Laat dat even op je inwerken: 1.210 briefjes van €500 en 650 briefjes van €200. Dat zijn coupures die niet uit geldautomaten komen. Iemand heeft die briefjes fysiek bij een bank over de balie geschoven — en niemand trok aan de bel. De accountant die de boekhouding deed, meldde deze ongebruikelijke transactie niet onverwijld bij de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland). Bestuurlijke boete: €33.900.
Nu kun je zeggen: dat is een extreem geval, dat overkomt mij niet. Maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde in die zaak iets wat voor élke accountant relevant is: je hoeft niet fysiek aanwezig te zijn bij een verdachte transactie om meldplichtig te zijn. Kennis die je “in het kader van dienstverlening” opdoet — ook indirect — is voldoende. En een eerste overtreding mag direct beboet worden (ECLI:NL:CBB:2025:372). Dat is de juridische werkelijkheid van 2026.
Drie wetten, anderhalf jaar — wordt het er beter van?
Er ligt een nieuwe sanctiewet bij de Tweede Kamer die accountants expliciet onder sanctiewettoezicht brengt — het debat staat gepland op 15 april. Europa werkt aan een antiwitwasverordening die in juli 2027 de Nederlandse Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) grotendeels vervangt. En sinds 1 januari is er een nieuwe toezichthouder die financieel-economische handhaving bundelt. Drie wetten in anderhalf jaar. Mijn eerste reactie — en ik vermoed die van veel accountants — is: zucht. De Wwft bestaat al sinds 2008. Als achttien jaar wetgeving het probleem niet heeft opgelost, gaat wet negentien, twintig en eenentwintig dat dan wél doen?
Ik betwijfel het. Maar eerlijkheidshalve — het probleem zit niet alleen bij de wetgever.
De cijfers liegen niet
Uit recent onderzoek blijkt dat bijna 60% van de accountantskantoren niet of slechts gedeeltelijk voldoet aan de huidige Wwft-eisen. Niet aan de toekomstige regels — aan de regels die nu al gelden. Op 25 maart rondde het BFT samen met de dekens pilotonderzoeken af bij interdisciplinaire kantoren. De conclusie: procedures staan keurig op papier, maar worden intern niet gevolgd. Het voortdurend toezicht op cliëntrelaties is te vaak geconcentreerd bij die ene collega die “de compliance doet” — tot die collega op vakantie gaat of vertrekt. Dan valt het hele kaartenhuis om.
Als procedures op papier staan maar intern niet gevolgd worden, dan is de kantoororganisatie niet op orde. Dat ligt niet altijd aan onwil — de wetgeving is complex, de arbeidsmarkt krap, en de werkdruk hoog. Maar het BFT accepteert dat niet als verzachtende omstandigheid. En daar zit het probleem.


Van €2.000 tot €1,3 miljoen — en dat zijn alleen de kantoren die gepakt zijn. 54% van alle Wwft-meldende instellingen onder BFT-toezicht is een accountantskantoor.
Het is ook een verdienmodel
Accountants klagen over de regeldruk, en terecht. Maar cliënten betalen mede voor de poortwachtersfunctie. Een gedegen cliëntacceptatie is geen bijzaak — het is onderdeel van de dienst die kantoren verkopen. Als dat stuk verwaarloosd wordt, is het een kwestie van tijd voordat cliënten zich afvragen waar ze eigenlijk voor betalen.
Met de komst van de nieuwe sanctiewet verschuift de norm van “je best doen” naar een resultaatsverplichting. Sanctiescreening wordt een expliciete, handhaafbare plicht. Elke misser is straks direct beboetbaar, ongeacht of er sprake is van opzet. En dan de praktijk: een sanctielijst met bijna 7.000 entiteiten die wekelijks verandert, met bedrijfsnamen die op tien manieren gespeld kunnen zijn. Dat handmatig doorzoeken is simpelweg geen realistische verwachting meer.
Maar zit de echte waarde van een accountant niet juist in het doorvragen bij die onverklaarbare omzetsprong? In het opmerken dat die holdingstructuur net iets te ingewikkeld is? Is dát niet het vakmanschap waar cliënten voor betalen? En als dat zo is — waarom is dat vakmanschap dan voor het BFT onzichtbaar zodra de audit trail ontbreekt? Zonder vastlegging van wie, wat en wanneer is een professioneel oordeel voor de toezichthouder simpelweg niet gebeurd. Zou goede borging accountants niet juist de ruimte geven om te doen waar ze echt goed in zijn?
Waar begin je dan?
Als het BFT morgen bij je op de stoep staat, kun je dan voor elke cliënt laten zien wat je gecontroleerd hebt, wanneer, en wat het resultaat was? Niet wat je collega in zijn hoofd heeft. Maar wat er zwart op wit in het dossier staat — zó dat een externe controleur zonder jouw mondelinge toelichting kan zien dat je aan je zorgvuldigheidsplicht hebt voldaan. Dat is het punt waar 60% vastloopt. Niet omdat ze niet controleren, maar omdat ze het niet vastleggen.
De Wwft vraagt niet om een papieren tijger, maar om aantoonbare zorgvuldigheid. De vraag is: is compliance een extra taak voor een specialist, of een onderdeel van het dagelijkse werk? Want voor het BFT is een check die niet is vastgelegd, een check die nooit heeft plaatsgevonden. Uiteindelijk is het het dossier dat spreekt — niet de accountant bij een controle.
Jacco Stokx is software-ondernemer met een fascinatie voor financiële systemen en de technologie erachter. Oprichter van BedrijfsCheck.com — geautomatiseerde bedrijfsverificatie voor Wwft-plichtigen.
Bronnen: BFT Jaarverslag 2024 · FIU-Nederland Jaaroverzicht 2024 · Wetsvoorstel Wis 36898, ingediend 12 februari 2026 (tweedekamer.nl) · BFT/dekens pilotonderzoeken interdisciplinaire kantoren, 25 maart 2026 · CBb 15 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:372 · Oprichting DFEI per 1 januari 2026
