• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Woekerbelastingrente in beweging

Woekerbelastingrente in beweging

Nieuws

De afgelopen jaren is de belasting- en invorderingsrente uitgegroeid tot een hot topic in het fiscale debat. Wat begon als een principiële discussie over de verhouding tussen prikkel en evenredigheid mondde uit in interessante lagere rechtspraak, recent een stevige conclusie van de Advocaat-Generaal en een aarzelende maar zichtbare beleidsreactie van het kabinet.

14 november 2025 door Fiscaal Vanmorgen

In dit artikel brengt de auteur deze ontwikkelingen samen en schetst de contouren van wat er mogelijk komen gaat. [1]

Van woekerrente naar rechterlijke correctie

In 2023 en 2024 liep de belastingrente voor met name de vennootschapsbelasting op tot 8% respectievelijk 10%.[2] Dat percentage werd door velen als disproportioneel ervaren, zeker in het licht van de marktrente en het niet-punitieve karakter van belastingrente. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 7 november 2024 dat het voor de vennootschapsbelasting vastgestelde percentage in strijd is met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht.[3] Daarnaast verklaarde zij artikel 1, onderdeel b, van het Besluit belasting- en invorderingsrente (hierna: het besluit) onverbindend. Rechtbank Den Haag volgde op 22 juli 2025 met een vergelijkbaar oordeel en benadrukte dat de besluitgever budgettaire belangen wel, maar de belangen van Vpb-ondernemingen nauwelijks had meegewogen.[4] De kern: de regeling is onevenredig.

Deze uitspraken bleven niet zonder gevold. De zaak uit Noord-Nederland is via sprongcassatie rechtstreeks bij de Hoge Raad beland. Vanwege de potentieel brede impact nodigde de Hoge Raad, wat uitzonderlijk is voor de belastingkamer, derden uit om als amicus curiae hun visie te geven. Parallel daaraan wees de staatssecretaris van Financiën op 16 april 2025 bepaalde bezwaren tegen de belastingrente vanaf 1 oktober 2020 aan als massaal bezwaar.[5] Let wel, belastingplichtigen moeten nog steeds individueel bezwaar maken om van een gunstige einduitspraak van de Hoge Raad te kunnen profiteren.

De conclusie van de A-G

De conclusie van A-G Koopman markeert, als de Hoge Raad meegaat in zijn conclusie, een keerpunt. [6] Volgens de A-G is het in het besluit vastgestelde rentepercentage om drie, elk op zichzelf dragende redenen, onverbindend.  Ten eerste heeft de besluitgever met het vaststellen van 8% zijn bevoegdheid overschreden. Ten tweede schendt de vaststelling het motiveringsbeginsel en ten derde is het percentage onevenredig.  Tegen deze achtergrond acht de A-G het aannemelijk dat de Hoge Raad zal oordelen dat 8% belastingrente voor de vennootschapsbelasting geen stand houdt.

Belangrijk is de vraag wat voor dit onevenredige percentage in de plaats zou moeten komen.  De A-G adviseert in ieder geval aan de Hoge Raad te kiezen voor aansluiting bij de wettelijke rente (niet-handel) van artikel 6:119 BW als vervangend referentiepunt.  Als alternatief noemt hij een terugval naar het voorheen geldende percentage van 4%.  Over andere heffingen dan de vennootschapsbelasting spreekt de A-G zich voorzichtig uit, met de kanttekening dat daarover geen partijdebat heeft plaatsgevonden. Niettemin is de kern van zijn analyse breder relevant, nu de doelen van belastingrente – compensatie, prikkel en neutraliteit – stelselmatig over de verschillende heffingen heen spelen.  In de amicus-curiae-bijdragen klonk vooral de boodschap door dat de huidige rente geen gelijke tred houdt met marktrentes en door belastingplichtigen als boetematig wordt ervaren.[7] Wij wachten met spanning het oordeel van de Hoge Raad af.

Kabinetsreactie: beperkte stappen, grote keuzes doorschuiven

In de tussentijd heeft het kabinet op 20 oktober 2025 gereageerd op de eerder gepresenteerde beleidsopties voor de belasting- en invorderingsrente.[8] In dat verslag van schriftelijk overleg erkent het kabinet dat de systematiek de afgelopen jaren is versnipperd, maar kiest het – mede gelet op de demissionaire status en budgettaire implicaties – niet voor een integrale herziening. Structurele beslissingen over bijvoorbeeld koppeling aan marktrentes, differentiatie per doelgroep of ontkoppeling tussen belastingen en toeslagen worden doorgeschoven naar een volgend kabinet. Wel kondigde het kabinet twee concrete maatregelen aan.  Allereerst wordt de rente op terugvorderingen en nabetalingen van toeslagen geschrapt, in de erkenning dat zo’n rente in die context geen effectieve gedragsprikkel vormt.  Daarnaast wordt de invorderingsrente per 2026 vastgesteld op 4,3%; een beperkte aanpassing ten opzichte van het huidige niveau van 4%. Tegelijkertijd houdt het kabinet vast aan enkele uitgangspunten: een prikkel die “iets” boven marktniveau ligt, met de ECB-depositorente als referentie en een bescheiden opslag, en de mogelijkheid om voor de vennootschapsbelasting een hogere opslag te hanteren omdat ondernemingen gemiddeld een hoger rendement zouden kunnen behalen.  Het beeld dat resteert is dat de Hoge Raad vermoedelijk eerder knopen doorhakt dan dat de wetgever een stelselwijziging doorvoert.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor ondernemingen en particulieren staat één lijn intussen vast: rust op de regeling is er nog niet. Zolang de Hoge Raad geen definitieve uitspraak heeft gedaan en de wetgever geen structurele herijking doorvoert, is het raadzaam de vinger aan de pols te houden en waar passend tijdig bezwaar te maken tegen in rekening gebrachte belastingrente.  De aanwijzing tot massaal bezwaar biedt een vangnet, maar alleen voor wie ook individueel binnen de termijn opkomt tegen het concrete rentebesluit.  Tegelijkertijd lijken beleidsmatige bewegingen – zoals het schrappen van rente op toeslagen en het vastzetten van invorderingsrente – te wijzen op een behoedzame verschuiving richting lagere en beter uitlegbare rentes.

Vooruitblik

De combinatie van rechterlijke uitspraken, de indringende conclusie van de A-G en de voorzichtige politieke respons maakt één punt duidelijk: het huidige renteregime is niet houdbaar in de vorm waarin het in 2023 en 2024 is toegepast.  Tegen die achtergrond is het verstandig dat de wetgever proactief orde op zaken stelt, in plaats van te wachten op een allesbepalend arrest.  Een onmiddellijke verlaging naar in elk geval 4,3% zou de disproportionaliteit wegnemen, de voorspelbaarheid vergroten en langdurige procedures voorkomen.  Dat past in de bredere oproep dat de overheid niet procedeert omdat het kan, maar alleen als het moet, en voorkomt een herhaling van langslepende dossiers waarin juridische onzekerheid en uitvoeringspraktijk botsen. Het is zaak pragmatisch te handelen en de belastingrente normatief te herijken op basis van marktrealiteit, transparante motivering en evenredigheid.  Daarmee wordt niet alleen recht gedaan aan de positie van belastingplichtigen, maar ook aan het gezag en de legitimiteit van het fiscale stelsel als geheel.

Roelof Vos is werkzaam bij Hertoghs advocaten-belastingkundigen en is als auteur en specialist verbonden aan Fiscaal Vanmorgen.


[1] Zie voor eerdere bijdragen van auteur en kantoorgenoten: Woekerbelasting in beweging, cassatienieuws: belastingrente, oproep aan de overheid: pas de woekerbelastingrente nu meteen aan en wat vindt de amicus curiae van de belastingrente? Advocatenblad.

[2] Zie voor een overzicht van de percentages van de afgelopen jaren: overzicht percentages belastingrente.

[3] Rechtbank Noord-Nederland, 7 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4361.

[4] Rechtbank Den Haag, 22 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16368.

[5] Kamerstukken II, 2024/25, 31066 nr. 1460.

[6] Concl. A-G Koopman, ECLI:NL:PHR:2025:1044.

[7] Zie bijvoorbeeld: Amicusprocedure belastingrente – NOB voor de reactie van de NOB.

[8] Kamerstukken II, 2024/25, 32140 nr. 282.

Categorie: Nieuws Tags: belastingrente, invorderingsrente

Tags: belastingrente, invorderingsrente

Gerelateerde artikelen

1 oktober 2025

Advies aan Hoge Raad: belastingrente voor bedrijven moet omlaag

29 juli 2025

Herstel box 3 kan door rentevergoeding bijna half miljard duurder uitpakken

27 mei 2025

Hoge Raad vraagt ieders mening over hoogte belastingrente op aanslag Vpb

9 mei 2025

Ook bezwaarproces belastingrente nu ‘massaal bezwaar’

Docenten

Bob van Leeuwen
Edwin de Witte
Alex Schrijver
Martijn Paping
Martijn Paping
Jeroen Knol
Rohalt Janssens
jan wietsma
Jan Wietsma
Geert Witlox
Heleen Elbert
Saskia Jacobsen
Imke Bos
Audrey Brunings
Hanneke Kroonenberg
Roger van de Berg
Casper Mons
Patrick Wille
Koert van Loon
Ewoud de Ruiter
Chanien Engelbertink
Teunis van den Berg
Daan van Antwerpen
Hans Tabak
Willem Veldhuizen
Derwish Rosalia
Barry Willemsen
Wilbert Nieuwenhuizen
Ludo Mennes
Ron Mulder
Winfred Merkus
Arnaud Booij
Bob de Koning
Jasper de With
Joep Swinkels
Jan Mooren
Bram Lemmens
Guney Bagislayici
Debby Kettler
Debby Kettler
Martine Cranendonk
Kirsten Roskam
Joost Severs
Almer de Beer
Almer de Beer
Marja van den Oetelaar
Chris Dijkstra
Bernard Schols
Kirsten Kievit
Léon de Jager
Herman van Kesteren
Pieter Kok
Albert Heeling
Martin de Graaf
Kees Beishuizen
Martijn Bedaux
Erik van Toledo
John Bult
Rakesh Ghirah

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 20 weergaven

  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 14 weergaven

  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 13 weergaven

  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 11 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen