De zaak draait om een fiscale eenheid die een squashcentrum met horecagelegenheid exploiteert. Sporters kunnen daar voor een bepaalde tijd, tegen een bepaald tarief of op basis van een abonnement een squash- of padelbaan huren. Daarnaast exploiteert de fiscale eenheid horecavoorzieningen, geeft zij squash- en padellessen, bespant zij rackets en verkoopt zij sportartikelen en kleding.
De fiscale eenheid sloot met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst. Daarin verplichtte zij zich om vanaf 1 januari 2024 over de verhuur van de squash- en padelbanen omzetbelasting af te dragen tegen het verlaagde tarief van negen procent, in afwachting van een rechterlijke uitspraak.
Vrijgestelde verhuur of sportbeoefening?
De fiscale eenheid maakte bezwaar tegen de teruggaafbeschikking omzetbelasting over juni 2024. Volgens haar was over de verhuur van squash- en padelbanen aan particuliere sporters ten onrechte negen procent omzetbelasting in rekening gebracht. Zij stelde dat de verhuur moet worden aangemerkt als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken.
De inspecteur dacht daar anders over. Volgens hem was sprake van het gelegenheid geven tot sportbeoefening in de zin van Tabel I, post b.3, van de Wet op de omzetbelasting 1968. In dat geval geldt het verlaagde btw-tarief van negen procent.
Exclusief gebruiksrecht
Rechtbank Den Haag verwijst naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het begrip ‘verhuur van onroerende goederen’. Daaruit volgt dat het wezenlijke kenmerk van verhuur is dat aan een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en tegen vergoeding het recht wordt verleend om een onroerende zaak te gebruiken alsof hij eigenaar is, en om ieder ander van dat gebruik uit te sluiten.
Bij de beoordeling moet volgens de rechtbank worden gekeken naar alle eigenschappen van de handeling en de omstandigheden waaronder die plaatsvindt. Beslissend is de objectieve aard van de prestatie, ongeacht hoe partijen die zelf aanduiden. Daarbij geldt ook dat diensten die verband houden met sportbeoefening zoveel mogelijk als één geheel moeten worden beschouwd.
Als een prestatie niet alleen bestaat uit het passief ter beschikking stellen van een terrein, maar ook uit commerciële activiteiten zoals toezicht, beheer, voortdurend onderhoud en het ter beschikking stellen van andere installaties, is de verhuur van het terrein in beginsel niet de overheersende prestatie.
Geen actief toezicht in de hal
De fiscale eenheid stelde dat bij de verhuur van de squash- en padelbanen juist sprake is van een passieve handeling. Volgens haar is voor het beoefenen van squash of padel geen verdere specifieke dienstverlening nodig. Door het huren van een baan krijgt de sporter gedurende een vooraf bepaalde tijd het exclusieve gebruiksrecht van die baan.
De banen kunnen worden gereserveerd tussen 9.00 uur en 01.00 uur. Die tijden komen overeen met de openingstijden van de horeca. Het horecapersoneel opent en sluit het pand, maar er is geen personeel aanwezig in de squash- en padelhal. Vanuit het horecagedeelte is geen zicht op de banen en er wordt ook geen toezicht gehouden. Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de verlichting niet werkt, kan een sporter zich melden bij de bar.
Passief ter beschikking stellen
De rechtbank volgt het standpunt van de fiscale eenheid. Volgens de rechtbank verkrijgt de particuliere sporter door het maken van een reservering in het online reserveringssysteem het exclusieve gebruiksrecht van een specifieke squash- of padelbaan op een bepaalde datum en gedurende een bepaalde tijd. Het gebruik van die baan is tijdens de gereserveerde periode voor anderen uitgesloten.
Daarmee is volgens de rechtbank sprake van vrijgestelde verhuur van onroerende zaken aan particuliere sporters. Het standpunt van de inspecteur dat de sporter een complex van diensten afneemt en dat sprake is van toezicht, volgt de rechtbank niet.
Dat er toiletten, kleedruimten en douches aanwezig zijn en dat een sporter in uitzonderlijke gevallen een horecamedewerker kan aanspreken, maakt volgens de rechtbank niet dat de prestatie meer inhoudt dan het passief ter beschikking stellen van een baan. Ook het feit dat de banen worden verhuurd aan personen die daar willen squashen of padellen, maakt dat niet anders.
Het beroep van de fiscale eenheid is daarom gegrond. De teruggaaf omzetbelasting wordt verhoogd.
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2026:9437
