Na verwijzing door de Hoge Raad is hof Arnhem-Leeuwarden van oordeel dat een fiscale eenheid niet aannemelijk kan maken dat zij kopieën van verkoopfacturen tijdig per e-mail naar haar intermediair heeft gestuurd om daarmee btw-aangiften op te stellen. Daarmee acht het hof overtuigend aangetoond dat het aan de (voorwaardelijke) opzet van de fiscale eenheid is te wijten dat te weinig btw is betaald.

