De belastingadviseur trad op namens een Palestijn uit het zuiden van Gaza, die hem via een onderhands opgemaakte akte zijn rechten in deze kwestie had overgedragen. De akte gaf hem ook de bevoegdheid om namens de Palestijn in rechte op te treden. Volgens de Palestijn zou een supermarktboycot de Israëlische regering onder druk zetten om humanitaire hulp toe te laten tot de Gazastrook.
Politieke context
De zaak speelde tegen de achtergrond van een uiterst verslechterde humanitaire situatie in Gaza. De Nederlandse regering veroordeelde eerder de Israëlische blokkade van humanitaire hulp en nam diplomatieke stappen, zoals het ontbieden van de Israëlische ambassadeur en het blokkeren van de verlenging van het EU-Israël actieplan. Op 28 juli 2025 verklaarde het kabinet bovendien twee Israëlische ministers tot persona non grata.
Toch vond de belastingadviseur dat de Staat meer moest doen, met name door supermarkten aan te zetten tot een boycot van Israëlische producten. Daarmee zou Nederland volgens hem zijn verplichtingen onder het internationale humanitaire recht en de artikelen 93 en 94 van de Grondwet beter nakomen.
‘Ruime beleidsvrijheid’
De Staat voerde aan dat buitenlandse politiek en veiligheidsterreinen onder een ruime beleids- en beoordelingsvrijheid vallen. Het al dan niet voeren van gesprekken met supermarkten over een boycot is volgens de Staat een politieke keuze, en er bestaat geen juridische verplichting om zo’n stap te zetten.
De voorzieningenrechter stelde voorop dat de situatie in Gaza ernstig is en dat de blokkade door Israël in strijd is met het humanitair oorlogsrecht. Toch benadrukte de rechter dat het niet aan de rechter is om politieke keuzes te maken, zolang deze binnen de beleidsruimte van de regering blijven.
De artikelen 93 en 94 van de Grondwet, waar de belastingadviseur zich op beriep, verplichten de Staat niet om een boycotbeleid te voeren. Ook andere door hem aangehaalde verdragen en protocollen, zoals de Geneefse Conventies en het Genocideverdrag, gaven geen directe grondslag voor de gevorderde maatregel. Het betoog dat eerdere jurisprudentie over wapenleveranties aan Israël relevant zou zijn, vond de rechter in dit verband niet overtuigend.
Geen persoonlijke aansprakelijkheid
De vordering richtte zich ook tegen een hoge ambtenaar, aangeduid als [gedaagde 2], omdat deze persoonlijk trouw aan de Grondwet zou hebben gezworen. De rechter stelde echter dat de verweten gedragingen in diens functie voor de Staat plaatsvonden en dat persoonlijke aansprakelijkheid alleen in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk is. Daarvan was hier geen sprake. Zowel de vordering tegen de Staat als die tegen de ambtenaar werd afgewezen. De belastingadviseur moet € 1.999 aan proceskosten betalen.
Lees hier de uitspraak.
