De vrouw werkte van 2017 tot begin 2025 als office manager bij het bedrijf. Haar dienstverband eindigde met een vaststellingsovereenkomst, waarin partijen elkaar finale kwijting verleenden. Na het sluiten daarvan ontdekte de werkgever naar eigen zeggen verschillende onregelmatigheden in salarisbetalingen, banktransacties en andere uitgaven.
Vondst accountant
Een deel van de vermeende malversaties kwam pas aan het licht toen de werkgever de bedrijfsadministratie aan een accountant wilde overdragen. Daarbij werd onder meer een digitale administratiemap gevonden die niet aan een van de bedrijven van de werkgever kon worden gekoppeld. Ook achtergebleven papieren op het bureau van de voormalige werknemer riepen vragen op.
Massageapparaten en iPad
De werkgever ontdekte onder meer privéaankopen via het zakelijke Bol.com-account. Het ging volgens de procedure onder andere om massageapparaten, een iPad Pro en een Apple Magic Keyboard. De vrouw erkende dat een deel van de bestellingen voor privégebruik was, maar stelde dat zij de kosten contant had terugbetaald. Dat verweer was niet met stukken onderbouwd. De kantonrechter veroordeelde haar op dit onderdeel tot betaling van €4.148,72.
‘Knip- en plakfouten’
Ook moet zij €918,37 terugbetalen voor telefoons en €4.704,73 voor een aantal betalingen waarbij de naam van de begunstigde niet overeenkwam met het gebruikte rekeningnummer. Haar verklaring dat sprake was van administratieve ‘knip- en plakfouten’ overtuigde de rechter niet.
Finale kwijting
De werkgever claimde €72.850 van de ex-werknemer. Maar een aanzienlijk deel van de claim strandde op eerder gemaakte afspraken. De rechter oordeelde dat de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst niet automatisch gold voor onregelmatigheden waarvan de werkgever destijds nog niet op de hoogte was. Voor vermeend onterecht toegekende salarisverhogingen gold dat wel, omdat de werkgever bij het sluiten van de overeenkomst bekend was met de hoogte van het salaris.
Geschil al afgedaan
Bovendien hadden beide partijen in februari 2025, nadat verschillende andere vermeende malversaties waren ontdekt, een aanvullende regeling getroffen. De ontslagvergoeding werd daarbij verlaagd van €4.000 naar €2.000. Volgens de rechter mochten die afspraken zo worden opgevat dat daarmee het geschil over de toen bekende kwesties definitief was afgedaan.
Waarheidsplicht
Uiteindelijk wees de kantonrechter €10.955,19 van de gevorderde €72.849,83 toe. De werkgever kreeg bovendien een tik op de vingers omdat in de dagvaarding en het beslagrekest geen melding was gemaakt van belangrijke correspondentie over de aanvullende regeling uit 2025. Daarmee heeft het bedrijf volgens de rechter de wettelijke waarheidsplicht geschonden. Mede daarom moet iedere partij de eigen proceskosten betalen en krijgt de werkgever zijn beslagkosten niet vergoed.
Lees hier de uitspraak.
