• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Hof zet streep door miljoenen aan dividendteruggaven voor Canadese ‘pensioenfondsen’

Hof zet streep door miljoenen aan dividendteruggaven voor Canadese ‘pensioenfondsen’

Nieuws

Het gerechtshof in Den Bosch heeft in drie uitspraken geoordeeld dat Canadese trusts die zich presenteerden als pensioenfondsen in werkelijkheid commerciële arbitrageondernemingen dreven. Daardoor hadden zij geen recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting.

22 mei 2026 door Fiscaal Vanmorgen

De Belastingdienst mocht eerder verleende teruggaven van in totaal ruim € 3,7 miljoen naheffen, oordeelt het hof. Ook een beroep op eerdere toezeggingen van de fiscus strandt.

In de zaken draaide het om naar Canadees recht opgerichte trusts die volgens hun trustaktes pensioenregelingen uitvoerden voor werknemers. De fondsen vroegen tussen 2013 en 2015 teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting aan op grond van artikel 10 Wet DB. Die verzoeken werden aanvankelijk gehonoreerd.

Na nader onderzoek concludeerde de Belastingdienst echter dat de trusts geen passieve pensioenfondsen waren, maar actief dividendarbitrage bedreven via zogenoemde reverse cash-and-carry-constructies. Vervolgens werden naheffingsaanslagen opgelegd. In de drie uitspraken ging het om € 209.720, € 1.717.830 en € 1.817.563 aan nageheven dividendbelasting, met daarnaast belastingrente van respectievelijk € 43.380, € 340.187 en € 361.817.

Eén deelnemer, omvangrijke posities

Het hof beschrijft hoe de fondsen opereerden. De trusts hadden telkens slechts één deelnemer aan de pensioenregeling. Werknemers mochten zelf geen premie betalen; alleen de werkgever droeg verplicht bij. In 2015 ging het in de verschillende zaken om pensioeninleg van CAD $ 3.600 of CAD $ 5.400.

Daartegenover stonden omvangrijke effectenposities. Een trust hield via een Londense broker een longpositie in Duitse aandelen van meer dan € 251 miljoen aan, afgedekt met shortposities in derivaten. In een andere zaak bleek uit trading account statements bij een Ierse instelling dat per 1 juni 2015 een closing balance van ruim € 1,5 miljoen en een cleared balance van ruim € 27,2 miljoen openstonden.

Ook de kostenstructuur woog mee. De trusts betaalden hoge bedragen aan samenwerkingspartners binnen de zogenoemde A-groep, waarvan dezelfde uiteindelijk gerechtigde aan het hoofd stond. In één zaak was de trust op grond van de samenwerkingsovereenkomst in 2014 ruim CAD $ 2,1 miljoen verschuldigd aan de asset manager; in een andere zaak ging het dat jaar om ruim CAD $ 1,8 miljoen.

Het hof acht daarom bewezen dat de trusts actief deelnamen aan het economische beursverkeer en feitelijk een commerciële/professionele effectenhandel en arbitrageonderneming dreven. Daarmee voldeden zij niet aan de vrijstelling voor pensioenlichamen in artikel 5 Wet Vpb en evenmin aan de werkzaamhedentoets uit artikel 3 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971.

Eerdere arbitragezaak

Het hof legt een verband met eerdere procedures rond een stichting waarvan al vaststond dat zij een arbitrageonderneming dreef en daarom niet als vrijgesteld pensioenfonds kwalificeerde. Een betrokkene bij de Canadese trusts verklaarde tijdens de zitting dat de activiteiten dezelfde waren als die van die stichting. Het hof neemt die verklaring expliciet mee in het oordeel.

Geen bescherming door eerdere toezeggingen fiscus

Het beroep op het vertrouwensbeginsel dat de Canadezen deden mislukt, ondanks uitgebreide correspondentie met de Belastingdienst. De trusts hadden al in 2013 vooraf contact gezocht met de fiscus over toepassing van artikel 10 Wet DB. Een inspecteur bevestigde destijds schriftelijk dat de lichamen kwalificeerden voor teruggaaf van dividendbelasting. Ook later werden bezwaren gegrond verklaard en teruggaven alsnog verleend.

Toch oordeelt het hof dat de trusts daar geen beroep op kunnen doen. Volgens het hof waren de inspecteurs nooit volledig geïnformeerd over de feitelijke activiteiten van de fondsen. In de contacten met de fiscus werd vooral gewezen op de juridische structuur en de Canadese pensioenstatus, maar niet op de omvangrijke dividendarbitrageactiviteiten.

Het hof rekent dat mede toe aan de betrokken belastingadviseur. Die had volgens het hof moeten begrijpen dat de inspecteur zonder informatie over de feitelijke werkzaamheden onmogelijk kon beoordelen of werkelijk aan de voorwaarden voor de Nederlandse pensioenfondsvrijstelling werd voldaan. Daarbij weegt het hof mee dat de adviseur bekend moet zijn geweest met eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare arbitrageactiviteiten al waren afgewezen.

Ook beroep op Unierecht faalt

De trusts voerden daarnaast aan dat het Unierecht zich tegen naheffing verzette. Volgens hen werden buitenlandse pensioenlichamen zwaarder belast dan vergelijkbare Nederlandse lichamen, omdat Nederlandse vennootschapsbelastingplichtigen dividendbelasting kunnen verrekenen.

Het hof gaat daar niet in mee. De trusts hebben volgens het hof niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een hogere effectieve belastingdruk dan bij een vergelijkbare Nederlandse belastingplichtige. Een aangekondigde drukvergelijking werd niet overgelegd. Dat het resultaat in Canada verplicht aan de pensioenreserve moest worden toegevoegd, betekent volgens het hof op zichzelf nog niet dat voor de Nederlandse fiscale winstbepaling sprake is van kosten die direct verband houden met de dividenden.

Wettelijke basis voor naheffing aanwezig

Verder bevestigt het hof dat de Belastingdienst mocht naheffen bij de trusts zelf, ook als zij uiteindelijk niet als opbrengstgerechtigde of uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden zouden gelden.

Volgens het hof biedt artikel 20 AWR daarvoor voldoende grondslag: naheffing kan plaatsvinden bij degene aan wie ten onrechte teruggaaf is verleend. Dat de trusts mogelijk formeel niet de uiteindelijke gerechtigden waren, maakt dat niet anders.

In twee van de drie zaken vernietigt het hof eerdere oordelen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die de naheffingen juist had geschrapt. In de derde zaak bevestigt het hof de uitspraak van de rechtbank, die de naheffingen al in stand had gelaten.

ECLI:NL:GHSHE:2026:1261, ECLI:NL:GHSHE:2026:1262 & ECLI:NL:GHSHE:2026:1263

Categorie: Nieuws Tags: dividendbelasting, pensioenfonds, Vpb vrijstelling

Tags: dividendbelasting, pensioenfonds, Vpb vrijstelling

Gerelateerde artikelen

24 juli 2026

BDO aansprakelijk voor opzetten fiscale schijnconstructie rond Spaanse Beckham-regeling

25 juni 2026

Europese belastingbesparing kost Nederland honderden miljoenen

8 mei 2026

Half miljoen boete voor ex-medewerker van pensioenfonds dat dividendbelasting ontdook

24 april 2026

Oordeel hof: fiscus legde Finles-fonds terecht mega-aanslag op wegens fraude

Docenten

Bernard Schols
Teunis van den Berg
Jurriën van der Heijden
Bram Lemmens
Kirsten Roskam
Martin de Graaf
Audrey Brunings
Kirsten Kievit
Joost Diks
Peter Kerkhof
Ron Mulder
Bob van Leeuwen
Heleen Elbert
Martine Cranendonk
Daan van Antwerpen
Jan van Wijngaarden
Jeroen Knol
Bob de Koning
Hans Tabak
Guney Bagislayici
Winfred Merkus
Kees Beishuizen
Pieter Kok
Imke Bos
Tim van Wordragen
Rob van Oosterhout
Joep Swinkels
Alex Schrijver
Derwish Rosalia
Rohalt Janssens
Joost Severs
Hans Geuns
Léon de Jager
Albert Heeling
Jasper van den Bergen
Casper Mons
Matthijs van Keulen
Martijn Paping
Martijn Paping
Chris Dijkstra
Arnaud Booij
René van der Paardt
Olga Jansen
Martijn Bedaux
Michiel Pouwels
Marja van den Oetelaar
Rakesh Ghirah
Bart Koreman
Barry Willemsen
John Bult
Erik van Toledo
Edwin de Witte
jan wietsma
Jan Wietsma
Wilbert Nieuwenhuizen
Ognjen Soldat
Hanneke Kroonenberg
Koert van Loon
Tom Berkhout
Aimée van der Paardt
Willem Veldhuizen
Almer de Beer
Almer de Beer
Jan Mooren
Roger van de Berg
Mike Wong
Herman van Kesteren
Chanien Engelbertink
Patrick Wille
Ludo Mennes
Debby Kettler
Debby Kettler
Ewoud de Ruiter

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 14 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 7 weergaven
  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 5 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 3 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen