Dat schrijft minister Eelco Heinen van Financiën, mede namens de minister van Klimaat en Groene Groei, in antwoord op Kamervragen. Volgens het kabinet zijn er inmiddels ‘duidelijke signalen’ dat de commerciële winstmarges in de oliesector zijn toegenomen. In Nederland gaat het daarbij voornamelijk om de raffinagesector.
Uitzonderlijk hoge marges
De zogenoemde crack spread, het verschil tussen de prijs van ruwe olie en die van geraffineerde producten als benzine, diesel en kerosine, bedraagt dit jaar 26,90 dollar per vat. Dat is meer dan twee keer zoveel als de 12,13 dollar van vorig jaar en ruim vier keer het gemiddelde van 6,30 dollar over de afgelopen tien jaar. Zelfs tijdens de energiecrisis van 2022 was de crack spread met 11,30 dollar aanzienlijk lager.
Strategische ligging
Nederland heeft mede dankzij zijn strategische ligging aan zee een aandeel van ongeveer 10 procent in de totale Europese raffinageproductie. Onder meer Shell Pernis, BP Europoort, ExxonMobil Botlek, Zeeland Refinery, Vitol Europoort en Gunvor Energy Europoort zijn hier actief.
Niet 1 op 1
Een hogere crack spread wijst volgens het kabinet op een hogere winstgevendheid, maar kan niet één op één worden vertaald naar een hogere belastbare winst. De werkelijke winstmarges hangen onder meer af van de inkoop- en verkoopcontracten van afzonderlijke bedrijven.
Tot 700 miljoen euro
In 2022 werd tijdelijk een solidariteitsbijdrage geheven over overwinsten in de fossiele sector. Die bracht in totaal 2,7 miljard euro op, waarvan raffinaderijen 325 miljoen euro betaalden. Op basis van die opbrengst en de huidige raffinagemarges heeft het kabinet berekend wat een vergelijkbare heffing dit jaar zou kunnen opleveren. Bij invoering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 gaat het om naar schatting 500 tot 700 miljoen euro. Als de belasting pas vanaf 1 oktober zou gelden, resteert voor dit jaar een geraamde opbrengst van 125 tot 175 miljoen euro.
Onzeker
Heinen benadrukt dat de raming onzeker is. De bruto raffinagemarge en de fiscale nettowinst zijn niet rechtstreeks aan elkaar gekoppeld. Ook hangt de opbrengst af van de verdere ontwikkeling van de raffinagemarges en de situatie in het Midden-Oosten.
Kabinet: niet alleen
Ondanks de uitzonderlijk hoge marges en de mogelijke belastingopbrengst kiest het kabinet niet voor een nationale overwinstbelasting. Heinen blijft de voorkeur geven aan een Europese aanpak. Het afromen van extra winsten kan volgens het kabinet bedrijven minder geneigd maken risico’s te nemen en te investeren. Ook is de Nederlandse raffinagesector belangrijk voor de Europese leveringszekerheid. Nederland heeft de Europese Commissie opgeroepen onderzoek te doen naar mogelijke overwinsten bij olie- en gasbedrijven en naar de juridische mogelijkheden voor een belasting daarop. Een Europese regeling is er vooralsnog niet. Ook praktisch zitten er haken en ogen aan een nieuwe heffing. De technische oplossing die de Belastingdienst gebruikte voor de solidariteitsbijdrage van 2022 sluit volgens Heinen nog maar beperkt aan op de huidige ICT-omgeving. Ook voldoet die niet vanzelfsprekend aan de huidige eisen voor onder meer informatiebeveiliging, privacy en archivering.
‘Overwinstbelasting kent nadelen’
Econoom Marcel Canoy wees deze week in een column voor ESB eveneens op de bezwaren van ingrijpen in de hoge winsten van oliebedrijven. Hij noemt de huidige winsten het gevolg van schaarste en niet van bijzondere prestaties van de bedrijven, maar concludeert tegelijkertijd dat er op korte termijn weinig effectieve mogelijkheden zijn om de overwinsten aan te pakken.
Winsten verschuiven
Een nationale overwinstbelasting klinkt volgens Canoy aantrekkelijk, maar multinationals kunnen winsten boekhoudkundig verschuiven naar landen waar zo’n heffing niet bestaat. Daardoor kan de opbrengst voor de Nederlandse schatkist lager uitvallen dan vooraf begroot. Ook prijsregulering kent volgens hem nadelen. Het reguleren van prijzen of winsten kan de prikkels verstoren die normaal gesproken zorgen voor extra aanbod of minder vraag. De Autoriteit Consument & Markt kan evenmin optreden tegen hoge winsten die uitsluitend het gevolg zijn van schaarste: daarvoor is volgens Canoy gedrag nodig dat in strijd is met de mededingingsregels.
Tekort capaciteit
Het onderliggende probleem is volgens de econoom een tekort aan moderne raffinagecapaciteit in Noordwest-Europa. Uitbreiding daarvan kan de schaarste verminderen, maar kost tijd en kan later juist tot overcapaciteit leiden. Canoy concludeert daarom dat er op korte termijn weinig te doen is tegen de overwinsten. Voor groepen die door de hoge brandstofprijzen in financiële problemen komen, ziet hij meer in gericht sociaal beleid.
Lees hier de reactie van minister Heinen.
