Met de Integrale Nalatenschap Tool (INT) kunt u als professional profiteren van deze trend. In een vorige sessie hebben wij al een aantal artikelen geschreven in deze blog, om te illustreren hoe de INT het u makkelijker maakt bij het vaststellen van diverse waarden. Dit is het 2de artikel van een nieuwe reeks.
Fictieve verkrijgingen
Fictieve verkrijging (FV) betekent dat de wet bepaalde verkrijgingen (zoals schenkingen of rechten) behandelt alsof ze krachtens erfrecht (door overlijden) zijn verkregen, ook al gebeurde dat niet direct via een testament of wettelijke erfenis. Hiermee wordt belastingontwijking voorkomen.
Veel voorkomende FV zijn:
- Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden, als iemand in Nederland woont en schenkt kort voor zijn dood, wordt dit als fictieve erfenis gezien. Dit geldt niet voor schenkingen aan goede doelen of als de schenker niet in NL woonde.
- verblijvings- of
- overnemingsbedingen, bijv. in huwelijksvoorwaarden of vennootschappen: als goederen automatisch naar de langstlevende gaan, telt dit als fictieve erfenis.
De verkrijgers zijn de personen die de (fictieve) waarde ontvangen, zoals: erfgenamen of legatarissen (via testament), familieleden (bloed- of aanverwanten tot in de 4e graad, zoals kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen) maar vooral partners (gehuwden, geregistreerde partners of samenwoners met notariële samenlevingsovereenkomst). Als er meerdere verkrijgers zijn, wordt de belasting per persoon berekend op basis van hun relatie tot de overledene tegen de geldende tarieven en vrijstellingen.
- Bij overlijden binnen 180 dagen wordt de schenking “teruggedraaid” en fictief opgeteld bij de erfenis in de erfbelastingaangifte. Om dan dubbele heffing (schenk- én erfbelasting over dezelfde waarde) te voorkomen, geldt anticumulatie: je mag de betaalde schenkbelasting verrekenen met de erfbelasting. Dit is geen automatisme; je moet het aanvragen in de erfbelastingaangifte. De verrekening is evenredig echter altijd nadeliger voor de verkrijger.
De formule voor verrekenbare schenkbelasting luidt:
Verrekenbaar bedrag = (Waarde fictieve schenking/Totale verkrijging (erfenis + fictieve schenking)) * {Betaalde schenkbelasting} met het voorbeeld uit de jurisprudentie: stel een schenking van €31.713 (fictief binnen 180 dagen), totale verkrijging €81.713, betaalde schenkbelasting €2.500. Dan is de verrekening: (€31.713 / €81.713) × €5.022 = €1.949. De rest (€2.500 – €1.949 = €651) wordt niet verrekend, wat leidt tot een lichte dubbele belasting.
afbeelding 1: voorbeeld verplichte opgave schenking afgelopen 180 dagen voor ook een erfgenaam.

Praktische tips: bij de aangifteprocedure vermeld je de fictieve schenking en vraag je de verrekening aan. Bewaar bewijs van betaalde schenkbelasting. Uitzonderingen: dit geldt niet voor schenkingen aan goede doelen of als de erflater niet in NL woonde (of kleine schenkingen onder de vrijstelling). Als je wacht met aangifte schenkbelasting tot na de 180 dagen, moet je toch alsnog ook schenkbelasting betalen. Het uitgangspunt is altijd de grotere vrijstelling van de erfgenaam optimaal te benutten dus niet schenken bij kleinere vermogens.
afbeelding 2: vermelding fictieve verkrijging in overzicht erfenis.

afbeelding 3: voorbeeld afrekening bij de individuele erfgenaam naast de andere verkrijgingen.

Een verblijvingsbeding is een clausule in een overeenkomst (bijv. koopcontract of samenlevingscontract) die zegt: “Bij overlijden van een van ons gaat het goed automatisch naar de langstlevende.” Het wordt fictief omdat de verkrijger het aandeel van de overledene “krachtens erfrecht” (erfbelasting) verkrijgt, ook al is het contractueel. Uitzondering: Voor gehuwden of partners met notariële akte geldt het vaak niet als fictie, maar voor bijv. vrienden wel.
- Fictieve verkrijging uit pensioen BV/NV voor de partner. In het algemeen geldt dat (verhoogde) pensioenuitkeringen aan de partner geen onderdeel zijn van de erfenis, hoogstens voor het bepalen van de imputatiewaarde (tot en met een wettelijk minimum)
Echter bij pensioen in eigen beheer (via een BV, vaak bij DGA’s) is er een specifiek mechanisme. Bij overlijden van de pensioengerechtigde valt de pensioenverplichting vrij (geen toekomstige uitkeringen meer aan de overledene), wat leidt tot een waardestijging van de BV (minder verplichtingen op de balans). Deze stijging van de aandelenwaarde wordt als FV gezien en belast met erfbelasting bij de verkrijgers (incl. de partner), ook als de aandelen niet direct in de nalatenschap zitten.
Als bijv. de partner de verkrijger is (bijv. via erfenis van aandelen of als aandeelhouder), gaat de Belastingdienst “verder” met de erfbelastingberekening voor haar (incl. de nieuwe imputatie waarde berekening indien wel toekomstige uitkeringen worden genoten) en de nog niet genoten vrijstelling. De FV wordt bij haar persoonlijke verkrijging opgeteld. Er is geen aparte heffing; het is één geïntegreerde berekening. Dat geldt ook voor de andere verkrijgers als zij al erfgenaam waren. Anders volgen individuele erfbelastingberekeningen voor deze personen.
afbeelding 4: voorbeeld individuele afrekening bij de partner

Pensioen in eigen beheer wordt sinds 2017 uitgesmeerd, maar bestaande regelingen kunnen nog gelden. Het geheel is überhaupt complex en daarom ook de INT om te assisteren bij de berekeningen want details maken het verschil.
Volgende keer lichten we toe hoe je met een quasi wettelijke verdeling en renteovereenkomsten in eerste instantie erfbelasting betaling kan opschuiven naar de volgende ronde en ook gebruik kan maken van rentedragende vordering om de erfbelasting voor de volgende ronde te reduceren.
We hebben de INT bewust met een zeer aantrekkelijke prijs gepositioneerd zodat iedere professional die zich met afwikkeling van nalatenschappen bezig houdt, deze kan ontdekken. Ons streven is dat iedere professional de INT gaat gebruiken, eventueel tijdelijk naast een al bestaande oplossing.
Groeit u ook mee met de INT? Vraag een gratis demo aan of bestel vandaag nog!