Per 1 januari geldt voor alle natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen en van kunstvoorwerpen een verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer. Dat bedrag sluit aan bij landen als België, Frankrijk en Spanje.
Verbod bij diensten in 2027
Het verbod geldt voor alle beroeps- of bedrijfsmatige handelaren in goederen (nieuw en tweedehands) zoals autohandelaren, juweliers, elektronicawinkels, meubelzaken en winkeliers. Het verbod geldt ook voor kunsthandelaren en exploitanten van pandhuizen, wanneer wordt opgetreden als koper of verkoper van goederen. Het verbod geldt niet voor particulieren onderling of voor diensten. De Europese verordening AMLR, die deels de Wwft vervangt, schrijft per juli 2027 ook een verbod op contante betalingen bij diensten voor.
Minder verplichtingen bij goederen
Met het verbod moet witwassen en terrorismefinanciering verder worden ingedamd en worden administratieve lasten beperkt. Zo vervallen er voor handelaren van goederen de reguliere Wwft-verplichtingen zoals het uitvoeren van cliëntenonderzoek, de meldingsplicht, het risicomanagement, de opleidingsplicht en de bewaarplicht.
Betalingen mogen niet worden opgeknipt of verspreid over meerdere personen om onder de grens van € 3.000 te blijven. Handelingen waartussen een verband lijkt te bestaan (samengestelde transacties) vallen daarom ook onder het verbod. De handelaar moet dan onderzoek doen om vast te stellen of de transacties als samengestelde transacties moeten worden beschouwd.
Veranderingen voor accountants
Het BFT belicht ook de veranderingen in de praktijk voor accountants- en administratiekantoren. “Zo dient u op opdrachtniveau alert te zijn op transacties waarvoor het verbod geldt. Tevens dienen aanvullende acties te worden ondernomen. Zo raakt dit bijvoorbeeld de Noclar-verplichtingen.”
Als het kantoor betalingen constateert die onder het verbod vallen, moet de klant daar actief op worden gewezen en zo nodig worden ondersteund bij het concreet invulling geven aan de wettelijke bepaling. Daarnaast moet het risicoprofiel van de cliënt worden verhoogd als er sprake is van structurele overschrijdingen. Eventueel moet verscherpt cliëntenonderzoek plaatsvinden. Bij een redelijke verdenking van witwassen en/of terrorismefinanciering moet de transactie worden gemeld bij de FIU, waarbij alle signalen en afwegingen goed worden gedocumenteerd.
Bij controleopdrachten moet het overtreden van het verbod worden besproken met het management of de met governance belaste personen. Ook moet de controlerend accountant beoordelen wat de impact op de jaarrekening is. Indien nodig moet het overtreden van het verbod worden vastgelegd in de managementletter, het bestuursverslag of de controleverklaring.
