De oorsprong van de juridische strijd ligt in het faillissement van Digital Exposure Systems B.V. (DES) in april 2013. DES verkocht en verhuurde LED-systemen aan voetbalclubs, waaronder Willem II en Vitesse. In 2009 nam SportLED Nederland de huurcontracten met deze clubs, samen met een aantal activa en passiva van DES, over voor een symbolisch bedrag van € 2.659,09. De curator van DES schakelde in 2014 Alsberg Accountants & Adviseurs in om de administratie te onderzoeken en een rapport te schrijven over de overname door SportLED. Alsberg concludeerde dat de ‘contractwaarde na aftrek kosten en afschrijvingen’ van de huurcontracten maar liefst € 805.355 bedroeg. De curator gebruikte dit Alsberg-rapport om de overdracht wegens benadeling van schuldeisers te vernietigen en de voormalige bestuurders van DES aansprakelijk te stellen voor onbehoorlijk bestuur. De rechtbank wees een hoge schadevergoeding toe, mede gebaseerd op dit rapport. In hoger beroep werd die uitspraak volledig vernietigd, waarna de bestuurders de accountants zelf voor de rechter daagden wegens onrechtmatige daad.
Onrechtmatigheid vastgesteld
Het hof oordeelde dat de accountants inderdaad onzorgvuldig hadden gehandeld. Zij gebruikten in hun rapport de misleidende term ‘contractwaarde’, wat de indruk wekte van een professionele waardebepaling. Bovendien namen zij onvoldoende maatregelen om te voorkomen dat de curator het rapport zou inzetten in een civiele procedure, iets wat zij konden voorzien. Deze normschending vormde de basis voor de aansprakelijkheid.
Strijd om gederfde winst
Het grootste twistpunt in cassatie betreft de afwijzing van de vordering tot vergoeding van gederfde winst. De bestuurders stellen dat hun bank de kredietlijn bevroor als gevolg van de rechtszaak, waardoor zij geen nieuwe LED-banners konden financieren en contracten met Duitse voetbalclubs misliepen. Het hof vond deze stelling onvoldoende onderbouwd. De advocaat-generaal bevestigt deze afweging: per club bekeek het hof of er serieuze onderhandelingen waren en of de financiële bevriezing de échte reden was dat deals niet doorgingen. De onderbouwing van de bestuurders bleek te zwak, onder meer doordat clubs aangaven voor andere aanbieders te kiezen.
Eigen schuld
De accountants voerden aan dat de bestuurders zelf schuld hadden omdat zij bij de oorspronkelijke transactie geen eigen waarderingsrapport hadden laten opstellen. Het hof en de advocaat-generaal wijzen dit af. De schade van de bestuurders vloeide niet voort uit dit gemis, maar uit het onjuiste en misleidende gebruik van het accountantsrapport door de curator. Er ontbrak een direct causaal verband tussen de eigen handelwijze van de bestuurders en de geleden schade.
Opslagkosten terecht vergoed
Een technisch geschil ontstond over de vergoeding van opslagkosten. Deze kosten waren eerst in rekening gebracht bij een zusteronderneming, maar kwamen na een fusie bij SportLED terecht. De accountants betwistten of SportLED deze schade wel had geleden. De advocaat-generaal oordeelt dat het hof terecht focuste op de financiële einddrager: door de fusie waren de kosten uiteindelijk ten laste van SportLED gekomen, waardoor vergoeding rechtmatig was.
Het advies
De advocaat-generaal concludeert dat noch het principale cassatieberoep van de bestuurders, noch het incidentele beroep van de accountants kans van slagen heeft. Het hof heeft de complexe feiten zorgvuldig gewogen en de juridische kaders correct toegepast. Daarom adviseert hij de Hoge Raad beide beroepen te verwerpen.
Lees hier het advies.
