eventuele vorderingen zouden kunnen worden onderbouwd. Maar van de voorzieningenrechter hoeft de Nederlandse informatiegigant voorlopig geen interne documenten en communicatie te overleggen. Het verzoek van het Britse bedrijf is te vaag, veel te ruim geformuleerd en ook het spoedeisende belang (volgens VantagePoint is het bedrijf in financiële problemen gekomen) is onvoldoende aangetoond.
Miljoenencontracten zonder klanten
Het conflict draait om twee distributieovereenkomsten die VantagePoint eind december 2023 sloot met twee dochterbedrijven van Wolters Kluwer: Tagetik UK Limited en het Italiaanse Tagetik Software s.r.l. De contracten, met een totale waarde van ruim 8,5 miljoen euro, hielden in dat VantagePoint voor een vast, onherroepelijk bedrag softwaremodules van Wolters Kluwer zou inkopen.
Maar tot op heden heeft VantagePoint naar eigen zeggen op grond van de overeenkomsten in het geheel geen modules aan klanten geleverd ‘omdat Wolters Kluwer er niet in is geslaagd (of niet bereid is) conform de gemaakte afspraken klanten aan te trekken. Tegelijkertijd wordt VantagePoint wel gehouden aan de betalingsverplichtingen uit die overeenkomsten, waardoor zij op dit moment in financiële nood verkeert.’
Volgens VantagePoint werd het door een van de bestuurders van Tagetik UK gerustgesteld dat de betalingsverplichting – in afwijking van de tekst van de overeenkomsten – navenant verminderd zou worden als er geen resultaten zouden worden geboekt. Volgens de bestuurder staan er in de overeenkomsten bepalingen die niet zouden worden uitgevoerd, maar die er wel in moeten staan (“wording that we will not execute, but has to be in there”).
Onrechtmatig handelen
VantagePoint stelt dat er veel meer aan de hand is. Volgens het Britse bedrijf hebben Wolters Kluwer en de twee Tagetik-dochterbedrijven onrechtmatig gehandeld:
‘In december 2023 is aan VantagePoint voorgehouden dat als gevolg van een wijziging in het distributiestelsel van Wolters Kluwer een lucratieve rol voor VantagePoint zou zijn weggelegd omdat zij klanten zou kunnen bereiken die normaliter voor haar onbereikbaar zijn. In de loop van 2024 is het VantagePoint echter gebleken dat geen sprake was van een wijziging in het distributiemodel maar dat zij vermoedelijk werd misbruikt, zodat Tagetik (en de divisie van Wolters Kluwer waarvan Tagetik deel uitmaakt) de met de overeenkomsten gemoeide bedragen als rapporteerbare inkomsten kon opnemen, zonder dat daar daadwerkelijke verkopen tegenover stonden. Er is dus sprake van niet gerealiseerde omzetten die worden geboekt als gerealiseerd. [De Britse bestuurder, red.] van Tagetik UK erkent in correspondentie met VantagePoint dat zijn meerderen bij Tagetik en Wolters Kluwer hiervan volledig op de hoogte waren. Ook blijkt uit die correspondentie dat andere afdelingen of onderdelen binnen de desbetreffende divisie van Wolters Kluwer betrokken waren en/of hebben meegewerkt aan dit onrechtmatig handelen. Wolters Kluwer heeft ook – in andere settingen dan in het geschil met VantagePoint – onder ogen gezien dat sprake is geweest van “revenu fraud”. [De Britse Tagetik-bestuurder] is om deze reden geschorst. Toen een en ander dreigde uit te komen heeft Wolters Kluwer samen met of door middel van haar dochtervennootschappen ongeoorloofde druk uitgeoefend op VantagePoint om mee te werken aan constructies om dit te verhullen. Toen dat niet mogelijk bleek is VantagePoint onder druk gezet om externe financieringen aan te gaan om de in de boeken van Wolters Kluwer opgenomen vorderingen te voldoen (opdat Wolters Kluwer zou kunnen voldoen aan de eisen van opbrengstverantwoording). Hierbij heeft Wolters Kluwer chantage niet geschuwd. Zij heeft immers gedreigd per direct alle business bij VantagePoint weg te halen als zij niet betaalt.’
Vordering tot inzage afgewezen
De Engelse advocaten van VantagePoint en van Wolters Kluwer en de dochtervennootschappen voerden overleg, maar dat leidde nergens toe. VantagePoint stelde daarom verschillende juridische procedures in het vooruitzicht in Engeland en Nederland. ‘Ter nadere bepaling van haar processuele positie jegens Wolters Kluwer en haar dochtervennootschappen’ eiste VantagePoint via een kort geding in Nederland inzage in een enorme hoeveelheid interne communicatie van Wolters Kluwer. Het betrof onder meer e-mails, WhatsApp-berichten, Signal- en Telegram-berichten, en opnames van Teams- en Zoom-gesprekken tussen tientallen medewerkers en leidinggevenden.
Maar de voorzieningenrechter is niet onder de indruk van het verzoek: ‘Met Wolters Kluwer is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering van VantagePoint op een groot aantal punten te ruim en te generiek is omschreven en dus niet aan het bepaalbaarheidsvereiste voldoet. De vordering komt dan neer op een fishing expedition en dat is niet toegestaan.’
Rechtsbetrekking
Bovendien betwijfelt de rechter of er überhaupt een directe rechtsbetrekking bestaat tussen VantagePoint en Wolters Kluwer. ‘De vordering van VantagePoint is gestoeld op vermeend onrechtmatig handelen gepleegd door Wolters Kluwer. VantagePoint heeft in haar dagvaarding echter onderbelicht welk verwijt zij maakt aan welke vennootschap. Zo heeft Wolters Kluwer er terecht op gewezen dat in punt 24 van de dagvaarding staat dat Wolters Kluwer zich er van bewust is dat zij in gebreke is gebleven met het aanleveren van klanten, terwijl in punt 76 staat dat Wolters Kluwer zich er van bewust is dat haar dochtermaatschappijen hiermee in gebreke zijn gebleven.’
Belangrijk is ook dat Wolters Kluwer als moedervennootschap niet betrokken was bij de totstandkoming van de betwiste overeenkomsten, noch partij was bij de omvangrijke WhatsApp-correspondentie. ‘Voorshands kunnen de verwijten van VantagePoint die hieruit voortkomen dan ook niet aan Wolters Kluwer worden toegerekend’, oordeelt de voorzieningenrechter. ‘Dat Wolters Kluwer zich schuldig zou hebben gemaakt aan chantage of het uitoefenen van ongeoorloofde druk is onvoldoende uit de verf gekomen, zeker tegen de achtergrond dat het onderhavige conflict zich in hoofdzaak afspeelt tussen Engelse vennootschappen (en een Italiaanse vennootschap die een rechts- en forumkeuze voor Engels recht heeft gemaakt) en Wolters Kluwer “alleen maar” de moedervennootschap is van een van die vennootschappen en op afstand functioneert. Indien Wolters Kluwer zich schuldig zou hebben gemaakt aan “revenue fraud” valt voorshands niet in te zien dat dit onrechtmatig is jegens VantagePoint. Op welke gronden sprake zou zijn van groepsaansprakelijkheid is evenmin voldoende uit de verf gekomen. De stelling “dat alles altijd door elkaar liep” is hiervoor niet voldoende. Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat het maar zeer de vraag is of hier sprake is van een rechtsbetrekking in de zin van artikel 194 Rv.’
Geen (spoedeisend) belang
De rechter constateert verder dat VantagePoint ook niet uitlegde waarom het de gegevens die in het kort geding worden gevorderd niet bij Tagetik UK of bij Tagetik s.r.l. kan opvragen ten overstaan van de Engelse rechter die bevoegd is kennis te nemen van het (contractuele) geschil over de uitleg van de Reseller Agreement. ‘Ook in Engeland kan een zogenoemde disclosure-procedure worden gevoerd. Dat dit in Engeland lastiger en duurder is dan in Nederland, zoals VantagePoint heeft aangevoerd, en zij mogelijk om die reden Wolters Kluwer heeft “gebruikt” om in Nederland een rechtsingang te hebben, maakt – voor zover dat al juist is – niet dat zij in dit kort geding een voldoende belang heeft in de zin van artikel 194 Rv.
Dat de financiële continuïteit van VantagePoint op het spel staat is door Wolters Kluwer bestreden en door VantagePoint niet aangetoond. Ook het ontbreken van spoedeisend belang staat dus aan toewijzing van de vordering in de weg.’
Omdat VantagePoint niet voldoet aan alle eisen die in artikel 194 Rv worden gesteld, werd de vordering dus afgewezen.