• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Grove schuld vennootschap bij te lage aangifte, bestuurder aansprakelijk

Grove schuld vennootschap bij te lage aangifte, bestuurder aansprakelijk

Nieuws

6 april 2019 door Fiscaal Vanmorgen

Fiscaal Vanmorgen

Een bestuurder van een vennootschap is terecht door de fiscus aansprakelijk gesteld voor de grove schuld van de vennootschap met betrekking tot het doen van een nihilaangifte voor de omzetbelasting, oordeelt de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een melding van betalingsonmacht doet daar niets aan af. Bij grove schuld van de vennootschap volgt dat artikel 36, vierde lid, van de IW van toepassing is, op basis waarvan wordt vermoed dat de niet betaling van de omzetbelasting door de vennootschap is te wijten aan de bestuurder van de vennootschap. De bestuurder werd niet toegelaten tot het leveren van tegenbewijs met betrekking tot dit vermoeden, omdat hij niet aannemelijk wist te maken dat het niet aan hem was te wijten dat de vennootschap de betalingsonmacht niet rechtsgeldig kon melden doordat die grofschuldig een te lage aangifte deed.

Naheffingsaanslag omzetbelasting van bijna 25.000 euro

De vennootschap deed over 2011, met uitzondering van de maanden februari en juni, nihilaangiften. In 2012 werd een melding betalingsonmacht gedaan, maar de fiscus beoordeelde dat als niet rechtsgeldig omdat nadere informatie waar om was verzocht niet werd ontvangen en de vennootschap geen openstaande schuld had. In 2013 diende de vennootschap een suppletieaangifte omzetbelasting over 2011 in. Daarin werd becijferd dat de vennootschap over dat jaar € 27.507 aan omzetbelasting is verschuldigd, € 24.900 meer dan wat in totaal in de maandaangiften over het jaar 2011 was verantwoord. Het verschil had betrekking op omzetbelasting die verschuldigd was geworden over de oplevering van een bouwproject per 6 december 2011.

Grove schuld vennootschap

De belastingdienst stelde daarop in 2016 de bestuurder aansprakelijk voor de door de vennootschap niet betaalde omzetbelasting van € 24.900. Bij de rechtbank was in geschil of de aansprakelijkstelling terecht is. De rechtbank spreekt in haar oordeel dat het aan grove schuld van de vennootschap is te wijten dat over december 2011 te lage aangifte is gedaan. ‘De omzetbelasting waarvoor belanghebbende aansprakelijk is gesteld, betreft omzetbelasting over december 2011. De rechtbank acht aannemelijk dat de aangiften omzetbelasting over 2011 van de vennootschap namens haar zijn ingevuld en ingediend door belanghebbende. Vast staat immers dat de vennootschap in 2011 geen gebruik (meer) maakte van de dienstverlening van een boekhouder. Gesteld noch gebleken is dat er andere personen betrokken waren bij het doen van de aangifte omzetbelasting over december 2011. In het “rapport inzake een onderzoek in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid” van 7 juni 2016 is vermeld dat niet is gebleken dat er sprake is van een medebeleidsbepaler die tevens als bestuurder van de vennootschap kan worden aangemerkt; belanghebbende heeft dit niet weersproken. Bovendien is de aangifte omzetbelasting over juni 2011, die tot de gedingstukken behoort, ingediend door “ [belanghebbende] ” op een zondag, te weten 7 augustus 2011 om 21:04 uur. In die aangifte is opgaaf gedaan van omzetbelasting die naar de vennootschap is verlegd. Uit deze laatste omstandigheid leidt de rechtbank verder af dat belanghebbende in ieder geval enige kennis van de omzetbelasting had. De rechtbank acht daarom aannemelijk dat belanghebbende ermee bekend was dat niet alleen omzetbelasting op aan de vennootschap gerichte facturen maar ook de omzetbelasting vermeld op door de vennootschap uitgereikte facturen verantwoord moest worden in de aangiften van de vennootschap. In december 2011 heeft de vennootschap slechts één factuur uitgereikt, namelijk op 6 december 2011. De rechtbank acht niet aannemelijk dat deze factuur aan de aandacht van belanghebbende kan zijn ontsnapt; de rechtbank acht daarbij van belang dat de omzetbelasting een bedrag van € 24.900 beliep, hetgeen zowel in absolute als relatieve zin een fors bedrag is. Naar het oordeel van de rechtbank moet belanghebbende daarom hebben beseft, dan wel had in elk geval behoren te beseffen, dat de omzetbelasting zoals vermeld op deze factuur verschuldigd was geworden en dat die op aangifte had moeten worden voldaan. De omstandigheid dat belanghebbende door de bomen het bos niet meer zag en dat hij en de vennootschap door toedoen van derden niet over een boekhouder konden beschikken, dient voor rekening en risico van de vennootschap te komen. De rechtbank is van oordeel dat door de ontbrekende of gebrekkige samenwerking met de boekhouder juist een extra alertheid en zo nodig inspanning mocht worden verwacht van de vennootschap. Nu de rechtbank van oordeel is dat het aan grove schuld van de vennootschap is te wijten dat over december 2011 te lage aangifte is gedaan, is bij uitsluiting artikel 7, tweede lid, van het UB IW van toepassing. In dat geval kan niet meer rechtsgeldig worden gemeld en is artikel 36, derde lid, van de IW niet van toepassing. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd met betrekking tot de melding van betalingsonmacht op 13 juni 2012 is daarom niet relevant.’

Betalingsonmacht

‘Uit het voorgaande volgt, gelijk de ontvanger heeft gesteld, dat artikel 36, vierde lid, van de IW van toepassing is, op basis waarvan wordt vermoed dat de niet betaling van de omzetbelasting door de vennootschap is te wijten aan belanghebbende als bestuurder van de vennootschap. Belanghebbende wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs met betrekking tot dit vermoeden, indien belanghebbende aannemelijk maakt dat het niet op de voorgeschreven wijze (neergelegd in artikel 36, tweede lid, van de IW) melden niet aan hem is te wijten. In een geval als het onderhavige wil dat zeggen dat belanghebbende aannemelijk dient te maken dat het niet aan hem is te wijten dat de vennootschap de betalingsonmacht niet rechtsgeldig kon melden doordat die grofschuldig een te lage aangifte heeft gedaan.’

Niet in bewijslast geslaagd

De rechtbank acht belanghebbende niet in die bewijslast geslaagd. ‘Belanghebbende heeft immers geen feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt waaraan de gevolgtrekking is te verbinden dat hij voldoende zorgvuldig heeft gehandeld door over december 2011 een nihilaangifte in te dienen. Belanghebbende wordt daarom niet toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.’

Gelet daarop is de bestuurder terecht aansprakelijk gesteld en dient de beschikking te worden gehandhaafd, oordeelt de rechtbank.

 

Categorie: Nieuws Tags: aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, BTW, naheffingsaanslag, omzetbelasting

Tags: aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, BTW, naheffingsaanslag, omzetbelasting

Gerelateerde artikelen

24 juni 2026

At Lodder beklaagt zich over ‘coup’ rond ETL-deal, curator legt beslag op zijn woning

22 juni 2026

Autosleutels bij werknemer? Bijtelling blijft overeind

18 juni 2026

Advocaat vangt bot bij fiscus in btw-zaak over onderverhuur kantoorruimte

18 juni 2026

Kabinet ziet niets in btw-nultarief voor dierenartszorg

Docenten

Joost Severs
Tom Berkhout
Bram Lemmens
Willem Veldhuizen
Imke Bos
Bernard Schols
Barry Willemsen
Martijn Paping
Martijn Paping
Ewoud de Ruiter
Chanien Engelbertink
John Bult
Jurriën van der Heijden
Audrey Brunings
Martine Cranendonk
Martin de Graaf
Michiel Pouwels
Aimée van der Paardt
Teunis van den Berg
Bob de Koning
Rohalt Janssens
Alex Schrijver
Erik van Toledo
Marja van den Oetelaar
Matthijs van Keulen
Heleen Elbert
Guney Bagislayici
Bob van Leeuwen
jan wietsma
Jan Wietsma
Herman van Kesteren
Kirsten Roskam
Ludo Mennes
Almer de Beer
Almer de Beer
Debby Kettler
Debby Kettler
Jasper van den Bergen
Olga Jansen
Kirsten Kievit
Arnaud Booij
Mike Wong
Hanneke Kroonenberg
Pieter Kok
Wilbert Nieuwenhuizen
Rakesh Ghirah
Albert Heeling
Ron Mulder
René van der Paardt
Hans Tabak
Tim van Wordragen
Jeroen Knol
Bart Koreman
Kees Beishuizen
Jan Mooren
Martijn Bedaux
Patrick Wille
Roger van de Berg
Winfred Merkus
Daan van Antwerpen
Ognjen Soldat
Derwish Rosalia
Jan van Wijngaarden
Rob van Oosterhout
Chris Dijkstra
Koert van Loon
Léon de Jager
Casper Mons
Edwin de Witte
Joep Swinkels
Hans Geuns
Peter Kerkhof

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 10 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 7 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 6 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 6 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen