• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Loonvordering oud-aandeelhouder accountantskantoor strandt ondanks arbeidsovereenkomst

Loonvordering oud-aandeelhouder accountantskantoor strandt ondanks arbeidsovereenkomst

Nieuws

Een voormalig aandeelhouder en bestuurder van het Amersfoortse accountantskantoor Finex kan in kort geding geen aanspraak maken op doorbetaling van loon op basis van een arbeidsovereenkomst die naast een managementovereenkomst was gesloten.

19 augustus 2026 door Fiscaal Vanmorgen

De kantonrechter acht onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat na 1 januari 2026 nog recht bestaat op loon. Daarbij weegt mee dat de samenwerking volgens de rechter al was beëindigd door opzegging en bovendien onder de finale kwijting in een vaststellingsovereenkomst viel.

Managementconstructie

De zaak was aangespannen door een bestuurder die via zijn persoonlijke bv sinds 2016 aandeelhouder was van Finex. Zijn bv sloot destijds zowel een aandeelhoudersovereenkomst als een managementovereenkomst met het accountantskantoor. Voor de werkzaamheden van de bestuurder betaalde Finex een jaarlijkse managementvergoeding van 63.000 euro exclusief btw aan de bv.

Op 2 januari 2020 tekenden de bestuurder en Finex daarnaast een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het overeengekomen salaris bedroeg 57.232 euro bruto per jaar inclusief vakantietoeslag. De overeenkomst bepaalde echter dat het salaris niet rechtstreeks aan de bestuurder zou worden betaald, maar aan zijn bv, waarna de doorbetaaldloonregeling zou worden toegepast. De loonbetaling maakte daarmee onderdeel uit van de bestaande managementvergoeding.

Op het moment dat de bestuurder in 2025 als aandeelhouder uittreedt, sluiten de aandeelhouders een vaststellingsovereenkomst. Daarin is vastgelegd dat de managementovereenkomst nog doorloopt tot en met 31 december 2025, waarna deze rechtsgeldig is opgezegd. Ook spreken partijen finale kwijting af voor alle rechten en verplichtingen uit hoofde van het aandeelhouderschap, de aandeelhoudersovereenkomst, de managementovereenkomst én “overige onderlinge afspraken die hun oorsprong vinden vóór 1 juli 2025”.

Voorlopige beoordeling in kort geding

De kantonrechter stelt voorop dat in kort geding slechts plaats is voor een voorlopig oordeel. Toewijzing van de loonvordering is alleen mogelijk als voldoende aannemelijk is dat een bodemrechter dezelfde vordering zal toewijzen. Dat acht de rechter hier niet waarschijnlijk.

Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of naast de managementovereenkomst daadwerkelijk een zelfstandige arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW is ontstaan. Volgens Finex was de overeenkomst uitsluitend opgesteld om gebruik te maken van de doorbetaaldloonregeling en ontbrak bovendien de vereiste gezagsverhouding. De kantonrechter laat die kwalificatievraag echter uitdrukkelijk in het midden, omdat ook als van een arbeidsovereenkomst wordt uitgegaan, voldoende aannemelijk is dat deze per 1 januari 2026 is geëindigd.

E-mails gelden als opzegging

Na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst stuurde Finex de bestuurder onder meer een e-mail waarin stond dat “de werkzaamheden tussen jou en ons per 31 december 2025” eindigen. Kort voor het einde van het jaar volgde een tweede bericht waarin werd aangekondigd dat de samenwerking formeel per 1 januari 2026 zou eindigen, de toegang tot de systemen zou worden afgesloten en eventuele dossiers moesten worden overgedragen.

Volgens de kantonrechter mocht de bestuurder deze uitlatingen redelijkerwijs opvatten als een opzegging van de overeenkomst van 2 januari 2020. Daarbij wijst de rechter op het arrest van de Hoge Raad van 26 januari 2024, waaruit volgt dat voor de vraag of een werkgever een arbeidsovereenkomst heeft opgezegd een lichtere maatstaf geldt dan wanneer een werknemer zelf opzegt. Niet alleen de gebruikte bewoordingen zijn van belang, maar ook de omstandigheden waaronder de mededelingen zijn gedaan.

Dat de opzegging niet voldeed aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst, maakt dit volgens de kantonrechter niet anders. Als daadwerkelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst, had de bestuurder binnen de vervaltermijn van twee maanden een verzoek tot vernietiging van de opzegging moeten indienen op grond van artikel 7:686a lid 4 BW. Vaststaat dat hij dat niet heeft gedaan. Daarom acht de kantonrechter het niet onaannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat de arbeidsovereenkomst door opzegging is geëindigd.

Finale kwijting

Daarnaast ziet de kantonrechter een tweede grond waarom de loonvordering weinig kans van slagen heeft. De arbeidsovereenkomst van 2 januari 2020 valt volgens de letter van de vaststellingsovereenkomst onder de categorie “overige onderlinge afspraken” en daarmee onder de overeengekomen finale kwijting. Tijdens de zitting bleek dat partijen bij de onderhandelingen niet over de arbeidsovereenkomst hadden gesproken en ook niet hadden afgesproken deze buiten de finale kwijting te houden.

Volgens de rechter had het op de weg van de bestuurder gelegen om tijdens de onderhandelingen expliciet vast te leggen dat hij zijn werkzaamheden na 1 januari 2026 zou voortzetten, hetzij via een verlengde managementovereenkomst, hetzij op grond van de arbeidsovereenkomst. Daarbij speelt mee dat de arbeidsovereenkomst volgens de kantonrechter onlosmakelijk was verbonden met de managementovereenkomst: de werkzaamheden veranderden niet na 2020 en het loon werd via de managementvergoeding betaald. Tegen die achtergrond moet de finale kwijting voorlopig zo worden uitgelegd dat partijen de gehele samenwerking, inclusief een eventuele zelfstandige arbeidsovereenkomst, wilden beëindigen.

Dat Finex later nog een afzonderlijke vaststellingsovereenkomst voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst opstelde, leidt niet tot een ander oordeel. Volgens Finex gebeurde dat uitsluitend omdat de bestuurder daarom had gevraagd om een WW-uitkering te kunnen aanvragen. De bestuurder bevestigde dat tijdens de mondelinge behandeling. De kantonrechter ziet daarin daarom geen aanwijzing dat partijen de arbeidsovereenkomst buiten de finale kwijting hadden willen houden.

De loonvordering, inclusief de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente, wordt afgewezen. De bestuurder moet daarnaast de proceskosten van Finex, begroot op 1.274 euro, voldoen.

Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2026:4206

Categorie: Nieuws Tags: arbeidsovereenkomst, loonvordering, managementovereenkomst

Tags: arbeidsovereenkomst, loonvordering, managementovereenkomst

Gerelateerde artikelen

15 juli 2026

Toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd

15 juli 2026

Flexwet vergroot zekerheid voor werknemers, maar drukt op werkgevers en markt

13 juli 2026

Blog | ‘Kritiek uit praktijk leidt tot verbeterd wetsvoorstel concurrentiebeding’

8 juli 2026

OESO: concurrentiebeding remt arbeidsmobiliteit en kan productiviteit schaden

Docenten

Erik van Toledo
Joep Swinkels
Heleen Elbert
Michiel Pouwels
Kirsten Kievit
Roger van de Berg
Danny Hooreman
Martine Cranendonk
Bram Lemmens
Bart Koreman
Peter Kerkhof
Wilbert Nieuwenhuizen
Hans Tabak
John Bult
Bob van Leeuwen
Ognjen Soldat
Ron Mulder
Tim van Wordragen
Ewoud de Ruiter
Willem Veldhuizen
Alex Schrijver
Bernard Schols
Jan van Wijngaarden
Debby Kettler
Debby Kettler
Martijn Paping
Martijn Paping
Almer de Beer
Almer de Beer
Pieter Kok
Ludo Mennes
Olga Jansen
Jan Mooren
Derwish Rosalia
Koert van Loon
Léon de Jager
Tom Berkhout
Aimée van der Paardt
Herman van Kesteren
Jurriën van der Heijden
Kees Beishuizen
Hans Geuns
Chris Dijkstra
Rob van Oosterhout
Audrey Brunings
Hanneke Kroonenberg
Albert Heeling
Marja van den Oetelaar
Teunis van den Berg
Jasper van den Bergen
Mike Wong
René van der Paardt
Jeroen Knol
Bob de Koning
Rohalt Janssens
Joost Severs
Casper Mons
Martijn Bedaux
Chanien Engelbertink
Patrick Wille
Rakesh Ghirah
Joost Diks
Winfred Merkus
Edwin de Witte
Kirsten Roskam
Martin de Graaf
jan wietsma
Jan Wietsma
Judith Anema
Barry Willemsen
Arnaud Booij
Guney Bagislayici
Daan van Antwerpen
Matthijs van Keulen

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 21 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 15 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 8 weergaven
  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 4 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen