VvE mag ook ondernemer zijn
Voor toepassing van de goedkeuring gold tot nu toe als voorwaarde dat de VvE niet als ondernemer voor de btw mocht kwalificeren. Die voorwaarde is vervangen door de voorwaarde dat de VvE de betreffende goederen en diensten niet als ondernemer heeft aangeschaft.
Een VvE is voor reguliere taken, zoals beheer en onderhoud van gemeenschappelijke delen van onroerende zaken, geen ondernemer voor de btw. Voor andere activiteiten kan dat wel het geval zijn. In het besluit wordt als voorbeeld de exploitatie van laadpalen genoemd. Ook bij verhuur van ruimten kan een VvE als ondernemer worden aangemerkt.
Volgens de toelichting bij het besluit is gebleken dat VvE’s in de praktijk steeds vaker als ondernemer worden aangemerkt. Ook dan kan volgens Financiën cumulatie van btw ontstaan als de VvE goederen en diensten niet voor belaste handelingen gebruikt, terwijl aangesloten leden-ondernemers dat wel doen. De goedkeuring beoogt die cumulatie te voorkomen.
De aftrek door een lid-ondernemer vindt plaats naar rato van zijn financiële bijdrage aan de VvE en alleen voor zover de betreffende goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen. Voor eventuele investeringsgoederen en investeringsdiensten die onder de faciliteit vallen, moeten de leden-ondernemers de herzieningsbepalingen toepassen.
Herziening investeringsdiensten verwerkt
Het besluit is ook aangepast aan de sinds 1 januari 2026 geldende herzieningsregeling voor investeringsdiensten. Het gaat om diensten aan een of meer onroerende zaken die deze meerjarig dienen en waarvoor de vergoeding ten minste € 30.000 bedraagt. De btw-aftrek op zulke diensten wordt over meerdere jaren herzien. Accountancy Vanmorgen schreef eerder over de invoering van deze herzieningsregeling.
Het gewijzigde besluit is op 24 augustus in de Staatscourant gepubliceerd en treedt op 25 augustus 2026 in werking.