De tuchtrechter oordeelt dat de accountant daarmee in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit. De klacht van de NBA wordt daarmee volledig gegrond verklaard.
Zaak nr: 25/2666 Wtra AK
Fictieve renteaftrek
De kwestie draait om de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2014 tot en met 2017. Daarin bracht de accountant aanzienlijke bedragen aan eigenwoningrente in aftrek. Voor een groot deel van die rente ontbraken echter bewijsstukken van de leningen.
Volgens de Belastingdienst ging het onder meer om een bedrag van ruim €30.000 aan rente in één jaar dat niet kon worden onderbouwd. De fiscus corrigeerde de aangiften en legde navorderingsaanslagen op. Ook werd geoordeeld dat sprake was van (voorwaardelijke) opzet.
De accountant vocht die correcties aan, maar kreeg zowel bij de rechtbank Den Haag als in hoger beroep bij het gerechtshof nul op het rekest.
‘Constructie met gesloten beurzen’
In de tuchtprocedure erkende de accountant dat hij gebruik had gemaakt van een constructie waarbij “geld over en weer werd geleend”, zonder dat daar documentatie van bestond. Hij kwalificeerde dat achteraf als “dom en ondoordacht” en voerde geen inhoudelijk verweer tegen de klacht.
De Accountantskamer is bijzonder kritisch over die verklaring. Volgens de tuchtrechter heeft de accountant structureel en over meerdere jaren renteaftrek geclaimd zonder onderbouwing. Bovendien zette hij de constructie voort, ook nadat de Belastingdienst kritische vragen stelde.
Ook privé onder tuchtrecht
Ook de eigen belastingaangiften van de accountant vallen volgens de Accountantskamer wel degelijk onder het tuchtrecht: “Het indienen van de eigen belastingaangifte moet worden aangemerkt als een professionele dienst, omdat het werkzaamheden zijn waarvoor betrokkene zijn vakbekwaamheid als accountant aanwendt of kan aanwenden. Betrokkene handelde dus in de uitoefening van het accountantsberoep. De accountant moet zich bij het verrichten van de professionele dienst houden aan alle fundamentele beginselen uit de de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).”
Ernstige schending integriteit
De tuchtrechter rekent het de accountant zwaar aan dat hij handelde uit eigen financieel gewin en de onjuiste aangiften ook in rechte bleef verdedigen. Dat hij later erkent dat het anders had gemoeten, verandert daar niets aan.
Een uiterst kwalijke zaak, oordeelt de Accountantskamer: “Betrokkene heeft voor eigen gewin gehandeld en heeft geprobeerd te profiteren van een fictief, te hoog opgevoerde belastingaftrek. Dat is een uiterst kwalijke zaak, waarmee betrokkene het accountantsberoep in diskrediet heeft gebracht. De Accountantskamer is van oordeel dat bij zo’n ernstige schending van de integriteit en professionaliteit de maatregel van doorhaling op zijn plaats is.”
De maatregel is fors: doorhaling van de inschrijving met een verbod op herinschrijving van vijf jaar. Dat de accountant zich eerder al vrijwillig had uitgeschreven uit het register, maakt daarbij geen verschil. Zonder maatregel zou hij zich in principe opnieuw kunnen inschrijven.
