Het kabinet wil het fiscale vestigingsklimaat voor startups en scale-ups verbeteren, onder meer met een gunstigere behandeling in box 3 vanaf 2028 en vanaf volgend jaar een fiscaal aantrekkelijke aandelenoptieregeling voor werknemers. Beets stelt dat de rekening van deze belastingvoordelen (deels) bij de traditionele mkb-ondernemer wordt gelegd. “Het kabinet financiert nieuwe belastingvoordelen voor startups en scale-ups deels door bestaande ondernemersfaciliteiten voor het traditionele mkb af te bouwen. Waar de overheid decennialang het brede ondernemerschap ondersteunde – via generieke faciliteiten zoals zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling – verschuift de focus steeds nadrukkelijker naar startups, scale-ups en innovatieve groeibedrijven.” Beets vraagt zich af of dat een logische modernisering van het beleid is of een risico voor het traditionele mkb.
Flink gesnoeid
Hij somt op in welke ondernemersfaciliteiten de laatste vijf jaar is gesnoeid: doteringen aan de fiscale oudedagsreserve, afbouw van de zelfstandigenaftrek, verlaging van de mkb-winstvrijstelling, afschaffing van de stakingsaftrek en de voorgenomen afschaffing van de meewerkaftrek.
BV-ondernemers hebben te maken met de aanpassing van het tarief in de vennootschapsbelasting, verhoging van het tarief in box 2 en de afbouw van heffingskortingen. “De motivering voor afbouw of afschaffing verschilt per maatregel: dekking van de aandelenoptieregeling voor startups en scale-ups, dekking voor een pakket waarmee het kabinet de gevolgen van hoge energie- en brandstofprijzen voor burgers en bedrijven wil opvangen, ontmoedigen zzp’ers en wisselgeld om geld uit het Europese coronaherstelfonds veilig te stellen.”
Er is meer dan innovatie
Beets wijst naar onderzoek van DNB dat concludeert dat de Nederlandse productiviteitsgroei stokt omdat te veel kapitaal en arbeid vastzit bij kleine bedrijven, die nauwelijks doorgroeien. “De koers van het kabinet is dan ook fiscale ondersteuning van sectoren waar het draait om innovatie en schaalbare verdienmodellen. De gedachte is dat middelen moeten worden ingezet waar de productiviteit het hardst kan groeien. En dat zijn doorgaans niet de klassieke middenstanders.”
Maar in de wereld van innovatie en schaalbare verdienmodellen is niet voor iedereen een plek, aldus Beets. Er is ook een tekort aan ambachten en vakmanschappen waarbij handwerk, kennisoverdracht en regionale binding centraal staan. “Voorts biedt het ondernemerschap kansen aan mensen die niet tot hun recht komen in loondienst, maar juist in zelfstandigheid tot bloei komen. Met het versoberen van de ondernemersfaciliteiten wordt hun steeds meer de pas afgesneden.”
Prikkel wordt rem
Het jaarbericht Staat van het mkb 2025 maakt een onderscheid tussen een kleine groep koplopers en een grote middengroep: “Het ‘peloton’ van traditionele mkb-bedrijven. Dat peloton vertegenwoordigt het grootste deel van werkgelegenheid, maar blijft achter in productiviteit en innovatie. Het rapport benoemt impliciet ook een spanning tussen focus op productiviteit en dat wat het traditionele mkb levert zoals werkgelegenheid en leefbaarheid in alle regio’s en daarmee een stabiele, dragende basis van de economie.”
Dat hogere belastingdruk minder ruimte betekent voor educatie en investeringen blijkt ook uit de Kleinbedrijf Index van juni 2026, aldus Beets. “Minder investeringen betekenen een grotere achterstand in digitalisering en innovatie. En dat vergroot weer het verschil met de kopgroep. Wat bedoeld is als een prikkel tot vernieuwing, kan zo onbedoeld uitpakken als een rem en onbenut laten van potentie.”
Afbouw heeft pakket nodig
Generieke ondernemersfaciliteiten afbouwen en tegelijkertijd selectieve stimulering vergroten, verschuift de belastingdruk naar het traditionele mkb, betoogt Beets. “De discussie over fiscale stimulering van ondernemerschap gaat niet over de vraag óf startups steun verdienen. Dat is evident. De vraag is in hoeverre die steun gefinancierd moet worden door het afbouwen van ondersteuning elders. Wanneer is de verschuiving van inclusiviteit naar efficiëntie nog in balans? De afbouw van generieke ondernemersfaciliteiten zou gepaard moeten gaan met een pakket dat onderscheid maakt tussen starters, traditioneel mkb, doorgroeiers en achterblijvers.”
