Het wereldkampioenschap voetbal van dit jaar is het grootste en langste ooit – het Nederlands elftal is alweer een paar weken thuis, maar de halve finales zijn nog in volle gang. In financiële zin is het ook na de finale nog lang niet afgelopen, want het WK in drie landen (de VS, Canada en Mexico) is ook een grensoverschrijdend belastingdossier. Naast teams, media en sponsors maken ook bonussen, prijzengeld en reclame-inkomsten een rondje langs verschillende belastingstelsels.
Tijdelijk werk altijd belast
Zeker in de Verenigde Staten kan het een interessante puzzel worden voor belastingadviseurs. Wie tijdelijk ergens werkt, blijft zeker in de VS niet onopgemerkt bij de belastingdienst. Wie inkomsten geniet in het land van Trump, kan een aanslag verwachten. Dat geldt voor spelers, artiesten, coaches, teamstafleden, media en bedrijven die WK-gerelateerde diensten leveren. De Amerikaanse fiscus eist zijn deel op van wedstrijdfees, salarissen, team- of bondsbonussen, promotie-inkomsten en andere vergoedingen die samenhangen met het evenement.
Concreet betekent het dat alle niet-werknemers een formulier kunnen ontvangen waarmee ze opgave moeten doen van hun bruto-inkomsten. Die zijn dan voor 30% belast – tenzij er een belastingverdrag of uitzondering is die de inkomsten vrijstelt.
Niet elke staat heeft eigen inkomstenbelasting
Omdat het toernooi over drie landen is verdeeld, kan de belastingaangifte een aardig papierwerkje worden. De Franse sterspeler Kylian Mbappé speelde bijvoorbeeld in New Jersey tegen Senegal. Daar is hij belastingplichtig voor de inkomsten rondom die wedstrijd. De Portugese routinier Cristiano Ronaldo trof het mogelijk beter: hij speelde in Houston, in het Mexicaanse Guadalajara en in Miami. De staten Texas en Florida heffen zelf geen individuele inkomstenbelasting, maar het kan zijn dat de federale belastingdienst IRS nog om de hoek komt kijken.
Een belastingverdrag kan uitkomst bieden, maar dan moet daar wel voorafgaand aan de aangifte een beroep op worden gedaan. De Engelsman Harry Kane kan bijvoorbeeld profiteren van de deal tussen de VS en het Verenigd Koninkrijk, maar Lionel Messi heeft weinig troeven in handen omdat Argentinië geen verdrag heeft met de Amerikanen. Wel is hij al belastingplichtig in de VS omdat hij in Miami speelt.
Ook steden houden hun hand op
En dan is er nog de jock tax: een belasting die een staat kan heffen, gebaseerd op het aantal werkdagen in die staat, gedeeld door het totaal aantal werkdagen maal het relevante inkomen. Zo kan Californië tot 13% belasting opeisen. Anderzijds zouden Florida, Gerogia en Missouri hun belastingrechten hebben opgegeven in ruil voor het mogen organiseren van enkele wedstrijden. Goed nieuws voor Oranje, dat één wedstrijd speelde in Kansas City (Missouri). Of toch niet? Ook op stadsniveau liggen belastingen op de loer. En laat nu net Kansas City 1% belasting rekenen aan niet-inwoners die daar werken.
Op nationaal niveau hebben deelnemende voetbalbonden wel belastingvrijstelling weten te bedingen in Mexico en Canada.
Verdrag met Nederland
Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en de VS kunnen de Amerikanen belasting heffen over alle inkomsten die de spelers fysiek in de VS verdienen, zoals wedstrijdpremies, winstbonussen en specifieke commerciële vergoedingen. Die inkomsten moeten ze ook in hun woonland opgeven en daar wordt een vermindering of vrijstelling gegeven voor de in de VS al betaalde belasting.
Bron: Accounting Today
