In het geconsulteerde voorstel wordt kortgezegd voorgesteld om de bepaling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, die de gevolgen in de vennootschaps-, inkomsten- en dividendbelasting van een civielrechtelijke omzetting van rechtspersonen regelt, uit te breiden en te moderniseren. Hiermee wordt onder andere tegemoetgekomen aan de wens vanuit de praktijk om fiscale flankerende maatregelen te nemen bij de Wet implementatie richtlijn grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen.
Het doel van het voorstel is om de belastinggevolgen van de verschillende vormen van omzetting te verduidelijken en ten aanzien van alle omzettingen te verzekeren dat claimverlies wordt voorkomen. Een
omzetting is een rechtshandeling waarmee de rechtsvorm van een rechtspersoon wijzigt met behoud van rechtspersoonlijkheid waarbij de rechtspersoon op dat moment niet ophoudt te bestaan.
De voorgestelde nieuwe bepalingen
De voorgestelde aanpassingen komen in essentie neer op drie wijzigingen:
- Uitbreiding toepassingsbereik van de fiscale regels voor omzettingen
Het toepassingsbereik van de huidige fiscale regels voor omzettingen wordt uitgebreid, zodat niet alleen binnenlandse omzettingen, maar ook grensoverschrijdende omzettingen en omzettingen waar het civiele recht van Nederland niet bij is betrokken onder de regeling vallen. - Vastlegging uitzonderingen op de hoofdregel
Uitzonderingen waarbij de omzettingsficties achterwege moeten blijven, worden expliciet wettelijk vastgelegd en uitgebreid. - Introductie bepalingen in de inkomsten- en dividendbelasting
De gevolgen van een omzetting worden in aanvulling op de regeling in de Wet Vpb 1969 expliciet geregeld in de Wet IB 2001 en Wet DB 1965. Deze gevolgen zijn momenteel in de Wet Vpb 1969 geregeld.
De consultatie loopt tot 1 december en is hier te vinden.