Dat oordeelt de rechtbank Overijssel. Hoewel de adviseur volgens de rechtbank twee beroepsfouten heeft gemaakt, heeft Oveon onvoldoende aannemelijk gemaakt dat die fouten ook daadwerkelijk tot de geleden schade hebben geleid.
Aandeelhoudersconflict
Het belastingadvieskantoor kreeg eind 2022 de opdracht om Oveon fiscaal en financieel te adviseren over een voorgenomen herstructurering. Aanleiding was een conflict tussen de drie middellijke aandeelhouders. Nadat twee bestuurders waren afgetreden, ontstond voor Oveon de verplichting haar aandelen in het bedrijf Sentium aan de andere aandeelhouders aan te bieden.
De fiscaal adviseur begeleidde de onderhandelingen over die uittreding en las op verzoek van de enige overgebleven bestuurder mee met een concept-vaststellingsovereenkomst. Later ontstond een geschil over een eerder uitgekeerd interim-dividend van 37.950 euro. Volgens Sentium was dat dividend zonder geldig aandeelhouders- en goedkeuringsbesluit uitgekeerd en moest het worden terugbetaald. De rechtbank Midden-Nederland gaf Sentium daarin gelijk. Oveon stelde vervolgens haar belastingadviseur aansprakelijk voor de schade die zij daardoor had geleden.
Maatstaf: fiscaal adviseur, geen algemeen jurist
De rechtbank stelt voorop dat de opdracht uitsluitend betrekking had op fiscale en financiële advisering. Daarom moet het handelen van de adviseur worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf van een redelijk bekwaam en redelijk handelend fiscaal adviseur, en niet van een algemeen juridisch adviseur.
Dat de adviseur tijdens de uitvoering van de opdracht ook met civielrechtelijke vraagstukken werd geconfronteerd, maakt dat volgens de rechtbank niet anders. Beslissend is de aard van de opdracht. Ook een LinkedIn-profiel waarop de adviseur zichzelf als fiscaal jurist omschrijft en een externe publicatie waarin hij een “ervaren jurist” wordt genoemd, veranderen die maatstaf niet.
Geen verwijt over dividenduitkering
Oveon voerde aan dat de adviseur al tijdens een aandeelhoudersvergadering begin januari 2023 had moeten waarschuwen dat voor de dividenduitkering geen geldig aandeelhouders- en goedkeuringsbesluit bestond.
De rechtbank volgt dat niet. De adviseur was aanwezig om aandelen te waarderen in het kader van de herstructurering. De dividenduitkering kwam tijdens de vergadering slechts zijdelings aan de orde. Hij had geen kennis van de statuten of het dividendbeleid en hem was ook niet gevraagd daarover advies te geven. Van een fiscaal adviseur mag volgens de rechtbank niet worden verwacht dat hij uit eigen beweging een niet-fiscale kwestie onderzoekt die toevallig tijdens de uitvoering van zijn opdracht ter sprake komt.
Grenzen eigen deskundigheid niet onderkend
Anders ligt dat bij de beoordeling van de vaststellingsovereenkomst. In een eerste concept verleenden Oveon en de andere aandeelhouders elkaar over en weer finale kwijting. In een volgende versie voegde de advocaat van de andere aandeelhouders een uitzondering toe voor de vordering van Sentium op Oveon vanwege het uitgekeerde interim-dividend. De fiscaal adviseur vond die uitzondering een “ontoelaatbare beperking van de vrijwaring” en drong erop aan deze te schrappen. Dat gebeurde ook.
Achteraf bleek echter dat de vordering van Sentium ook zonder die uitzondering helemaal niet onder de kwijtingsbepaling viel, omdat Sentium geen partij was bij dat onderdeel van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat van een fiscaal adviseur niet kan worden verwacht dat hij zelfstandig de juridische gevolgen van een dergelijke kwijtingsbepaling kan doorgronden. Daarom treft hem geen verwijt dat hij dat niet heeft onderkend.
Wel had hij volgens de rechtbank moeten beseffen dat hij hiermee buiten zijn eigen vakgebied terechtkwam. Toen de bestuurder hem vroeg de overeenkomst mee te lezen, had hij duidelijk moeten aangeven dat hij niet over de benodigde civielrechtelijke expertise beschikte en moeten adviseren een jurist of advocaat in te schakelen.
In plaats daarvan las hij de overeenkomst zonder voorbehoud mee, maakte inhoudelijke opmerkingen en drong hij aan op het schrappen van de uitzondering. Daarmee gaf hij volgens de rechtbank de indruk dat hij de juridische gevolgen kon beoordelen, terwijl hij zich onvoldoende rekenschap had gegeven van de grenzen van zijn eigen deskundigheid. Dat levert een beroepsfout op.
Ook beroepsfout bij beoordeling proceskansen
De rechtbank verwijt de adviseur daarnaast dat hij zich later stellig uitliet over de kans van slagen van de vordering van Sentium. Volgens de rechtbank had hij ook toen moeten onderkennen dat het om een juridisch vraagstuk buiten zijn expertise ging.
In plaats daarvan stelde hij dat de vordering geen kans van slagen had en raadde hij Oveon zelfs af een advocaat te raadplegen. Ook daarmee handelde hij niet zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend fiscaal adviseur mocht worden verwacht.
Waarom ontbreekt het causale verband?
Ondanks deze beroepsfouten wijst de rechtbank de gevorderde schadevergoeding af. Volgens de rechtbank heeft Oveon onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat de schade daadwerkelijk het gevolg is van de gemaakte fouten.
De rechtbank benadrukt dat de beroepsfout niet was dat de adviseur had moeten weten dat de vordering van Sentium buiten de kwijtingsbepaling viel. Van een fiscaal adviseur mocht die juridische kennis juist niet worden verwacht. Zijn fout bestond uitsluitend uit het nalaten de bestuurder te adviseren een gespecialiseerde jurist of advocaat in te schakelen.
Voor aansprakelijkheid moet daarom aannemelijk zijn dat de bestuurder dat advies ook daadwerkelijk zou hebben opgevolgd. Volgens de rechtbank heeft Oveon dat onvoldoende onderbouwd. De onderneming heeft slechts aangevoerd dat zij vermoedt dat de bestuurder de overeenkomst niet zou hebben ondertekend als hij had geweten dat de vordering van Sentium niet onder de kwijtingsbepaling viel. Dat is volgens de rechtbank iets anders dan de vraag of hij een advies om een jurist te raadplegen ook daadwerkelijk zou hebben opgevolgd.
Daarbij weegt mee dat de bestuurder destijds vooral belang had bij een snelle afronding van de vaststellingsovereenkomst. Hij was vanwege het geëscaleerde aandeelhoudersconflict uit het gezamenlijke kantoorpand gezet en wilde zo snel mogelijk weer toegang krijgen. Volgens de adviseurs waren alle voor hem belangrijke afspraken al in de overeenkomst opgenomen en speelde de reikwijdte van de kwijtingsbepaling tijdens de onderhandelingen geen rol. Oveon heeft dat niet weersproken. Daarom acht de rechtbank niet aannemelijk dat de bestuurder de ondertekening zou hebben uitgesteld om alsnog juridisch advies in te winnen.
Ook de tweede beroepsfout leidt niet tot aansprakelijkheid. Oveon had zich namelijk al kort nadat Sentium het dividend had teruggevorderd, ondanks het advies van de fiscaal adviseur, alsnog door een advocaat laten adviseren. Ook daarom ontbreekt volgens de rechtbank het vereiste causale verband.
De rechtbank verklaart voor recht dat het belastingadvieskantoor is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat de fiscaal adviseur persoonlijk onrechtmatig heeft gehandeld door zijn professionele zorgplicht te schenden. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen en iedere partij draagt de eigen proceskosten.
