• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Legitieme portie leidt niet tot schuld maar tot goederenrechtelijke aanspraak

Legitieme portie leidt niet tot schuld maar tot goederenrechtelijke aanspraak

Nieuws

Twee broers die hun legitieme portie in de nalatenschap van hun vader inroepen, verkrijgen daarmee naar het oordeel van de Hoge Raad geen vorderingsrecht op hun moeder, maar een goederenrechtelijke aanspraak. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de erfbelasting en de omvang van de nalatenschap van de moeder.

22 april 2026 door Fiscaal Vanmorgen

Een vader die gehuwd was in algemene gemeenschap van goederen en twee zonen heeft is overleden in 1995. Bij testament heeft de vader zijn echtgenote, die in 2019 is overleden, benoemd tot enige erfgenaam. De twee broers doen een beroep op hun legitieme portie in de nalatenschap van hun vader. Hun legitieme porties bedragen tezamen 4/9e deel van de nalatenschap. Tot de nalatenschap behoort onder meer het aandeel van vader in de echtelijke woning die op zijn naam stond. De twee broers zijn de erfgenamen van moeder, ieder voor de helft.

Schuldig gebleven erfdeel

Bij de vaststelling van de aan een van de zonen opgelegde aanslag erfbelasting gaat de inspecteur ervan uit dat op de nalatenschap van de moeder een “schuldig gebleven erfdeel” in mindering komt in verband met het beroep van de man en zijn broer op de legitieme portie in de nalatenschap van vader. De inspecteur stelt de waarde van die schuld vast op ruim € 73.000,- inclusief rente.

Verder gaat de inspecteur ervan uit dat de man als zoon van moeder (erflaatster) geen aanspraak kan maken op de partnervrijstelling van artikel 32, lid 1, onderdeel 4°, letter a, van de Successiewet 1956. De man doet ook een beroep op de partnervrijstelling omdat hij na het overlijden van zijn vader (erflater) namelijk samen met zijn moeder in de woning woonde en mantelzorg verleende.

De man stelt voor het gerechtshof Den Haag dat hij en zijn broer door het inroepen van de legitieme portie inzake de nalatenschap van vader een vorderingsrecht op moeder hebben verkregen wegens overbedeling van moeder, en dat over die vorderingen rente moet worden berekend. Bovendien is de man van mening dat de inspecteur is uitgegaan van een te geringe waarde van die vordering (voor oprenting).

Volgens de man moet namelijk worden uitgegaan van een hogere waarde van de voormalige echtelijke woning op de sterfdatum van vader. De inspecteur had daarom volgens hem om die beide redenen een hoger bedrag aan schuldig gebleven erfdeel in mindering moeten brengen bij de berekening van de omvang van de nalatenschap van moeder.

Geen vorderingsrecht, wel aanspraak

De Hoge Raad is van oordeel dat het hof terecht heeft aangenomen dat de man en zijn broer door het inroepen van de legitieme portie op grond van het hier toepasselijke erfrecht dat gold tot 1 januari 2003 een goederenrechtelijke aanspraak hebben gekregen en niet een vorderingsrecht op moeder. Het oordeel van het hof dat, aangezien de nalatenschap van vader niet is verdeeld, de man geen vorderingsrecht op moeder wegens overbedeling heeft verkregen en dat dus geen rente daarover behoort te worden berekend, geeft naar het oordeel van de Hoge Raad niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

De Hoge Raad acht het oordeel van het hof, dat vader in zijn testament een ouderlijke boedelverdeling heeft gemaakt ten behoeve van moeder, en dat de broers geen vorderingsrecht op het vermogen van vader zouden kunnen krijgen, onjuist. Bij een ouderlijke boedelverdeling had wel een vordering van de kinderen op moeder kunnen ontstaan, wat onverenigbaar zou zijn met de oordelen van het hof. De gedingstukken laten echter geen andere conclusie toe dan dat moeder in dat testament tot enige erfgenaam was benoemd. En dat door het overlijden van vader naar de bedoeling van het testament geen te verdelen gemeenschap ontstond.

De klacht van de man dat de inspecteur is uitgegaan van een te lage waarde van de woning ten tijde van het overlijden van vader, en daarmee van een te lage waarde van de schuld wegens “schuldig gebleven erfdeel” voor oprenting, behoeft naar het oordeel van de Hoge Raad geen behandeling. Het beroep op de legitieme portie heeft geleid tot een goederenrechtelijke aanspraak van de man en zijn broer, en niet tot een schuld van moeder.

Een schuld van moeder had wel kunnen ontstaan bij een latere verdeling van de nalatenschap van vader. Maar zoals het hof heeft geoordeeld is de nalatenschap van vader niet verdeeld. Voor de bepaling van de omvang van de nalatenschap van moeder is niet van belang wat de waarde zou zijn van een dergelijke schuld.

Artikel 128 Overgangswet NBW

De Hoge Raad is van oordeel dat bij de vaststelling van de omvang van die nalatenschap rekening dient te worden gehouden met de goederenrechtelijke aanspraak van de man en zijn broer als legitimarissen die als gevolg van het overlijden van vader, deelgenoten zijn geworden in de tot zijn nalatenschap behorende gerechtigdheid van vader tot die woning. Zij waren dat ook nog ten tijde van het overlijden van moeder, aangezien in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat de nalatenschap van vader op dat moment nog niet was verdeeld.

Het oordeel van het hof dat de goederenrechtelijke aanspraak van de man en zijn broer in de nalatenschap van vader ten tijde van het overlijden van moeder in 2019 was uitgewerkt berust naar het oordeel van de Hoge Raad op een onjuiste rechtsopvatting. Artikel 128 van de Overgangswet NBW brengt voor nalatenschappen die zijn opengevallen voor 1 januari 2003 mee dat de legitimaris zijn onder het oude erfrecht ontstane bevoegdheid ook nog kan blijven uitoefenen nadat het nieuwe erfrecht op die datum in werking is getreden.

De legitimaris dient daartoe wel een verklaring af te leggen die inhoudt dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. Daarvoor is niet vereist dat de legitimaris binnen die termijn zijn legitieme portie ook daadwerkelijk opeist, bijvoorbeeld door het vorderen van verdeling van de nalatenschap. Nadat de man en zijn broer door het inroepen van hun legitieme portie in de nalatenschap van vader een goederenrechtelijke aanspraak hadden verkregen, bracht artikel 128, lid 2, van de Overgangswet NBW dan ook niet mee dat die aanspraak na afloop van de in die bepaling genoemde termijn was uitgewerkt. Het hof heeft op juiste wijze rekening gehouden met die goederenrechtelijke aanspraak.

Partnervrijstelling niet van toepassing

Het beroep van de man op de partnervrijstelling faalt in cassatie. De Hoge Raad is van oordeel dat de partnervrijstelling is bedoeld voor personen die een wederzijdse zorgplicht hebben die is gerelateerd aan een samenlevingsverband dat geen verband houdt met hun bloedverwantschap in rechte lijn. De Hoge Raad overweegt daarbij dat de relatie tussen een ouder en een kind voort vloeit uit hun bloedverwantschap en wanneer zij samen (blijven) wonen zal die bloedverwantschap maatschappelijk gezien blijven en niet de keuze om als partners door het leven te gaan.

De Hoge Raad is daarom van oordeel dat daarom voor de toepassing van art. 14 EVRM samenwonende bloedverwanten, zoals de man en moeder, niet vergelijkbaar zijn met andere samenwonende partners. De relatie tussen bloedverwanten in de rechte lijn zoals in dit geval de man en moeder verschilt feitelijk en juridisch zozeer van die van andere personen, dat zij voor de toepassing van het verdragsrechtelijke discriminatieverbod niet als gelijke gevallen kunnen worden aangemerkt.

Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.

Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2026:669

Categorie: Nieuws Tags: erfbelasting, Hoge Raad, nalatenschap, testament

Tags: erfbelasting, Hoge Raad, nalatenschap, testament

Gerelateerde artikelen

4 mei 2026

Kosten aanmaning parkeerboete ook bij ontbrekende e-mailnotificatie niet onterecht

22 april 2026

Bestuurder geen pleger bij niet doen aangifte vennootschapsbelasting

14 april 2026

Truffels zijn geen voedsel: Hoge Raad zet streep door laag btw-tarief

10 april 2026

Hoge Raad: belastingrente van 4% niet onevenredig voor andere belastingen dan vpb

Docenten

Jan van Wijngaarden
Jurriën van der Heijden
Alex Schrijver
Chris Dijkstra
Jasper van den Bergen
Joep Swinkels
Jan Mooren
John Bult
Willem Veldhuizen
Kirsten Kievit
Martin de Graaf
Albert Heeling
Almer de Beer
Almer de Beer
Kirsten Roskam
Joost Severs
Ludo Mennes
Edwin de Witte
Martijn Paping
Martijn Paping
Bernard Schols
Debby Kettler
Debby Kettler
Tom Berkhout
Winfred Merkus
Heleen Elbert
Rohalt Janssens
Peter Kerkhof
Léon de Jager
Martine Cranendonk
Barry Willemsen
Arnaud Booij
Bob van Leeuwen
Herman van Kesteren
Teunis van den Berg
Aimée van der Paardt
Casper Mons
Bram Lemmens
Ewoud de Ruiter
Rakesh Ghirah
Martijn Bedaux
Guney Bagislayici
Matthijs van Keulen
Wilbert Nieuwenhuizen
Erik van Toledo
Daan van Antwerpen
Bob de Koning
Tim van Wordragen
Hanneke Kroonenberg
Mike Wong
Audrey Brunings
Jeroen Knol
Marja van den Oetelaar
Hans Geuns
Roger van de Berg
Michiel Pouwels
Ron Mulder
Patrick Wille
Chanien Engelbertink
Ognjen Soldat
Hans Tabak
René van der Paardt
Imke Bos
Bart Koreman
jan wietsma
Jan Wietsma
Koert van Loon
Pieter Kok
Rob van Oosterhout
Olga Jansen
Derwish Rosalia
Kees Beishuizen

Blogs

  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 8 weergaven
  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 7 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 6 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 5 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen