• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Geen BOR voor erfgenamen: liquide middelen holding zijn duurzaam overtollig

Geen BOR voor erfgenamen: liquide middelen holding zijn duurzaam overtollig

Nieuws

De erfgenamen van een in 2016 overleden vrouw mogen de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) niet toepassen op het volledige aandelenbelang in haar holding. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de liquide middelen en effecten in de holding buiten de risicosfeer van de onderneming vallen en daarom geen ondernemingsvermogen vormen.

15 oktober 2025 door Fiscaal Vanmorgen

De erfgenamen van de vrouw zijn haar twee kinderen, die als legataris zijn benoemd in haar nalatenschap. Tot de nalatenschap behoort een aandelenbelang van 37,56% in een houdstermaatschappij, een woning, inboedel, liquide middelen, goud en diverse schulden. De holding houdt een 100% aandelenbelang in een werkmaatschappij die op haar beurt weer diverse deelnemingen in binnen- en buitenland houdt en de activiteiten zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen, fabriceren en verkopen van hoogwaardige ingrediënten voor brood en banket.

Eind 2015 stond op de balans van de holding een bedrag van ruim 42 miljoen euro aan liquide middelen en effecten. Dit bedrag is het resultaat van ontvangen dividenden, vermeerderd met de daarop behaalde rendementen. De erfgenamen en legatarissen hebben aangifte voor de erfbelasting gedaan. Het aandelenbelang van erflaatster is in de aangifte gewaardeerd op € 82.171.701,- en hierbij is vermeld dat de waardering is gebaseerd op een afspraak met de Belastingdienst. In de aangifte is een beroep gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling.

Waarderingsafspraak

De inspecteur kondigt in een brief van 2019 aan dat hij van de aangifte wil afwijken. In de brief vermeldt de inspecteur dat de waarderingsafspraak in 2012 is opgezegd, en hij stelt de waarde van het aandelenbelang hoger vast. Hij neemt het standpunt in dat de uitbreidingen en de nieuwe deelneming niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, omdat deze niet al een jaar in het bezit van erflaatster waren op het moment dat zij overleed. Ook neemt de inspecteur het standpunt in dat dat zowel de liquide middelen en effecten in de holding vooralsnog als duurzaam overtollig worden aangemerkt.

De erfgenamen maken bezwaar tegen de aanslag erfbelasting. De inspecteur komt deels aan het bezwaar tegemoet door de waarde in het economisch verkeer van het aandelenbelang van erflaatster in de holding vast te stellen op € 82.171.701,- conform de waarderingsafspraak. De inspecteur merkt de aangehouden liquide middelen en effecten niet langer als blijvend overtollig aan en rekent die tot het ondernemingsvermogen. Voor het overige wijst de inspecteur het bezwaar af.

In hoger beroep voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden staat het voor het hof vast dat de vererfde aandelen in de holding, en daarmee de door de erflaatster op het moment van overlijden indirect gehouden aandelen bij de erflaatster op 22 maart 2016 deel uitmaakten van een aanmerkelijk belang. Voor de toepassing van de BOR kwalificeren de vererfde aandelen in de holding dus als ondernemingsvermogen.

Voldaan aan directe bezitseis

Het hof overweegt dat op grond van het bepaalde in artikel 35d, lid 1, aanhef en onderdeel c, van de SW voor de toepassing van de BOR onder een erflater wordt verstaan een erflater die gedurende één jaar tot het overlijden aanmerkelijkbelanghouder was van de vermogensbestanddelen. De erflater moet de vererfde aanmerkelijkbelangaandelen ten minste één jaar voorafgaande aan het overlijden onafgebroken in bezit dienen te hebben gehad (directe bezitstermijn). Vaststaat dat de erflaatster op 22 maart 2016 ten minste gedurende één jaar aanmerkelijkbelanghouder was van 37,56% van de aandelen in de holding. De bezitseis reikt niet verder dan dat de erflaatster ten tijde van het overlijden gedurende één jaar aanmerkelijkbelanghouder moet zijn geweest van de holding: aan de directe bezitseis is dus voldaan.

Niet voldaan aan indirecte bezitseis

Het gaat met name over de indirecte bezitseis oftewel de vraag in hoeverre de holding gedurende de periode van één jaar voorafgaand aan het overlijden de onderneming dreef. Deze eis moet worden beoordeeld op het tijdstip van de verkrijging en geldt per objectieve onderneming. (HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:867).

Uit dit arrest valt slechts af te leiden dat de indirecte bezitseis niet ziet op een uitbreidingsinvestering in de vorm van overgenomen activa en passiva die opgaan in de bestaande objectieve onderneming. Het bedoelde arrest gaat, naar het oordeel van het hof, over de invulling van het begrip ondernemingsvermogen indien dat vermogen in de loop van één jaar voor het overlijden is vergroot, maar niet over een vergroting van de gerechtigdheid tot dat ondernemingsvermogen.

Uit een arrest van de Hoge Raad, HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:647, leidt het hof af dat, als een erflaatster binnen de bezitstermijn een niet met haar indirecte aandelenbelang overeenstemmend gedeelte van die onderneming heeft verkregen, in zoverre niet aan de indirecte bezitseis is voldaan. De BOR is daarom, naar het oordeel van het hof, niet van toepassing op de waarde van de vermogensbestanddelen in de onderneming voor zover de gerechtigdheid daartoe is uitgebreid in de bezitsperiode van één jaar voorafgaand aan het overlijden.

Duurzaam overtollige liquide middelen

Voor de beoordeling van de liquide middelen en effecten van de holding overweegt het hof dat artikel  35b, eerste lid, van de SW bepaalt, dat, indien tot de verkrijging ondernemingsvermogen behoort, dat wordt verkregen in het kader van een bedrijfsopvolging, op verzoek van de verkrijger een voorwaardelijke vrijstelling wordt verleend. Om in aanmerking te komen voor die voorwaardelijke vrijstelling (de BOR) moet het gaan om de verkrijging van ondernemingsvermogen als bedoeld in artikel 35c van de SW.

Het hof stelt voorop dat de last om aannemelijk te maken of, en zo ja in hoeverre, de liquide middelen en effecten in de holding moeten worden toegerekend aan de onderneming, rust op de erfgenamen. Het hof overweegt dat het een belastingplichtige vrij staat liquide middelen al dan niet tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, mits hij de grenzen der redelijkheid niet overschrijdt. Die grenzen worden overschreden indien een belastingplichtige liquide middelen tot het vermogen van zijn onderneming rekent die duurzaam overtollig zijn en dus in die onderneming geen enkele functie vervullen.

Het hof is van oordeel dat de liquide middelen en effecten van de holding voorafgaand aan het overlijden van erflaatster nooit gebruikt zijn voor investeringen, overnames, en dat de holding voor de financiering daarvan niet garant heeft gestaan. De liquiditeiten (en effecten) in de holding zijn, naar het oordeel van het hof, dan ook buiten de risicosfeer van de onderneming en haar deelnemingen gebracht.

Familiebedrijf

Ook hebben de erfgenamen niet aannemelijk gemaakt dat de functie van behoud van het karakter familiebedrijf rechtvaardigt dat de liquide middelen en effecten van de holding tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de eigen kosten van de holding hebben de erfgenamen onvoldoende gesteld om te kunnen vaststellen dat en in welke omvang kosten van de holding enig verband houden met de gedreven onderneming. De enkele stelling dat de holding € 200.000,- vaste kosten per jaar maakt die in beginsel kunnen worden bestreden uit het jaarlijkse dividend, een buffer noodzakelijk maakt voor het geval dat dividend uitblijft, is daarvoor onvoldoende. Ook daarom vormen de liquiditeiten en effecten van de holding ook in zoverre geen ondernemingsvermogen.

Het hof verklaard het beroep van de erfgenamen ongegrond.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2025:5898

Categorie: Nieuws Tags: bedrijfsopvolgingsregeling, BOR, erfbelasting

Tags: bedrijfsopvolgingsregeling, BOR, erfbelasting

Gerelateerde artikelen

28 juli 2026

Blog | “Je kunt je kinderen nooit precies evenveel geven”

9 juli 2026

Quasi-wettelijke verdeling: leegwaarderatio van toepassing op erfrechtelijke vordering

7 juli 2026

Meerderheid Nederlanders staat open voor hogere erfbelasting

6 juli 2026

Fiscus actualiseert standpunten successiewet

Docenten

Imke Bos
Martin de Graaf
Edwin de Witte
Martijn Bedaux
Marja van den Oetelaar
Winfred Merkus
Bram Lemmens
Ognjen Soldat
Martijn Paping
Martijn Paping
Debby Kettler
Debby Kettler
René van der Paardt
Kirsten Kievit
Hanneke Kroonenberg
Willem Veldhuizen
Alex Schrijver
Kees Beishuizen
Derwish Rosalia
Jeroen Knol
Casper Mons
jan wietsma
Jan Wietsma
Guney Bagislayici
Peter Kerkhof
Ewoud de Ruiter
Jan van Wijngaarden
Mike Wong
Rohalt Janssens
Daan van Antwerpen
Erik van Toledo
Heleen Elbert
Arnaud Booij
Chris Dijkstra
Patrick Wille
Koert van Loon
Ludo Mennes
Audrey Brunings
Kirsten Roskam
Matthijs van Keulen
Joost Severs
Martine Cranendonk
Léon de Jager
Pieter Kok
Tom Berkhout
Teunis van den Berg
Jasper van den Bergen
Joep Swinkels
Bob de Koning
Hans Tabak
Jurriën van der Heijden
Bernard Schols
Olga Jansen
Bob van Leeuwen
Bart Koreman
Rob van Oosterhout
Albert Heeling
Ron Mulder
Barry Willemsen
Tim van Wordragen
Rakesh Ghirah
John Bult
Jan Mooren
Chanien Engelbertink
Herman van Kesteren
Almer de Beer
Almer de Beer
Roger van de Berg
Aimée van der Paardt
Wilbert Nieuwenhuizen
Michiel Pouwels
Hans Geuns
Joost Diks

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 13 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 6 weergaven
  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 4 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 3 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen