Op de Intermediairdagen werden duizenden fiscaal dienstverleners bijgepraat over de veranderingen in het Belastingplan 2026. Ook beantwoordden specialisten van de Belastingdienst diverse vragen over actuele onderwerpen.
Bijtelling fiets van de zaak
Eén van de veelgestelde vragen ging over de bijtelling voor het privégebruik van de fiets. In het nieuwe Belastingplan is er geen automatische koppeling meer tussen woon-werkverkeer en de bijtelling voor privégebruik. Kortom: als je je fiets voor woon-werkverkeer gebruikt, geldt niet meer automatisch een bijtelling voor privégebruik. Eén van de vragen was of er dan ook geen bijtelling meer geldt voor privé als je je fiets niet gebruikt voor woon-werkverkeer, bijvoorbeeld als je vanuit een kantoor aan huis werkt.
Het antwoord hierop is dat er nog steeds een bijtelling van 7% geldt als je de fiets kán gebruiken voor andere privédoeleinden, ook al heb je geen woon-werkverkeer. Er geldt alleen géén bijtelling als de fiets in minder dan 10% van de gevallen bij je woon- of verblijfadres staat.
Termijn opgeven werkelijk rendement
Uiteraard werd er veel gevraagd over box 3, bijvoorbeeld over de indieningstermijn van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement als de aanslag nog moet worden opgelegd. Op sommige brieven van klanten stond namelijk een termijn van 12 weken, op andere een termijn van 26 weken. “Het klopt dat er verschillen zijn in indieningstermijn. Welke termijn geldt, hangt af van wie de aangifte destijds heeft ingediend: de belastingplichtige zelf of de fiscaal dienstverlener. In het eerste geval geldt een termijn van 12 weken, ook als de belastingplichtige inmiddels een fiscaal dienstverlener heeft.”
In het tweede geval geldt een ruimere termijn van 26 weken, onder andere omdat fiscaal dienstverleners vaak meerdere klanten hebben en mogelijk informatie moeten opvragen bij hun klanten, licht de fiscus toe. “Dus heb je een brief van een klant die in het verleden zelf aangifte heeft gedaan? Dan geldt de termijn van 12 weken. Is de aangifte door jou of een andere fiscaal dienstverlener ingediend? Dan geldt een termijn van 26 weken. Welke termijn voor de klant geldt, staat in de brief.”
Btw op kostbare investeringen
Als ondernemer mag je de btw die je betaalt over investeringen terugvragen als de kosten zijn gemaakt voor btw-belaste omzet. Vanaf 1 januari 2026 geldt er een herzieningsperiode van vijf jaar op investeringsdiensten vanaf € 30.000, zoals schilderwerk, dakrenovaties en verbouwingen. Een vraag hierover betrof een aannemersbedrijf dat in 2026 verschillende opdrachten krijgt. Hoe moeten de opdrachtgevers dan omgaan met de aftrek van voorbelasting?
De aftrek van voorbelasting bij de opdrachtgever staat niet meer meteen vast. De aftrek van voorbelasting wordt na het jaar van ingebruikname – vaak het moment waarop de dienst wordt afgerond – nog vier jaar gevolgd: de zogeheten herzieningsperiode. In die periode moet je elk jaar nagaan of de aftrek van voorbelasting nog klopt met het daadwerkelijke gebruik voor belaste en vrijgestelde prestaties in dat jaar. Als de aftrek voor dat jaar meer dan 10% van de oorspronkelijke aftrek verschilt, moet je dat aangeven in de btw-aangifte.
Youngtimers
Onduidelijkheid was er over de youngtimer-regeling. Met ingang van 1 januari 2026 wordt de minimumleeftijd voor zogenaamde youngtimers met één jaar verhoogd van 15 naar 16 jaar, verduidelijkt de fiscus. Vanaf 2027 wordt deze leeftijdsgrens opgehoogd naar 25 jaar. Concreet betekent dit dat de bijtelling voor het privégebruik van de youngtimer 35% van de waarde in het economische verkeer bedraagt.
Handhaving arbeidsrelaties
Veel adviseurs wilden ook weten hoe de Belastingdienst vanaf 2026 handhaaft op schijnzelfstandigheid. “Vanaf 1 januari 2026 vervalt de ‘zachte landing’. Dat betekent dat de Belastingdienst weer boetes kan opleggen als opdrachtgevers met schijnzelfstandigen werken. Ook start de Belastingdienst niet meer per definitie met een bedrijfsbezoek en boekenonderzoek van het meest recente aangiftetijdvak voor het beoordelen van schijnzelfstandigheid.”
Voor correcties over het kalenderjaar 2025 geldt de zachte landing nog wel en kan de Belastingdienst dus geen boetes opleggen. Wel kan de Belastingdienst met terugwerkende kracht corrigeren tot 1 januari 2025. Over de periode voor 1 januari 2025 kan de Belastingdienst alleen corrigeren als er sprake is van kwaadwillendheid of als een eerdere waarschuwing niet voldoende is opgevolgd. Dit kan tot maximaal vijf jaar terug.
De Intermediairdagen zijn tot en met woensdag 10 december ook nog online te volgen.
