ING Bank had een schikking getroffen met een debiteur over een verpande vordering. Dat mocht niet, aldus de Hoge Raad. Op zich wisten we dat al. De bank had haar schikkingsbevoegdheid echter over een andere boeg gegooid en meende daarom nu toch te mogen schikken. De Hoge Raad heeft die constructie nu ook afgewezen in een arrest van 2 oktober.
Geen volmacht maar onderdeel van het pandrecht
De zaak draaide om huurvorderingen waarop ING een pandrecht had. Nadat de verpanding aan de huurders was meegedeeld, werd ING inningsbevoegd. Eén huurder weigerde echter een deel van de huur te betalen vanwege gebreken aan het gehuurde. ING koos voor een praktische oplossing en sloot met de huurder een vaststellingsovereenkomst. De huurder zou € 10.000 betalen tegen finale kwijting. De curator van de inmiddels failliete pandgever vond dat ING hiermee haar boekje te buiten ging en stapte naar de rechter.
Banken nemen vaak een volmacht in hun voorwaarden op, zodat zij langs die weg ‘namens de pandgever’ mogen schikken. Op zich werkt dat goed, maar bij faillissement van de pandgever vervalt deze volmacht en dus ook de schikkingsbevoegdheid van de bank. ING had iets nieuws bedacht en had in haar algemene voorwaarden de bevoegdheid opgenomen om over verpande vorderingen regelingen en dadingen te treffen. Die bevoegdheid is dan geen volmacht, maar een intrinsiek onderdeel van het pandrecht zelf. Juridisch is dat een verschil. Maar ook dat heeft de Hoge Raad dus afgewezen.
Wat zegt de Hoge Raad?
De Hoge Raad sluit aan bij zijn eerdere rechtspraak, waaronder het bekende Neo River-arrest. Artikel 3:246 BW geeft de pandhouder de bevoegdheid om de verpande vordering te innen. Andere schuldeisersbevoegdheden blijven bij de pandgever. Een gedeeltelijke kwijtschelding valt daaronder. De inningsbevoegdheid van ING omvatte daarom niet de bevoegdheid om een deel van de huurvordering prijs te geven.
Ook het beroep op de algemene voorwaarden helpt ING niet. Het goederenrecht kent een gesloten systeem. Partijen kunnen niet zelf een nieuwe inhoud aan een pandrecht geven als de wet daarvoor geen ruimte biedt. Artikel 3:246 BW biedt die ruimte niet. Het maakt dus niet uit hoe je het regelt (volmacht of deel van het pandrecht). De Hoge Raad wil er niet aan.
Waarom is dit van belang?
Voor banken en andere financiers is dit arrest bepaald geen theoretische exercitie. Een schikking kan immers een snelle en efficiënte manier zijn om een discussie met een debiteur af te ronden. Maar de Hoge Raad trekt een duidelijke grens: innen is iets anders dan de omvang van de vordering bepalen. De pandhouder mag betaling verlangen en ontvangen. Bevoegdheden die de vordering zelf aantasten, zoals kwijtschelding, blijven bij de pandgever.
Dat is volgens de Hoge Raad bewust zo geregeld. De belangen van de pandgever en diens andere schuldeisers kunnen door een kwijtschelding immers diepgaand worden geraakt.
Dus geen volmacht meer?
Jawel, die volmacht is nog steeds nuttig en zal blijven bestaan. Alleen, bij faillissement zal de pandhouder de curator nodig hebben om te schikken.

Dit artikel is geschreven door Derk van Geel, partner en advocaat Insolventierecht & Herstructurering bij act legal Netherlands.
