Dat meldt Follow the Money, dat het vonnis als eerste opmerkte. Het fonds moet ruim €213 miljoen aan naheffingen betalen. Inclusief belastingrente loopt het bedrag op tot circa €253 miljoen.
HOOPP stelde in de betreffende jaren aandelen te hebben gehouden in Nederlandse beursvennootschappen, waaronder BinckBank, en claimde op die grond teruggave en verrekening van ingehouden dividendbelasting. De Belastingdienst concludeerde na onderzoek echter dat het fonds niet de uiteindelijk gerechtigde tot de aandelen was.
Hoewel HOOPP als pensioenfonds in beginsel recht kan hebben op teruggaaf van dividendbelasting, maakte het volgens de fiscus gebruik van een constructie met een wederpartij die dat recht niet had. De transacties waren er volgens de inspecteur uitsluitend op gericht om dividendbelasting te laten terugvloeien naar een partij die daar formeel aanspraak op kon maken, terwijl het economische belang elders lag.
Oordeel
De rechtbank volgt die redenering. Uit het dossier, waaronder e-mailcorrespondentie tussen HOOPP en de buitenlandse tegenpartij, leidt zij af dat sprake was van een samenstel van transacties rond dividenddata. Daarbij werden telkens dezelfde aandelen via dezelfde makelaar kort voor dividenddatum overgedragen, terwijl vooraf afspraken werden gemaakt over de verdeling van de te ontvangen of te verrekenen dividendbelasting. De rechtbank kwalificeert dit geheel als dividendstrippen en oordeelt dat HOOPP geen recht had op de geclaimde teruggaven.
Strafrechtelijk onderzoek
De uitspraak is extra pijnlijk voor het fonds, omdat in oktober 2025 bekend werd dat HOOPP ook strafrechtelijk wordt onderzocht wegens vermoedelijke ontduiking van dividendbelasting over dezelfde periode. Tegenover het Financieele Dagblad liet het fonds weten verrast en teleurgesteld te zijn en ontkende het zich schuldig te hebben gemaakt aan dividendstrippen. In de fiscale procedure staat voor HOOPP nog hoger beroep open.
