• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Voor liquidatieverliesregeling moet fiscus na vereffening toetsen op staking onderneming

Voor liquidatieverliesregeling moet fiscus na vereffening toetsen op staking onderneming

Nieuws

12 juni 2019 door Fiscaal Vanmorgen

Fiscaal Vanmorgen

Een Nederlands verzekeringsconcern mag een verlies dat het in Indonesië heeft geleden aftrekken van de winstbelasting in Nederland. De Belastingdienst wilde verrekening niet toestaan, maar de Hoge Raad oordeelt anders. Het vastgestelde verlies van € 10.810.000 dat de verzekeraar begin deze eeuw in Indonesië opliep valt onder de liquidatieverliesregeling en mag daarom worden afgetrokken van de vennootschapsbelasting (vpb).

De voor de toepassing van de liquidatieverliesregeling bij een holding relevante niet-voortzettingseis moet worden getoetst op het tijdstip waarop de vereffening van het ontbonden lichaam is voltooid, oordeelt de Hoge Raad. Bovendien moet zijn voldaan aan een aantal voorwaarden, zoals dat de onderneming van het ontbonden lichaam geheel is gestaakt, dan wel “geheel of gedeeltelijk is voortgezet uitsluitend door een ander dan de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam” (de niet-voortzettingseis).

Er bestond onduidelijkheid over de vraag naar welk tijdstip moet worden beoordeeld of aan de niet-voortzettingseis wordt voldaan. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de niet-voortzettingseis het karakter van een antimisbruikregel heeft. De uitleg dient daarom zo goed mogelijk te worden toegesneden op het oneigenlijke gebruik dat de wetgever heeft willen bestrijden en op de wijze die hem daarbij voor ogen heeft gestaan, spreekt de Hoge Raad uit.

‘De wetgever heeft het voor onwenselijk gehouden dat een concern naar believen de verliesverrekeningsmogelijkheden bij een dochtervennootschap kan verruilen voor een liquidatieverlies bij de moedervennootschap, doordat de onderneming van die dochtervennootschap in een ander onderdeel van het concern wordt ondergebracht. De wetgever heeft dit willen tegengaan door aftrek van een liquidatieverlies niet eerder toe te staan dan op het moment dat de band tussen de onderneming van de ontbonden dochtervennootschap en het concern daadwerkelijk is verbroken. […] Daaruit moet worden afgeleid dat de wetgever in geval van voortzetting van (een deel van) de onderneming binnen het concern de aftrek van het liquidatieverlies niet wilde uitsluiten, maar beoogde deze aftrek uit te stellen tot het latere moment waarop de gehele onderneming zou zijn gestaakt of door een derde zou worden voortgezet. Hierbij past de plaats van de niet-voortzettingseis in artikel 13d, lid 9, van de Wet, dat het tijdstip regelt waarop een liquidatieverlies in aanmerking wordt genomen. Dit strookt ook met de regeling van artikel 13e van de Wet, waarin voor enige voortzettingssituaties is geregeld dat een liquidatieverlies later alsnog in aanmerking kan worden genomen.

[…] Deze door de wetgever beoogde uitwerking van de niet-voortzettingseis kan, zoals het middel aanvoert, beter worden bewerkstelligd door de toetsing aan deze eis uit te voeren naar de feiten en omstandigheden op het tijdstip waarop het liquidatieverlies op zijn vroegst in aanmerking wordt genomen, dat wil zeggen wanneer de vereffening van het ontbonden, overdragende lichaam is voltooid. Dit voorkomt namelijk dat een liquidatieverlies van aftrek wordt uitgesloten hoewel de gehele onderneming van het ontbonden lichaam op dat moment is gestaakt of door een derde wordt voortgezet. Dit tijdstip van toetsing past voorts bij de systematiek van de liquidatieverliesregeling, die in algemene zin aanknoopt bij de toestand op het moment waarop vaststaat dat de mogelijkheid van verliesverrekening bij het ontbonden lichaam voorgoed verloren is gegaan. De tekst van artikel 13d, lid 9, van de Wet verzet zich ook niet tegen deze uitleg.

[…] De slotsom is dat de vraag of is voldaan aan de niet-voortzettingseis dient te worden beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden op het tijdstip waarop de vereffening van het ontbonden lichaam is voltooid.’

Gelet daarop dient het vastgestelde verlies van de verzekeraar in de zaak te worden verhoogd met € 10.810.000.

 

Bron: FD

Categorie: Nieuws Tags: Hoge Raad, liquidatieverliesregeling, vennootschapsbelasting, verliesverrekening, Vpb

Tags: Hoge Raad, liquidatieverliesregeling, vennootschapsbelasting, verliesverrekening, Vpb

Gerelateerde artikelen

24 juni 2026

Navordering na turboliquidatie dochter-bv blijft overeind door nieuw feit

22 juni 2026

Hoge Raad: Duits pensioen alleen belast voor deel waarvoor premie aftrekbaar was

19 juni 2026

Hoge Raad verduidelijkt positie van derden bij fiscale vorderingen in faillissement

10 juni 2026

Ministerie vraagt praktijk om input voor vereenvoudiging winstbelastingen

Docenten

Kees Beishuizen
Patrick Wille
Michiel Pouwels
Aimée van der Paardt
Ognjen Soldat
Martijn Paping
Martijn Paping
Edwin de Witte
Chanien Engelbertink
Audrey Brunings
Joost Severs
Ewoud de Ruiter
Albert Heeling
Marja van den Oetelaar
Teunis van den Berg
Heleen Elbert
Bart Koreman
Hans Tabak
Arnaud Booij
Martin de Graaf
Willem Veldhuizen
Hanneke Kroonenberg
Chris Dijkstra
Debby Kettler
Debby Kettler
Jan Mooren
Kirsten Roskam
Rohalt Janssens
Ron Mulder
Pieter Kok
Jan van Wijngaarden
Erik van Toledo
Peter Kerkhof
Derwish Rosalia
Alex Schrijver
Almer de Beer
Almer de Beer
Tom Berkhout
Casper Mons
Olga Jansen
Bernard Schols
Jeroen Knol
Martijn Bedaux
jan wietsma
Jan Wietsma
Imke Bos
Winfred Merkus
Herman van Kesteren
Wilbert Nieuwenhuizen
Joep Swinkels
Koert van Loon
Daan van Antwerpen
Jurriën van der Heijden
Léon de Jager
Roger van de Berg
Rakesh Ghirah
Kirsten Kievit
Bob de Koning
Mike Wong
John Bult
Ludo Mennes
Jasper van den Bergen
Bob van Leeuwen
Rob van Oosterhout
René van der Paardt
Hans Geuns
Bram Lemmens
Guney Bagislayici
Martine Cranendonk
Tim van Wordragen
Matthijs van Keulen
Barry Willemsen

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 9 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 7 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 6 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 6 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen