“Het schenken van vermogen is meestal een stuk minder emotioneel dan het overdragen van een bedrijf,” legt Knol uit. “Bij een bedrijfsoverdracht moet je namelijk keuzes maken, en vaak gaat de onderneming naar één kind. Krijgen de andere kinderen dan ook iets? Ja? Of zo nee, hoe leg je dat uit?”Ouders willen hun kinderen meestal gelijk behandelen, maar dat is in de praktijk bijna niet te doen. “Het jongste kind draagt de jas van het oudste kind en hoe goed je ook je best doet: de cadeaus bij Sinterklaas of verjaardagen, lopen uiteen. Misschien banaal, maar je kunt je kinderen wat dat betreft nooit precies evenveel geven. De omstandigheden verschillen altijd.”
Goede uitleg
Hij geeft een voorbeeld van een vader die zijn dochter jarenlang elke maand 2.000 euro schonk. Zijn zoon kreeg dat niet en na tien jaar liep dat verschil op tot 250.000 euro. Toen het testament werd besproken, kwam de vraag op of dat rechtgetrokken moest worden. “Mijn eerste gedachte was: ja, dat moet je corrigeren. Maar die vader dacht daar dus heel anders over. Hij vond dat het op deze manier rechtvaardig was gegaan. Hij had de studie van zijn zoon betaald, die kon daardoor carrière maken en had z’n schaapjes op het droge, terwijl zijn dochter chronisch ziek was en niet kon werken.” Volgens Knol draait het bij dit soort keuzes dan vooral om een goede uitleg. “Als je het niet uitlegt, kan een kind later denken: mijn vader hield meer van mijn zus, want zij kreeg geld en ik niet.”
Stoppen met invullen voor elkaar
In veel families gaat het mis doordat mensen aannames doen over elkaar. Ouders denken dat een kind geen interesse heeft in het bedrijf. Een kind denkt juist dat de ouders nog niet willen loslaten. “Het grootste misverstand is dat iedereen voor elkáár denkt, terwijl niemand het echt uitspreekt.”Daarom organiseert hij familiegesprekken waarin ouders en kinderen samen praten over het bedrijf en het vermogen. “We krijgen door soaps en dramatische films nog wel eens het idee dat families niet met elkaar kunnen praten, maar in negen van de tien families kan dat gewoon prima. Natuurlijk heb ik ook wel eens meegemaakt dat er werd gedreigd of gechanteerd, maar dan heeft de familie geen financieel adviseur nodig maar eerder een familietherapeut.” Bij familiebedrijven is met elkaar praten zelfs extra belangrijk, benadrukt hij. “Zo’n bedrijf is vaak het oudste kind in het gezin. Het was er al voordat de kinderen kwamen, dat maakt het nog meer emotioneel geladen.”
Schenken in stapjes
Veel schenkingsplannen beginnen als een fiscale optimalisatie, zoals elk jaar een beetje vermogen overhevelen om belasting te besparen. Knol noemt dat gekscherend de ‘salamitactiek’: steeds een plakje eraf. “Als je het alleen zo bekijkt, wordt het een beetje emotieloos. Je kunt ook bewust kiezen voor jaarlijks schenken en je kinderen bijvoorbeeld helpen in de duurste fase van hun leven, met geld voor een studie of huis.” Schenken kan verder een manier zijn om kinderen te leren omgaan met geld. Knol werkt in zijn praktijk wel eens met een proefbedrag, bijvoorbeeld 25.000 euro per kind. “Zo hielp ik eens een gezin met vier kinderen. Eén zette het op een spaarrekening, een ander ging beleggen en twee deden er niets mee. Je ziet daardoor meteen hoe verschillend mensen met geld omgaan. Dat kan verhelderend zijn.”

Wel overdragen, niet loslaten
Dan is er nog de kwestie dat ondernemers soms moeite hebben om de zeggenschap over het overgedragen bedrijf of geschonken vermogen los te laten. Een STAK of een familiefonds kan eventueel een tussenstap zijn: kinderen krijgen alvast een belang, terwijl ouders de zeggenschap behouden. Het familiefonds biedt bovendien een vaste aanleiding om jaarlijks met de kinderen over het vermogen en de toekomstige zeggenschap te praten. Op een gegeven moment moet de zeggenschap een keer naar de kinderen. “Het beeld van de oud-eigenaar die na de overdracht blijft binnenlopen en overal iets van vindt, is herkenbaar én schadelijk”, legt Knol uit. “Op een gegeven moment moet je accepteren dat het voorbij is. En daar moet je afspraken over maken, want ook de kinderen willen duidelijkheid. Als zij geen ruimte krijgen, kiezen ze er soms voor om iets anders te gaan doen, dat zou jammer zijn.”
Wat wil de ondernemer?
Voordat een ondernemer in fiscale regelingen zoals de BOR en doorschuifregeling duikt, moet hij volgens Knol eerst naar zijn persoonlijke situatie kijken. En daar ligt zeker een rol voor adviseurs, vindt hij. “Kennis is belangrijk, maar advieswerk vraagt ook om inlevingsvermogen, empathie en het opbouwen van een goede band. Je moet weten wat de ondernemer wil. Is er nog genoeg vermogen om van te leven na de stop? Is het pensioen goed geregeld? En blijft er ruimte voor onverwachte kosten? Ik zeg altijd maar: het laatste hemd heeft geen zakken, maar je moet jezelf ook niet uitkleden voordat je naar bed gaat.”
Tijdens de summercourse Do’s en don’ts voor de schenkende DGA bespreekt Jeroen Knol onderwerpen als het strategisch vermogensplan, de BOR, de doorschuifregeling, periodiek schenken, het familiefonds en certificering van vermogen. De cursus vindt plaats op 26 augustus 2026. Wie zich vóór 15 juli inschrijft, betaalt een gereduceerd tarief.
