Dat antwoordt staatssecretaris Van Oostenbrug op Kamervragen over signalen dat de Belastingdienst zich niet houdt aan de eigen handhavingsstrategie van de ‘zachte landing’ en geen waarschuwingen geeft bij de handhaving op schijnzelfstandigheid. “Recent heb ik met medewerkers van de Belastingdienst gesproken om het belang van de zachte landing te benadrukken. Tijdens een grootschalige bijeenkomst heb ik met de medewerkers gesproken over de koers ten aanzien van de handhaving op arbeidsrelaties en de werkwijze die in het kader van de zachte landing wordt verwacht”, schrijft de staatssecretaris.
Toezicht start met bedrijfsbezoek
Hij kan niet aangeven hoeveel brieven er inmiddels zijn verstuurd in het kader van de handhaving op schijnzelfstandigheid. “In het kader van de zachte landing start de Belastingdienst in 2025 het
risicogerichte toezicht op schijnzelfstandigheid in beginsel met een bedrijfsbezoek. De
opdrachtgever wordt zo nodig gewaarschuwd voor risico’s op schijnzelfstandigheid. In bepaalde
gevallen kan schijnzelfstandigheid direct via een boekenonderzoek aan de orde komen.
Bijvoorbeeld bij concrete risicosignalen die duiden op evidente schijnzelfstandigheid of als er bij
controle op een ander belastingmiddel, bijvoorbeeld btw, door de inspecteur schijnzelfstandigheid
wordt geconstateerd.” Voor een bedrijfsbezoek en een boekenonderzoek wordt vooraf een afspraak gemaakt. In maart wordt gerapporteerd over het aantal bezoeken en onderzoeken dat in de afgelopen periode heeft plaatsgevonden.
Diverse bemiddelaars aangeschreven
Daarnaast werkt de Belastingdienst bij de behandeling van de doelgroep arbeidsbemiddelaars aan
een meer gestructureerde aanpak om beter inzicht in de hele keten te krijgen. “In dit kader zijn
diverse arbeidsmiddelaars aangeschreven. Het aantal brieven wordt niet centraal geregistreerd.” Hoeveel gesprekken zijn gevoerd over de handhaving van schijnzelfstandigheid, is evenmin geregistreerd.
Naheffing op basis van fiscaal proces
Bij gevallen van evidente schijnzelfstandigheid kunnen naheffingen loonheffingen worden opgelegd. “Dat doet de Belastingdienst op basis van gegevens uit de fiscale processen. De focus binnen de handhaving op arbeidsrelaties is primair gericht op de loonheffingen in relatie tot opdrachtgevers. Voor de keuze van de posten waar een bedrijfsbezoek of boekenonderzoek wordt ingesteld maakt de Belastingdienst gebruik van zowel steekproeven als een detectiemodule.” Daarmee wordt gezocht naar aanwijzingen voor (een toename van) inhuur van derden waarvan de inschatting is dat er sprake is van een groter risico op een onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties. Ook een signaal uit de (individuele) klantbehandeling kan aanleiding zijn voor een bedrijfsbezoek of boekenonderzoek.
Een waarschuwing wordt gegeven als de inspecteur bij een bedrijfsbezoek inschat dat er een risico is op schijnzelfstandigheid. “Het bedrijfsbezoek is niet gericht op het doen van uitspraken over de aanvaardbaarheid van de aangiften. Er is dan nog geen sprake van een constatering.” De ondernemer krijgt dan nog de kans om aanpassingen te doen.
Capaciteit niet vergroot
Vorig jaar zijn van januari tot en met juni 406 bedrijfsbezoeken en 47 boekenonderzoeken uitgevoerd. De capaciteit die de Belastingdienst inzet op de handhaving op arbeidsrelaties is dit jaar ongewijzigd. “Het is nog niet duidelijk of dit betekent dat in 2025 eenzelfde aantal bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken gedaan kan worden als in 2024.”
Bij de Kamerbrief zijn voorbeeldbrieven gevoegd van de aankondiging van een bedrijfsbezoek, de aankondiging van een boekenonderzoek en het verslag van een bedrijfsbezoek.
