• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Hoge Raad zet streep door verhoging belastingrente vennootschapsbelasting

Hoge Raad zet streep door verhoging belastingrente vennootschapsbelasting

Nieuws

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de per 1 januari 2022 ingevoerde verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting naar minimaal 8% onverbindend is. Het arrest heeft naar verwachting grote financiële gevolgen voor de schatkist.

16 januari 2026 door Fiscaal Vanmorgen

De desbetreffende bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) is in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel en moet daarom buiten toepassing blijven, oordeelt de Hoge Raad. Dat betekent dat de belastingrente in de zaak – en in vergelijkbare gevallen – moet worden berekend tegen het algemene percentage, dat in de relevante jaren uitkwam op 4%.

De budgettaire gevolgen van de uitspraak zijn waarschijnlijk aanzienlijk. Toenmalig staatssecretaris Van Oostenbruggen van Financiën schatte eerder dat de kostenderving voor de schatkist zeker 1,3 miljard euro zou kunnen bedragen.

Voorlopige aanslag

De zaak draait om een besloten vennootschap waar bij een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 8% belastingrente in rekening was gebracht. Die rente was gebaseerd op een wijziging van het Bbi, waarbij het rentepercentage voor de vennootschapsbelasting werd gekoppeld aan de wettelijke handelsrente, met een minimum van 8%. Voor andere belastingen bleef een lager rentepercentage gelden. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde eerder dat deze selectieve verhoging in strijd was met algemene rechtsbeginselen, met name het evenredigheidsbeginsel, en verklaarde de betreffende bepaling onverbindend.

Nieuwe regeling

De uitspraak leidde tot een groot aantal bezwaren van andere belastingplichtigen. De staatssecretaris van Financiën stelde daarom rechtstreeks cassatieberoep in bij de Hoge Raad via sprongcassatie en wees de bezwaren aan als massaal bezwaar, zodat de uitkomst van deze procedure bepalend zou zijn voor alle gelijksoortige zaken.

Opvallend aan deze procedure is dat de Hoge Raad voor het eerst gebruik heeft gemaakt van de amicus-curiae-regeling. Vanwege de brede maatschappelijke en financiële impact kregen externe partijen de gelegenheid hun visie in te brengen. In totaal werden 149 reacties ontvangen en geanonimiseerd gepubliceerd. De advocaat-generaal concludeerde op 1 oktober 2025 dat de verhoging onverbindend moest worden verklaard omdat de besluitgever met deze maatregel de gedelegeerde regelgevende bevoegdheid zou hebben overschreden.

Oordeel

De Hoge Raad volgt die redenering niet. Het hoogste rechtscollege stelt vast dat de bepaling over de hoogte van de belastingrente binnen de ruimte blijft die de wetgever met de algemene delegatiebepaling in de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de besluitgever heeft gegeven. Ook biedt die delegatie geen aanknopingspunt voor de opvatting dat het rentepercentage niet hoger zou mogen zijn dan het daadwerkelijke rentenadeel van de Staat. De besluitgever heeft zijn formele regelgevende bevoegdheid dus niet overschreden.

Wel bevestigt de Hoge Raad dat het Bbi een algemeen verbindend voorschrift is dat niet de status heeft van een wet in formele zin, waardoor de belastingrechter bevoegd is om bepalingen daarvan te toetsen aan algemene rechtsbeginselen. Bij een lastenverzwaring moet worden beoordeeld of de belangen van de getroffen belastingplichtigen voldoende zijn meegewogen en of de regeling zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk gemotiveerd. Volgens de Hoge Raad is dat in dit geval gebeurd. In de toelichting op de regeling is expliciet erkend dat de verhoging door belastingplichtigen als lastenverzwaring wordt ervaren, maar achtte het kabinet de maatregel desondanks gerechtvaardigd. Op dat punt volgt de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank dat aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering is voldaan.

Evenredigheidsbeginsel

Het juridische punt ligt bij de toets aan het evenredigheidsbeginsel. De Hoge Raad herhaalt dat bij deze toets wordt beoordeeld of de nadelige gevolgen van een regeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die daarmee worden nagestreefd. Daarbij kan worden gekeken naar geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid, zij het met terughoudendheid wanneer sprake is van politiek-bestuurlijke keuzes.

Uit de wetsgeschiedenis leidt de Hoge Raad af dat de verhoging van de belastingrente primair een budgettair doel diende. Andere zwaarwegende rechtvaardigingen voor een specifiek hogere rente voor de vennootschapsbelasting zijn niet aannemelijk geworden. Een lastenverzwaring die hoofdzakelijk budgettair is gemotiveerd, kan in strijd komen met het evenredigheidsbeginsel wanneer die zonder goede grond uitsluitend bij één groep belastingplichtigen wordt neergelegd. Daarmee raakt de beoordeling ook aan het gelijkheidsbeginsel. Voor de toepassing van belastingrente moeten vennootschapsbelastingplichtigen en belastingplichtigen voor andere belastingen als gelijke gevallen worden beschouwd.

De Hoge Raad constateert dat geen redelijke rechtvaardiging bestaat voor de selectieve verhoging van de belastingrente uitsluitend voor de vennootschapsbelasting. Door die keuze zijn extra lasten zonder goede grond neergelegd bij één specifieke groep belastingplichtigen. Daarmee is de betreffende bepaling van het Bbi in strijd met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel en kan zij geen toepassing vinden.

Gevolgen

Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt daarom ongegrond verklaard. In de voorliggende zaak betekent dit dat partijen het erover eens zijn dat de belastingrente moet worden berekend tegen een percentage van 4%.

De Hoge Raad geeft ook richting voor de afhandeling van de vele andere lopende procedures. Nu de bijzondere regel voor de vennootschapsbelasting onverbindend is, moet worden teruggevallen op de algemene regeling van het Bbi, die aansluit bij de normale wettelijke rente met een minimumpercentage van 4%. In de jaren 2022 en 2023 kwam dat eveneens uit op 4%. Ook het per 1 januari 2024 geldende minimumpercentage van 4,5% acht de Hoge Raad in dit kader niet strijdig met het evenredigheidsbeginsel. Met deze vorm van rechtsherstel wordt volgens de Hoge Raad voorkomen dat sprake blijft van een ongerechtvaardigde selectieve lastenverzwaring.

Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2026:59

Categorie: Nieuws Tags: belastingrente, Hoge Raad, vennootschapsbelasting

Tags: belastingrente, Hoge Raad, vennootschapsbelasting

Gerelateerde artikelen

16 februari 2026

Terugdraaien hogere rente voor belastingschulden kost ruim € 260 miljoen

2 februari 2026

Hoge Raad oordeelt: geen aftrek voor giften aan buitenlands goed doel zonder anbi-status

27 januari 2026

Hoge Raad verlaagt belastingrente voor de vennootschapsbelasting

23 januari 2026

Kosten parkeerinfrastructuur kunnen worden verhaald via naheffingsaanslag parkeerbelasting

Docenten

Martijn Bedaux
Tom Berkhout
Martine Cranendonk
jan wietsma
Jan Wietsma
Edwin de Witte
Martin de Graaf
Audrey Brunings
Pieter Kok
Bob van Leeuwen
Winfred Merkus
Bart Koreman
Ludo Mennes
Ron Mulder
Rohalt Janssens
Herman van Kesteren
Erik van Toledo
Hans Geuns
Jan van Wijngaarden
Almer de Beer
Almer de Beer
Chanien Engelbertink
Derwish Rosalia
Ewoud de Ruiter
Léon de Jager
Chris Dijkstra
Koert van Loon
Roger van de Berg
Jeroen Knol
Guney Bagislayici
Saskia Jacobsen
Patrick Wille
Casper Mons
Bob de Koning
Willem Veldhuizen
Hanneke Kroonenberg
Teunis van den Berg
Bram Lemmens
Michiel Pouwels
Joost Severs
John Bult
Arnaud Booij
Marja van den Oetelaar
Rakesh Ghirah
Joep Swinkels
Geert Witlox
Daan van Antwerpen
Kirsten Kievit
Imke Bos
Matthijs van Keulen
Rob van Oosterhout
Debby Kettler
Debby Kettler
Heleen Elbert
Bernard Schols
Albert Heeling
Kirsten Roskam
Barry Willemsen
Martijn Paping
Martijn Paping
Jan Mooren
Alex Schrijver
Hans Tabak
Wilbert Nieuwenhuizen
Kees Beishuizen

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 15 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 7 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 6 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 5 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen